loading
views

Impact regeerakkoord op uitzendbranche

Impact regeerakkoord op uitzendbranche

Op maandag 29 oktober 2012 is door de VVD en PvdA een regeerakkoord gepresenteerd, getiteld Bruggen Slaan.

De ABU heeft de op het eerste gezicht belangrijkste punten voor de uitzendbranche op een rijtje gezet.

Flexibele arbeid
In het regeerakkoord wordt flexibele arbeid als apart onderwerp behandeld. Er wordt uitgesproken dat flexibele arbeid onmisbaar is voor de economie en de arbeidsmarkt, maar dat de verschillen tussen flexibele en vaste arbeid verkleind moet worden. Hoe dat precies zou moeten staat onvoldoende beschreven. Er wordt gerefereerd aan overleg met sociale partners om op dit punt verbeteringen aan te brengen. Er zal onder andere worden gekeken naar de ketenregelingen en concurrentiebedingen. Dit biedt ruimte voor de ABU om hierin een rol van betekenis te spelen, al dan niet via de SER, Stichting van de Arbeid of VNO-NCW.

Ontslag en WW
Het ontslagrecht zal veranderen per 1 juli 2014. De route via de kantonrechter vervalt en UWV zal vooral een adviesrol krijgen in het ontslag; zij hoeven dus niet meer gevraagd te worden een vergunning af te geven. Bij onvrijwillig ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract van ten minste een jaar, dient de werkgever een transitiebudget te betalen, tenzij dat om bedrijfseconomische redenen niet mogelijk is. Het transitiebudget is bedoeld voor scholing. De hoogte van het budget is een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van vier maandsalarissen. Een werknemer kan zich achteraf tot de rechter wenden. Als de rechter oordeelt dat het ontslag onterecht is of te wijten aan de werkgever, kan alsnog een ontslagvergoeding worden toegekend. Deze bedraagt maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, met een maximum van 75.000 euro.

Deze voornemens sluiten grotendeels aan bij de Hoofdlijnennotitie Aanpassing ontslagrecht en WW die op 18 juni 2012 is verschenen naar aanleiding van het Lenteakkoord. Echter, daar bedroeg de maximumhoogte van het transitiebudget zes maanden.

De duur van de WW wordt verkort van 38 tot 24 maanden. De eerste 12 maanden zijn gerelateerd aan het laatstverdiende loon, de volgende 12 maanden geldt een niveau van 70% van het minimumloon, dit is bijstandsniveau. Het lijkt erop dat de referte-eisen voor een kortdurende WW vervallen. 26 gewerkte weken in de laatste 36 weken gaf recht op 3 maanden WW. Pas daarna ging een jaren-eis meetellen. In de huidige voornemens geeft een volledig gewerkt jaar slechts recht op één maand WW-uitkering. Gezien de gemiddelde duur van een uitzendcontract kan dit een behoorlijk effect hebben op de aanspraak op WW door flexkrachten. Dit zou het verschil in sociale zekerheid tussen flexibele en vaste dienstverbanden juist vergroten.

De WW-premie voor werkgevers zal per 1 januari 2014 structureel verhoogd worden met 1,3 miljard. Dit ter compensatie van de verandering in het ontslagrecht. Aangezien de uitzendbranche daar vrijwel niet of nauwelijks van profiteert, betreft het dus een kostenverhoging. Eventueel zal er op basis van goed werkgeverschap differentiatie in de premie mogelijk zijn.

Ten opzichte van de Hoofdlijnennotitie zijn er aanzienlijke veranderingen doorgevoerd. Daarin werd niet gesproken over de duur en de hoogte van de WW. Maar werd ook de werkgever verantwoordelijk gemaakt voor de eerste zes maanden van de WW-uitkering. Dit laatste vindt geen doorgang.

Ook werd daarin gerefereerd aan de bijzondere allocatieve rol van de uitzendbranche, hiermee zou rekening worden gehouden bij het uitwerken van de plannen. Deze opmerking wordt niet herhaald in het regeerakkoord. Het is de ABU niet duidelijk wat hiervan de consequentie is.

Sociale zekerheid
De wens om de duur van de loongerelateerde ZW-uitkering afhankelijk te maken van het arbeidsverleden wordt met een jaar uitgesteld. In dat jaar wordt gezocht naar een alternatief om de hoge instroom van flexwerkers in de ZW te beperken.

De AOW-leeftijd wordt verhoogd tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Dit is nog sneller dan in het Lenteakkoord was voorgenomen. Daarin werd verhoogd tot 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023.

Arbeidsmarkt
In zijn algemeenheid wordt opgemerkt dat werk moet lonen en dat het verschil tussen uitkering en inkomen uit werk vergroot wordt door lagere belastingen voor werkenden. De arbeidskorting wordt in 2014 verhoogd met 125 euro en tot 500 euro in 2017 en daarna.

Om de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren komt er een doorwerkbonus voor werknemers van 61 tot 65 jaar. Er komt toch een mobiliteitsbonus, deze was in het Lenteakkoord nog afgehouden. Maar voor welke werknemers deze gaat gelden is onduidelijk.

Voor iedereen in de bijstand geldt de arbeids- of re-integratieplicht of de plicht tot tegenprestatie naar vermogen. Er kan alleen op individuele basis ontheffing hiervoor worden verleend. De handhaving op de bijstand wordt voortaan landelijk geregeld en niet overgelaten aan individuele gemeenten. Er zal worden onderzocht of er een urencriterium kan worden toegepast bij het accepteren van arbeid. Dit maakt het aantrekkelijker om vanuit de bijstand ook parttime werk of een tijdelijke baan te accepteren, niet de gehele uitkering zal dan meteen vervallen.

De Wet werken naar vermogen wordt vervangen door de Participatiewet. Het belangrijkste voornemen is een quotum voor bedrijven vanaf 25 werknemers om 5% arbeidsgehandicapten aan te nemen. De boete bedraagt 5.000 euro per niet vervulde werkplek. Deze regeling zal vanaf 1 januari 2015 worden ingevoerd in een periode van zes jaar. Dit voornemen zal een behoorlijke impact hebben op de uitzendbranche, gezien de omvang van de meeste uitzendorganisaties. Het is overigens niet duidelijk of uitzendkrachten in dit perspectief ook onder de werknemers gerekend dienen te worden.

Loondispensatie zal beschikbaar komen voor de gehele doelgroep die onder de Participatiewet valt (WWB, WSW en deel Wajong). Huidige WSW’ers en Wajongers zullen niet worden herkeurd. Er zal nog verder worden bezuinigd op de re-integratiebudgetten van UWV en gemeenten. Dit zal waarschijnlijk betekenen dat de publieke partijen zich nog meer naar de private markt zullen richten om werkzoekenden uit de WW en WWB weer terug op de arbeidsmarkt te krijgen.

Arbeidsmigratie
Per 1 januari 2014 zullen de grenzen opengaan voor Roemenen en Bulgaren.

De strikte aanpak van malafiditeit op het gebied van arbeidsmigratie zal stringent worden voortgezet. Werkgevers en verhuurders die werken met personen zonder tewerkstellingsvergunning zullen hard worden aangepakt. Arbeidsmigranten zullen pas na zeven jaar recht krijgen op bijstand en wie de Nederlandse taal niet beheerst krijgt geen bijstandsuitkering.

Fiscale zaken
In het Belastingplan 2013 is een verhoging opgenomen van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling van 0,1%. Deze verhoging wordt teruggenomen.

De Wet afdrachtvermindering Onderwijs (WVA) zal worden afgeschaft en vervangen door een verbeterde subsidieregeling. Het budget zal echter worden verminderd tot het niveau van 2007 (200 miljoen euro). Dit zal consequenties hebben voor uitzendondernemingen die gebruikmaken van de WVA, hierop is al actie ondernomen door de ABU.

Administratieve lasten
De regeldruk zal in 2017 met 2,5 miljard euro verminderd moeten zijn ten opzichte van 2012 voor bedrijven, professionals en burgers.

Bron: abu.nl, 1 november 2012


Zie ook FlexNieuws E-magazine, 1 november 2012

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek