loading
views

Opzeggen inleenovereenkomst reden ontslag payrollkracht

Payrollbedrijven mogen een ontslagvergunning voor een payrollkracht aanvragen, als een inlener de opdracht beëindigt. Zo oordeelde het hof op 3 april 2012 in hoger beroep, in een zaak die een voormalig payrollkracht had aangespannen. Het ontslag is in zo’n geval ‘kennelijk niet onredelijk’.

De werknemer was tot 2002 in dienst van een verhuurbedrijf als medewerker magazijnbeheerder verhuurmateriaal/personeelschef. In 2002 doet het verhuurbedrijf het personeelsbestand over aan een payrollbedrijf. De werknemer blijft hetzelfde werk doen, maar treedt in loondienst bij het payrollbedrijf en valt vanaf dan dus onder de payroll-cao. In 2009 zegt het verhuurbedrijf de inleenopdracht op. Het payrollbedrijf vraagt daarop een ontslagvergunning voor de werknemer bij UWV aan. De motivatie: doordat de inleenovereenkomst door de inlener is beëindigd vervalt de arbeidsplaats bij de payroller; een bedrijfseconomische reden voor een ontslagaanvraag. De ontslagvergunning wordt toegekend, en gaat in per 1 april 2010.

Aanbod
Het payrollbedrijf biedt de medewerker een outplacementtraject aan, zodat hij begeleid kan zoeken naar een nieuwe baan. In deze periode krijgt hij ook zijn loon doorbetaald. Daarnaast mag hij een heftruck-certificaat halen op kosten het payrollbedrijf. De werkgever doet voorts ook een aanbod voor een andere functie bij hetzelfde inleenbedrijf; een lagere functie tegen een lager loon. Werknemer wijst het aanbod af, omdat het niet passend zou zijn.

Rechtszaak
Werknemer spant een zaak aan tegen het payrollbedrijf en vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Er was blijkbaar nog wel werk voor hem bij het verhuurbedrijf. De kantonrechter wijst de vordering af en de werknemer gaat in hoger beroep.

Uitspraak
Het hof constateert dat de kantonrechter terecht de vraag of het ontslag ‘kennelijk onredelijk’ is centraal heeft gesteld. Daarbij is gelet op de gevolgen ervan, alle omstandigheden die een rol spelen en dat de werkgever geen vergoeding heeft aangeboden. Daarvoor nam de kantonrechter in de eerste zaak het fenomeen payrollovereenkomst in overweging. In de cao is opgenomen dat de werknemer in dienst is van het payrollbedrijf. Als de inlener de payrollovereenkomst beëindigt, is er sprake van verval van een arbeidsplaats bij het payrollbedrijf. Dit vormt een bedrijfseconomische reden voor het indienen van een ontslagaanvraag voor de betrokken werknemer. Voor de onderbouwing van de aanvraag hoeft het payrollbedrijf slechts aan te tonen dat de inlener de payrollovereenkomst heeft beëindigd. Dit hoeft verder niet toegelicht te worden.

Het hof constateert in lijn met de uitspraak van de kantonrechter dat het feit dat de werknemer tijdens het ontslag 47 jaar oud was, 11 jaar al dan niet via een payrollovereenkomst tot volle tevredenheid bij het verhuurbedrijf had gewerkt en geen concreet uitzicht had op vast werk tegen tenminste hetzelfde loon, het ontslag zonder nadere toelichting niet ‘kennelijk onredelijk’ maakt door het ontbreken van een vergoeding. Het hof neemt in haar overweging mee dat de werkgever niet tekort is geschoten in haar herplaatsingsinspanningen. Er is een outplacementtraject aangeboden en de werknemer heeft op kosten van werkgever een heftruckcertificaat mogen halen. Bovendien is alsnog een passende functie aangeboden. De eis voor schadevergoeding wordt dus ook in hoger beroep afgewezen.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BW0819 (Hoger beroep) en www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BW2742 (Uitspraak kantonrechter)

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek