loading
views

Werknemer niet aan ontslag gehouden

11 juli 2012

Een werknemer die ontslag nam tijdens een negatief functioneringsgesprek ontdekte achteraf de gevolgen. Volgens de rechter kon de werkgever hem niet aan zijn impulsieve beslissing houden.

Feiten
Werknemer die ruim elf jaar in dienst is, wordt tijdens een functioneringsgesprek op 1 december 2011 geconfronteerd met een zeer slechte beoordeling. Werknemer wordt erop aangesproken dat hij regelmatig te laat komt en scoort op alle onderdelen ‘onvoldoende’ of ‘moet beter’. In het bespreekverslag van 1 december 2012 is onder meer opgenomen:

“Heeft zich [….] meerdere malen verslapen in het afgelopen jaar […]. Geeft zelf aan dat hij ontslag neemt aangezien hij al verwacht had dat dit vandaag besproken zou worden.”

Dit bespreekverslag wordt door werknemer ondertekend evenals het beoordelingsformulier waarop vermeld staat dat werknemer vandaag zijn ontslag heeft ingediend.

Geen WW
Daarnaast heeft werkgever eveneens bij brief van 1 december 2011 (dezelfde dag als het functioneringsgesprek) het ontslag op eigen verzoek door werknemer schriftelijk aan werknemer bevestigd; welke brief ook door werknemer wordt ondertekend. Werknemer komt er enige tijd later achter dat hij door zijn eigen ontslagname geen recht heeft op een WW-uitkering en roept op 28 december 2011 de nietigheid van het ontslag in. Werknemer vordert wedertewerkstelling en loondoorbetaling.

Standpunt werknemer
Werknemer stelt dat hij niet aan het ontslag gehouden kan worden omdat hij zich bij het functioneringsgesprek van 1 december 2011 overrompeld voelde door de slechte beoordeling (hij had in de voorgaande jaren steeds een goede beoordeling ontvangen). Hij heeft ontslag genomen en dit schriftelijk bevestigd zonder zich te realiseren wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn. Werknemer stelt dat werkgever hem als goed werkgever erop had moeten wijzen dat hij door zijn eigen ontslagname mogelijk geen WW-uitkering zou ontvangen. Ook had werkgever werknemer een redelijke termijn moeten gunnen om zich te kunnen beraden over zijn ontslagname en zich hierover juridisch te kunnen laten adviseren.

Standpunt werkgever
Werkgever stelt dat werknemer tijdens het gesprek van 1 december 2011 ondubbelzinnig heeft aangegeven ontslag te willen nemen. Werkgever is van mening dat hij gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat werknemer wist wat hij deed. De beëindiging van het dienstverband door werknemer kan niet worden teruggedraaid. Dit is temeer zo nu werknemer niet onder invloed van een heftige gemoedstoestand verkeerde, niet in een impuls heeft gehandeld en zijn ontslagname tot drie keer toe schriftelijk heeft bevestigd.

Kantonrechter
De kantonrechter is van oordeel dat werkgever niet zonder meer erop had mogen vertrouwen dat werknemer tijdens het gesprek van 1 december 2011 daadwerkelijk ontslag wilde nemen. Van belang hierbij is dat werknemer onverwacht geconfronteerd werd met een slechte beoordeling op alle punten, tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat werknemer ‘niet goed van de tongriem is gesneden’ en dus hierdoor werd overrompeld. Er is slechts sprake geweest van één gesprek en werknemer werd hierbij niet juridisch bijgestaan. Bovendien zette werknemer een dienstverband van elf jaar op het spel. De kantonrechter is van oordeel dat gezien dit alles van werkgever verwacht mocht worden dat hij werknemer op de consequenties van zijn besluit tot eenzijdige ontslagname wees en hem een redelijke termijn voor beraad gunde.

De vorderingen van werknemer worden toegewezen.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BW7380

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek