loading
views

Partiële ontbinding arbeidsovereenkomst

20 juni 2012

Een werkgever wilde een arbeidsovereenkomst gedeeltelijk ontbinden: voor het deel waarin vervangende werkzaamheden voor een tijdelijk arbeidsongeschikte collega werden verricht.

In de zaak die op 9 november 2011 speelde voor de kantonrechter Maastricht verzocht werkgever de arbeidsovereenkomst van werkneemster gedeeltelijk (voor het gedeelte dat zij werkzaamheden verrichtte als vervangster voor een tijdelijk arbeidsongeschikte collega) te ontbinden.

Feiten
Werkneemster is sinds 1 december 2001 (bij de rechtsvoorganger van) werkgever in dienst. Werkgever heeft verschillende werkstichtingen, waaronder werkstichting A en B. Bij indiensttreding verrichtte werkneemster werkzaamheden in de functie van nachtdienstbegeleider bij werkstichting A. Vanwege een collega van werkneemster die arbeidsongeschikt raakte, is werkneemster vanaf 1 maart 2007 (als vervangster van haar zieke collega) in de functie getreden van cliëntvertrouwenspersoon voor 18 uur per week bij werkstichting A.

Twee functies
Met ingang van 1 oktober 2010 zijn werkneemster en werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan, waarbij is overeengekomen dat werkneemster werkzaamheden verricht voor 20 uur per week in de functie van cliëntvertrouwenspersoon bij werkstichting B én voor 18 uur per week als vervangster in de functie van cliëntvertrouwenspersoon bij werkstichting A. Omdat de destijds (in 2007) arbeidsongeschikte collega van werkneemster weer in staat is om haar oude werkzaamheden op te pakken, verzoekt werkgever nadien gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster voor het deel dat zij voor 18 uur per week als vervangster in de functie van cliëntvertrouwenspersoon bij werkstichting A werkzaam is.

Standpunt werkgever
Ter onderbouwing van het verzoek tot gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst stelt werkgever zich op het standpunt dat werkgever per vergissing heeft verzuimd om in de op 1 oktober 2010 tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst op te nemen dat de 18 uur die werkneemster bij werkstichting A werkt enkel strekt ter vervanging van een arbeidsongeschikte collega die met ingang van 1 mei 2011 weer in staat is haar werkzaamheden te hervatten. Werkgever stelt dat zij als goed werkgever heeft gehandeld door een belangenafweging te hebben gemaakt bij de vraag wie voortaan de functie van cliëntvertrouwenspersoon bij werkstichting A zou moeten gaan vervullen.

Belangenafweging
Volgens werkgever dienen de belangen van de (inmiddels arbeidsgeschikte) collega van werkneemster – die vanwege haar arbeidsongeschiktheidgeschiedenis een zeer matige arbeidsmarktpositie heeft – zwaarder te wegen dan de belangen van werkneemster. Om deze reden heeft werkgever de collega van werkneemster dan ook de kans willen bieden om terug te keren in haar oude functie. Werkneemster heeft deze functie geweigerd. Nu er geen ander werk voor werkneemster aanwezig is, brengt dit volgens werkgever met zich mee dat de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk moet worden ontbonden.

Standpunt werkneemster
Werkneemster verzet zich tegen het verzoek van werkgever. Volgens werkneemster heeft werkgever haar gedurende een periode van 4,5 jaar de functie van cliëntvertrouwenspersoon laten uitoefenen. Bij herhaling zou werkgever haar hebben medegedeeld dat haar arbeidsongeschikte collega niet zou terugkeren. Werkneemster stelt dat werkgever haar pas nadat het contract van werkneemster was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd te kennen heeft gegeven dat de arbeidsongeschikte collega zou terugkeren in haar functie. Zij stelt zich op het standpunt dat haar geen verwijt kan worden gemaakt en mocht de arbeidsovereenkomst toch ontbonden worden er een vergoeding van C = 2 toegekend moet worden.

Kantonrechter
Volgens de kantonrechter komt aan werkgever een zekere beleidsvrijheid toe ten aanzien van de vraag door wie zij bepaalde werkzaamheden wenst te laten uitvoeren. Doordat werkgever de keuze heeft gemaakt om de destijds arbeidsongeschikte collega van werkneemster terug te laten keren, stelt de kantonrechter vast dat er geen plaats meer voor werkneemster is. De kantonrechter overweegt voorts dat de wijziging van de omstandigheden geheel in de risicosfeer van werkgever ligt en dat werkneemster geen enkel verwijt valt te maken. De kantonrechter kent een ontbindingsvergoeding toe van 16.400 euro (C= 1,5).

Bron: Rechtbank Maastricht, sector kanton, www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BW6733

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek