loading
views

Verslag bijeenkomst ‘De toekomst van payrolling’

Verslag bijeenkomst ‘De toekomst van payrolling’

Verslag Payroll bijeenkomst ‘De toekomst van payrolling’

Op donderdag 28 juni jl. vond een unieke bijeenkomst plaats over de toekomst van payrolling, georganiseerd door koepelorganisaties VPO, ABU, en NBBU.

Payrolling staat onder druk. Daarom hebben VPO, ABU en NBBU met vele payrollers gesproken over de ernst van de situatie.
Welke stappen kunnen worden gezet? Er is een nieuwe koers nodig.
Er werd gediscussieerd over een aantal stellingen om samen antwoorden te vinden.

“Over de eigen schaduw heenspringen”
In een bomvolle en warme zaal (de airconditioning was uitgevallen) in motel Postiljon in Bunnik troffen ABU, NBBU en VPO een uitgebreide vertegenwoordiging van ondernemers en belanghebbenden uit de payroll branche. VPO voorzitter Jeu Claes gebruikte al bij zijn openingswoorden dringende termen zoals “het is vijf over twaalf”, “we hebben eenheid nodig” evenals de in politieke kringen veel gebruikte uitdrukking “we moeten over onze eigen schaduw heen springen”. Zijn openingswoorden kregen bijval van Marco Bastian, directeur van de NBBU, en Jurriën Koops, directeur sociale zaken van de ABU en bestuurslid van de VPO. Zij waren net als Claes blij met de grote opkomst en de ruime vertegenwoordiging vanuit hun achterban.

Serieuze bedreigingen voor de branche
Er was voor Claes aanleiding genoeg om de bijeenkomst scherp te openen. Payrolling was en is recent veelvuldig negatief in de pers. Daarnaast heeft een aantal payrollorganisaties zich ontevreden van de koepelorganisatie VPO afgekeerd. De grote vakbonden hebben de VPO CAO opgezegd en enkele politieke partijen (PvdA en SP) hebben een verbod op payrolling in hun verkiezingsprogramma opgenomen. Voorts ligt er inmiddels een verdeeld advies over payroll van de Stichting van de Arbeid.
Koops gaf een toelichting op het advies van de Stichting van de Arbeid. Het advies bevat goed nieuws en slecht nieuws voor de branche. Het goede nieuws is, dat de juridische rechtsgrond voor payrolling wordt erkend. Payrolling is een vorm van ter beschikking stellen van arbeid. Het slechte nieuws is, dat er geen helder kader wordt gegeven voor de verschijningsvormen van payrolling. Werkgevers en vakbonden vinden elkaar hier niet, de toenadering blijft uit. Daarbij is het een probleem dat het verschil tussen uitzenden en payrollen niet helder is. De beperking van payrolling zou op termijn ook kunnen resulteren in beperking van uitzenden. Vanwege het verdeelde Advies van de Stichting van de Arbeid ligt voor vakbonden en politiek de weg open om uit het Advies die onderdelen te selecteren die passen bij de eigen overtuiging. Het zogenoemde ‘cherry picking’. Zo ligt er inmiddels een voorstel van de PvdA om een payrollkracht nooit langer dan 26 weken bij een opdrachtgever te laten plaatsen. Een maatregel waarmee payrolling (en ook uitzenden) de facto onmogelijk wordt gemaakt.

Volgens Koops zijn dit serieuze bedreigingen voor de branche. Hij schetste twee mogelijk te bewandelen wegen.

Afwachten of werken aan zelfregulering
De payrollbranche kan kiezen voor pragmatisch ondernemerschap en afwachten welke richting de politiek kiest en vervolgens als ondernemer inspelen op de nieuw ontstane situatie door het zo nodig bijstellen van businessmodellen.
De branche kan ook stappen zetten voor het gezamenlijk werken aan zelfregulering. Daarmee kunnen payrollorganisaties actief tegemoet komen aan politiek en de vakbonden waardoor het vertrouwen in het product payroll wordt herwonnen.

Discussie over stellingen
In de bijeenkomst werden vervolgens een aantal stellingen gepresenteerd. Aan de hand daarvan werd via discussie en stemming de bereidheid gepeild bij de aanwezigen om gezamenlijk na te denken over de oplossingsrichtingen voor zelfregulering. Per stelling konden de aanwezigen stemmen met rode (oneens) en groene (eens) kaarten.

Stelling 1: De verschillen tussen payroll ondernemingen zijn groter dan de overeenkomsten.
Er werd gemengd gestemd: veel rood en veel groen. Na de nodige discussie met de zaal werd een voorzichtige conclusie getrokken. In grote lijnen kun je payroll ondernemingen onderscheiden in “ontzorgers” en “flexschil aanbieders”.

Stelling 2: Is de payroll branche gebaat bij een eenduidig geluid richting de politiek?
Een massaal groen (ja) is de reactie vanuit de zaal. De conclusie is dat de nu heersende verdeeldheid binnen de branche niet wordt gezien als bevorderend voor een proactieve houding richting de politiek.

Stelling 3: Er is een noodzaak tot wijziging van het businessmodel van payrolling.
Het product payrolling kent de volgende scherpe randjes die bijstelling behoeven:

• De mate van flexibiliteit moet begrensd worden
• De specifieke ontslagregels van het UWV voor payrolling kunnen vervallen
• Overname van personeelsbestanden moet stoppen

Er werd door de zaal uitgebreid gediscussieerd over wat de verschillende onderdelen van de stelling nu precies inhouden. Als gevolg daarvan kwam het stemgedrag met de rode en groene kaarten niet duidelijk uit de verf. Staande de vergadering werden onderdelen van de stelling geherformuleerd en al snel ontstonden CDA congres-achtige taferelen bij de stemming. Voorzichtige conclusies waren uiteindelijk dat er weinig basis is voor een begrenzing van de flexibiliteit, dat er voor zover toepasbaar wel voedingsbodem is voor het schrappen van de specifieke UWV ontslagregels, en dat overname van personeelsbestanden alleen mag bij het behoud van een gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket.

Stelling 4: Concurrentie op arbeidsvoorwaarden is de enige manier om je als payroll onderneming te onderscheiden.
Hierop volgde een vrij eensluidende reactie vanuit de zaal. Hiermee is men het oneens. Er zijn veel meer aspecten waarop geconcurreerd kan worden in positieve zin. Gedacht wordt aan de dienstverlening (in het ontzorg model), aan goed en onderscheidend werkgeverschap.

Stelling 5: De sector kiest voor zelfregulering en formuleert aanbevelingen aan de politiek.
Hier is 99% van de zaal het mee eens. De nogal passieve keuze voor pragmatisch ondernemerschap vindt hiermee geen steun.

Stelling 6: Payrollondernemingen zijn bereid om samen op te trekken in de tijd.
Ook hier kan het overgrote deel van de zaal zich in vinden. Hoe dat precies in zijn werk moet gaan is nog niet bij iedereen duidelijk, maar vooralsnog wordt daarin een voortrekkende rol gezien voor VPO/ABU/NBBU.
VPO, ABU en NBBU zijn blij met wat er tijdens de meeting is geleerd vanuit de zaal. Dit geeft voldoende houvast om een weg vooruit te formuleren. Hier op anticiperend komen zij met de volgende next steps:
– Het in beeld brengen van de schade voor de BV Nederland van een eventueel verbod op payrolling (de overheid is zelf de grootste afnemer van payroll en veel kleinere MKB’ers hebben niet de capaciteit om zelf hun hr-dienstverlening te verzorgen);
– Onderzoek naar hoe de reputatie van payrolling te verbeteren;
– Inventariseren hoe verder samen op te trekken;
– Bepalen wat doet de branche aan verdere zelfregulering en wat vraagt de branche van de politiek.

Na de zomer wordt een vervolgbijeenkomst met de branche georganiseerd. In de tussentijd discussiëren branche-organisatie en payrollondernemingen verder om als branche te bepalen hoe een voorstel voor zelfregulering er uit zou moeten zien.

Payrollcongres in het najaar 2012
In november/december volgt dan het jaarlijkse payrollcongres. Dit zal grotendeels in het kader staan van het informeren van de politiek. VNO en de vakbeweging, mogelijk de verantwoordelijk Minister, zullen worden uitgenodigd.
VPO voorzitter Claes rondde de bijeenkomst af met een appèl aan de aanwezigen om in de communicatie naar buiten toe de eenheid te bewaren en de cohesie vast te houden.
Dorstig en inmiddels danig verhit laafden de meeste aanwezigen zich vervolgens aan de afsluitende borrel en frisdranken.

Bron: FlexNieuws, 6 juli 2012

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek