loading
views

RWI: Uitzendbranche zeer belangrijk voor uitkeringsgerechtigden

RWI

23 mei 2012

Een aanzienlijk deel van de uitkeringsgerechtigden vindt werk in de uitzendsector.

Dat blijkt uit de RWI-analyse “Dynamiek in uitkering en werk” en het SEOR-onderzoek “Cliëntstromen in de SUWI-keten 2005-2008”. Ook blijkt uit dit onderzoek dat werkhervatting in een fulltime baan een uitzondering is geworden.

Deeltijdbanen
Een vijfde van de bijstandsgerechtigden die in deze periode een baan vindt, vindt een fulltime-baan. Onder WW’ers is dat iets meer. De rest vindt deeltijdbanen, maar ook een aanzienlijk deel (bijna een derde) vindt een baan als oproepkracht. Kijken we naar de duurzaamheid van deeltijdbanen, dan valt op dat die vergelijkbaar is aan de duurzaamheid van fulltime-banen. Alleen onder oproepkrachten verliest op den duur een groter deel weer zijn baan.

Uitzendbranche goed voor uitstroom
De uitzendsector is goed voor 35 tot 40% van de banen van WW’ers en bijstandsgerechtigden (WWB’ers). Andere belangrijke sectoren waar veel mensen aan de slag gaan, zijn:
• Handel, horeca en reparatie
• Gezondheidszorg en welzijn
• Overige financiële en zakelijke dienstverlening.

Opstapje
Om te bekijken in hoeverre uitzendbanen een opstapje kunnen zijn voor een andere baan, zijn de mensen met een uitzendbaan nog enige tijd gevolgd. Hieruit blijkt dat gedurende de onderzoeksperiode ongeveer een derde van hen doorstroomt naar een niet-uitzendbaan. Iets meer dan een kwart van de mensen met een uitzendbaan raakt zijn baan weer kwijt en vindt niet direct een nieuwe baan. Iets meer dan een derde, de grootste groep, blijft aan het werk via een uitzendbureau.

Uitzendbranche ook verantwoordelijk voor veel instroom
Hoewel de uitzendsector zorgt voor een groot deel van de uitstroom naar werk van uitkeringsgerechtigden, is zij aan de andere kant ook verantwoordelijk voor veel instroom in de uitkering. Uitzendkrachten hebben ongeveer twee keer zoveel kans als andere werknemers om in de WW terecht te komen of om werkloos te worden.

Bron: Raad voor Werk en Inkomen, 22 mei 2012

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek