loading
views

Principeakkoord CAO Tentoonstellingsbedrijven 2012-2013

Principeakkoord CAO Tentoonstellingsbedrijven 2012-2013


7 juli 2012

CAO-naam
CAO Tentoonstellingsbedrijven

Download Principeakkoord CAO Tentoonstellingsbedrijven 2012-2013
> Principeakkoord CAO Tentoonstellingsbedrijven 2012-2013

Looptijd
– De looptijd van de nieuwe CAO Tentoonstellingsbedrijven geldt voor de jaren 2012 en 2013.

Loonmutaties
– Eenmalige uitkeringen a € 100 bruto per 1 november 2012 en per 1 februari 2013
– Per 1 december 2012 een verhoging van alle lonen met 0,75% bruto
– Per 1 juni 2013 een verhoging van alle lonen met 0,75% bruto
– Per 1 oktober 2013 een verhoging van alle lonen met 0,75% bruto

Arbeidsvoorwaarden
– Flexwerk. Niet in Nederland gevestigde uitzendbureaus moeten voldoen aan de NEN 4400-2 en geregistreerd staan bij de SNA (Stichting Normering Arbeid). Buitenlandse uitzendkrachten en zzp-ers dienen de van toepassing zijnde veiligheidsinstructies te kennen. De inlenende werkgever dient daar op toe te zien.

– De Tijd voor Tijd regeling wordt aangepast. De regeling blijft in de nieuwe vorm van kracht als tijdelijke maatregel voor de looptijd van deze CAO. Werkgever kan medewerkers, die gedurende de looptijd van deze CAO, overuren maken, deze overuren (tot een maximum van 120 uren op jaarbasis) laten opnemen (compenseren) op momenten dat een verminderde arbeidsduur noodzakelijk is. Voor 90 uren geldt dat werkgever minimaal 2 weken voorafgaande aan de compensatieperiode werknemer zal informeren en dat deze in hele dagen moeten worden opgenomen. De van toepassing zijnde overuren toeslagen blijven gelden. Voor 30 uren geldt dat deze op ieder moment door de werkgever ingezet kunnen worden. Deze uren hoeven niet in hele dagen te worden opgenomen met dien verstande dat er geen gebroken diensten mogen ontstaan. Werkgever kan geen beroep doen op deze regeling ten tijde van de inzet van de werknemer in het buitenland. Als het maximum van 120 uren per jaar wordt bereikt zal de rest van het overwerk, inclusief de gebruikelijke toeslagen worden uitbetaald met het loon van de periode volgend op de periode waarin het overwerk heeft plaats gevonden. Het eventuele saldo van niet gecompenseerde uren aan het eind van een kalenderjaar wordt uitbetaald bij de salarisbetaling over januari van het opvolgende jaar. Op verzoek van de werknemer kan het geheel of gedeeltelijk worden ingezet in de (tijd voor tijd)regeling van het opvolgende jaar. Overigens blijft het artikel 7 lid 5d, over de toepasselijkheid van de regeling uit de Cao TTB 2011, ongewijzigd. In november 2013 zal deze regeling worden geëvalueerd.

– De bestaande “dagenbergen” zullen worden weggewerkt. De in het verleden ontstane overuren tegoeden worden weggewerkt in 4 gelijke delen over een periode van 4 jaren. Uitgangspunt is dat de oudste uren als eerste worden afgebouwd. In de CAO wordt een artikel opgenomen over de registratie van opbouw en opname van overuren. Als uitgangspunt voor het vaststellen van het aantal overuren wordt de situatie per 1 januari 2013 gebruikt. De op dat moment opgebouwde overuren worden als zodanig gewaarmerkt. De opgebouwde en als zodanig geregistreerde overuren worden voor de helft gecompenseerd in tijd en voor de andere helft uitbetaald, dan wel gestort op een individuele) vitaliteitrekening van de medewerker. De werkgever moet de werknemer in de gelegenheid stellen de te compenseren uren in tijd op te nemen. Indien de werknemer deze uren niet kan opnemen worden ook deze uren uitbetaald of gestort op de individuele vitaliteitrekening van de medewerker. Werkgevers kunnen bij het bestuur van de SNTB (Stichting Naleving) dispensatie aanvragen voor (een deel van) deze regeling als de continuïteit van de onderneming t.g.v. deze regeling in gevaar komt. Het bestuur van de SNTB zal hiervoor een bindend advies uitbrengen a.h.v. te ontwikkelen criteria.

– Voor wat betreft de gevolgen van de nieuwe wetgeving vakantiedagen worden de volgende afspraken gemaakt:
a. de verjaringstermijn voor alle vakantiedagen blijft gehandhaafd volgens de oude wetgeving
b. de werknemer bouwt bij ziekte zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen op.

– Werknemers hebben het recht gebruik te maken van de deeltijdpensioenregeling. Werkgevers kunnen dit slechts weigeren als er een zwaarwegend bedrijfsbelang is.

– Indien er fiscale mogelijkheden ontstaan om te sparen voor hogere pensioenuitkeringen of de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan dan zal de werkgever daar aan meewerken.

Bron: CLC-VECTA, 6 juli 2012

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek