loading
views

De toekomst van payroll – verslag van de tweede VPO, ABU en NBBU bijeenkomst

Hoe kan de kwaliteit van payroll worden verbeterd? Hoe kan de reputatie van payroll worden aangepakt?
ABU-VPO-NBBU
Dat waren de centrale vragen tijdens de tweede bijeenkomst van VPO, NBBU en ABU over de toekomst van payroll, die plaats vond in Bunnik op 23 oktober 2012. De resultaten van de werkgroepen voor Inhoud en Reputatie van payrolling werden hier gepresenteerd, besproken en in stemming gebracht.

Aanbevelingen van werkgroepen
Tijdens de bijeenkomst werden aanbevelingen gepresenteerd om te komen tot een duurzame payroll dienstverlening. Het vinden van een eenduidig gezamenlijk geluid was ook een speerpunt.
Deze bijeenkomst was een vervolg op de eerste bijeenkomst over de toekomst van payroll, gehouden op 28 juni van dit jaar.
Het negatieve imago van payroll in de media en de onderlinge verdeeldheid van payrollorganisaties was daarvoor de directe aanleiding.

Na de eerste bijeenkomst in juni zijn twee werkgroepen samengesteld die zich hebben gebogen over verbetering van de reputatie van payroll en over inhoudelijke aanbevelingen voor een duurzame payroll propositie. In elk van de werkgroepen namen 30 vertegenwoordigers van payrollorganisaties deel. Zowel leden van ABU en NBBU als niet bij een van deze brancheorganisaties aangesloten payrollers. De beide werkgroepen hebben zich gebogen over de stellingen, die tijdens de eerste bijeenkomst werden geformuleerd en die toen ook in stemming zijn gebracht.

De aanbevelingen van de werkgroepen werden tijdens deze tweede bijeenkomst ook weer in stemming gebracht. Vrijwel alle aanbevelingen werden unaniem aangenomen. Het belangrijkste discussiepunt ligt echter nog steeds bij de mate van flexibiliteit die wel/niet moet worden geboden.

Het programma werd geopend door VPO-voorzitter Jeu Claes. Hij toonde zich tevreden over het feit dat veel deelnemers aan de vorige bijeenkomst gehoor hebben gegeven aan de oproep om payroll op allerlei manieren positief onder de aandacht te brengen. Er is veel gedaan aan informatie verstrekking in de richting van alle stakeholders, zo merkte hij op. Hij ziet ook een toenemende wil en solidariteit om samen op te trekken in de lobby, al gaf hij ook aan dat er over de vraag “wat is payroll?” zeker nog verschilpunten zijn weg te werken.

Informatie aan diverse stakeholders
De actualiteit werd belicht door Jurriën Koops, directeur Sociale Zaken van de ABU en bestuurslid van de VPO. De VPO heeft recent een statement gestuurd naar politieke stakeholders om de positie en het belang van payroll toe te lichten. De boodschap aan de politiek is: alles is beter dan payroll verbieden of onmogelijk maken, want daarmee roep je onheil over je af en wordt er sneller teruggegrepen naar inferieure vormen van flex. Het Ministerie van SZW heeft recent onderzoek gedaan naar flexibele contractvormen. Er zijn gesprekken geweest vanuit de koepelorganisaties met het Ministerie. In juni, juli en augustus is een rondgang gemaakt langs wetenschappers, vakbonden en brancheorganisaties om het belang van payroll toe te lichten. Het Ministerie heeft inmiddels vastgesteld dat het product payroll waarde heeft in de markt. Het onderscheid tussen verschillende payroll producten zou wel duidelijker moeten worden gemaakt. Daarvoor is nodig dat er een goed beeld is van de omvang en differentiatie in de payrollmarkt. Ook aan de motieven van opdrachtgevers om payrolldiensten af te nemen zouden beter en gedifferentieerder aandacht moeten worden gegeven in de media en in de markt. Daarom wordt onder meer gedacht aan een uitbreiding van de VPO marktmonitor met een openstelling voor niet-leden. De ondergrens van deelnemende niet-VPO-leden aan de marktmonitor zou tenminste 5 moeten zijn of meer. Die ondergrens is nodig om de anonimiteit van de monitor te bewaken.

Inhoudelijke aanbevelingen
De presentatie van de werkgroep Inhoud werd verzorgd door Lucy Dieduksman, beleidsmedewerker CAO en Juridische Zaken van de NBBU. In september hebben dertig vertegenwoordigers van payrollorganisaties zich gebogen over inhoudelijke aanbevelingen voor verbetering van payrolling. Zij hebben zich in drie groepen gericht op de vragen:
1) wat is de maximale en gewenste flexibliteit
2) wat te doen met de bijzondere beleidsregels van het UWV voor payrolling
3) hoe om te gaan met overname van complete personeelsbestanden
4) hoe kan de kwaliteit van de dienstverlening worden verbeterd

1) Het vraagstuk van de gewenste flexibiliteit leidde tot veel discussie in de werkgroep.
De overwegingen van de werkgroep zijn: minder flexibiliteit nastreven en meer aansluiten bij de wettelijke systematiek en/of de vereisten van de inlenende cao. Geen uitzendbeding toepassen op overeenkomsten van payrollkrachten. Streven naar een progressieve groei van de duur van overeenkomsten van payrollkrachten. Aan de andere kant is er ook veel tegengeluid om de flexibiliteit niet al teveel te beperken. Ook over maatvoering en einduitkomst was veel discussie. Er is – resumerend – nog teveel verdeeldheid over dit onderwerp om op korte termijn tot zelfregulering te komen.

2) Vrijwel unaniem vinden de payrollers dat gebruikmaking van de bijzondere beleidsregels van het UWV voor payrolling kan worden geschrapt. Deze ontslagregels zijn slecht voor het imago van de payrollbranche, omdat ze gezien worden als een sluiproute voor werkgevers om medewerkers te ontslaan. In de meeste situaties is deze route ook niet nodig. Het regulier ontslagrecht zou volgens de overgrote meerderheid van de deelnemers leidend moeten zijn.

3) Overname van personeelsbestanden vraagt om prudentie en om evenwicht in de aangeboden arbeidsvoorwaarden. Duidelijk is dat een achteruitgang in de arbeidsvoorwaarden na overname van personeel sterk heeft bijgedragen aan het negatieve imago van payrolling. Unaniem werd vastgesteld dat dit een onwenselijke ontwikkeling is. Daarom wordt gestreefd naar een gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket. Het bieden van een identiek pakket aan arbeidsvoorwaarden is echter niet in elke situatie mogelijk, omdat alleen al de aansluiting bij bedrijfstakeigen pensioenregelingen in veel gevallen niet kan worden verlengd. Het aantoonbaar maken van gelijkwaardigheid van het pakket vraagt veel aandacht van payrollorganisaties. Nieuwe aanwas van payrollkrachten bij een organisatie zou volgens sommigen ook gelijk moeten worden behandeld. Op dit punt kan de opdrachtgever echter anders beslissen of aanpassing van de arbeidsvoorwaarden noodzakelijk vinden, zo werd opgemerkt tijdens de discussie.
Bij de uitwerking van dit punt werd opgemerkt dat het faciliteren van de transitie van werk naar werk belangrijk is. Zo zou een branchebreed netwerk in het leven kunnen worden geroepen en de mogelijkheid van een sociaal plan kunnen worden onderzocht.

4) De kwaliteit van de dienstverlening moet worden geborgd door transparantie en door een nieuw op te stellen payroll certificaat. Het VPO keurmerk zou daarvoor als basis kunnen dienen.

Bij de bespreking in de werkgroepen werd ook aandacht gegeven aan scholing en opleiding, al kwam dat in de conclusies nog onvoldoende naar voren. Vastgesteld werd dat dit ook onderdeel is van goed werkgeverschap en dus ook behoort tot de taak van payrollorganisaties.

Reputatie ombuigen
De werkgroep Reputatie stelde vast dat het imago wordt bepaald door alle stakeholders. Met andere woorden door wel/geen tevredenheid van medewerkers en klanten, en door media, partners, belangenbehartigers en politici.

De huidige reputatie van payroll is niet goed, vanwege regelmatig geconstateerde achteruitgang in arbeidsvoorwaarden, zogenoemde ‘draaideurconstructies’ en ongewenste versoepeling van ontslagregels. Dat moet van binnenuit een halt toe worden geroepen, zo constateerde de werkgroep. De kwaliteit van het product vraagt om formulering van antwoorden op deze centrale vragen:
– Wat is payroll?
– Biedt het werkgarantie?
– Wat is het onderscheid tussen payroll en uitzenden?
– Hoe wordt invulling gegeven aan professioneel werkgeverschap?

Er is veel onbekendheid in de markt met de voordelen en de goede kanten van payrolling voor alle betrokkenen. Daarom is het nodig het verhaal van payrolling duidelijk, realistisch en zichtbaar naar buiten te brengen. Contact met critici is nodig. Het advies van de werkgroep is daarom aan alle payrollers: zoek contact, ga het debat aan, laat het menselijke verhaal zien van leiders, opdrachtgevers, payrollwerkgevers en medewerkers. Zorg dat je zichtbaar bent, laat continuïteit zien in je dienstverlening, zodat het draagvlak voor payrolldienstverlening beter wordt.

Het advies van de werkgroep luidt samenvattend: werk aan lobby en pr, aan goed werkgeverschap, en investeer waar mogelijk in cao-onderhandelingen. Investeer ook in marktkennis, die voor iedereen inzichtelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van de Marktmonitor. Tot slot: werk aan een nieuw gezamenlijk keurmerk voor payrolling.

NBBU, ABU en VPO gaan dit aanpakken op basis van gedeeld commitment. Dit vraagt ook financieel en organisatorisch commitment, zo werd duidelijk gemaakt. Hoe het bovenstaande vorm kan krijgen, wordt tijdens de volgende bijeenkomst nader uitgewerkt.
De datum voor de derde bijeenkomst over de toekomst van payroll is nog niet bekend gemaakt.

Verslag: FlexNieuws, Hinke Wever

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek