loading
views

Werkgever aansprakelijk na scheerlijnval?

7 mei 2012

Is de werkgeefster aansprakelijk voor schade na val van een docente over een scheerlijn tijdens een introductiekamp van eerstejaarsstudenten?

Op 4 april 2012 oordeelde de kantonrechter te Breda dat werkgeefster daarvoor niet aansprakelijk was. Er was sprake van een zogenaamd ‘huis-, tuin- en keukenongeval’.

Feiten
Werkneemster is sinds 1 augustus 2001 werkzaam bij werkgeefster als instructeur ICT en docente rekenen. Voor het schooljaar 2009-2010 heeft werkneemster het introductiekamp voor eerstejaarsstudenten begeleid. Het introductiekamp vond plaats op een kampeerboerderij.

Beenwond en gebroken arm
Werkneemster is op een gegeven moment ’s nachts gestruikeld over een scheerlijn van een tent toen zij haar collega’s niet telefonisch kon bereiken, die in het ‘veld’ de studenten in de gaten hielden. Werkneemster was gewaarschuwd door de eigenaresse van de kampeerboerderij omdat een aantal studenten aan het roken waren bij de hooizolder. Bij haar val heeft werkneemster een wond aan haar linkerbeen opgelopen en een gebroken arm.

Vordering werkneemster
Werkneemster heeft werkgeefster aansprakelijk gesteld op grond van artikel 7:658 en 7:611 BW voor de door haar opgelopen schade, onder meer bestaande in een beperking in het strekvermogen van de rechterarm. Volgens werkneemster is werkgeefster aansprakelijk voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van dit bedrijfsongeval.

Aansprakelijk
Voorts zou de werkgeefster niet aan haar zorgplicht hebben voldaan, zowel op het punt van de inrichting en onderhoud van de werkplek van werkneemster als ten aanzien van de instructieplicht. Werkneemster vorderde een verklaring voor recht dat werkgeefster aansprakelijk is voor geleden schade en nog te lijden schade, een veroordeling tot vergoeding van de materiële en immateriële schade en veroordeling van werkgeefster in de kosten en de nakosten.

Verweer werkgeefster
Werkgeefster was van mening dat het ongeval niet heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de werkzaamheden, zodat artikel 7:658 BW toepassing mist. Verder zou werkgeefster haar zorgplicht niet hebben geschonden.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat het eerste verweer de vraagt stelt, of het optreden van werkneemster als begeleidster van het introductiekamp, en in het bijzonder het doorbrengen van de nacht op het terrein van de kampeerboerderij, moet worden gezien als een vorm van uitoefening van haar werkzaamheden. Volgens de kantonrechter is het vrijwillig karakter van deelname aan met name de slaapdienst relatief. De kantonrechter concludeert dan ook dat in de zin van artikel 7:658 lid 2 gesproken moet worden van een ongeval tijdens de uitoefening van de werkzaamheden.

Beperkte zeggenschap
Met betrekking tot het tweede verweer overweegt de kantonrechter als volgt. Voor zover de kampeerboerderij als de arbeidsplaats van werkneemster in de zin van artikel 1 lid 3 sub g van de Arbeidsomstandighedenwet moet worden beschouwd, moet worden vastgesteld, dat de zeggenschap van de werkgeefster over de inrichting van die arbeidsplaats zeer beperkt was.

Uiterst tijdelijke arbeidsplaats
Het was de exploitant van de kampeerboerderij, bij wie de eerste verantwoordelijkheid lag voor de veiligheid van het eigen personeel en van de gebruikers en op wie de verplichting rust een risico-inventarisatie te maken. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster ten onrechte de normen van haar reguliere werkplek op die van haar uiterst tijdelijke arbeidsplaats, de kampeerboerderij en omgeving, plakt.

Portofoon en zaklamp
Volgens de kantonrechter ligt op het grensvlak van inrichting, arbeidsmiddelen en veiligheid (artikel 3 lid 1 sub a/b, c en e/f Arbeidsomstandighedenwet) de al of niet ter beschikking stelling van zaklampen en portofoons. Werkgeefster mocht er van uitgaan, dat haar docenten, althans het leeuwendeel ervan, beschikte(n) over een eigen mobiele telefoon, dat die mobiele telefoons bereik hadden en dat de mobiele telefoons ‘aan’ stonden gedurende het kamp. Werkgeefster mocht er ook van uit gaan dat van de mobiele telefoons als communicatiemiddel gebruik zou worden gemaakt. Verder hoefde werkgeefster de docenten niet van portofoons te voorzien en mocht zij van haar docenten verwachten dat zij nummers hadden uitgewisseld.

Struikelgevoeligheid
Tevens is de kantonrechter van oordeel dat van werkgeefster niet verwacht hoefde te worden dat de ten behoeve van het kamp beschikbaar gestelde zaklampen, ook vervolgens werden gedistribueerd.
Tot slot overweegt de kantonrechter dat als de zeggenschap over de inrichting van de arbeidsplaats beperkt is of geheel ontbreekt, betekenis toekomt aan de instructiebevoegdheid van de werkgever. De zorgplicht hield niet in, dat de docenten ook nog eens specifiek op de ‘struikelgevoeligheid’ van scheerlijnen van tenten moesten worden gewezen.

Conclusie
Geconcludeerd kon worden dat er sprake was van een ongeluk, dat in de categorie huis-, tuin- en keukenongevallen thuishoort, ofwel de ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat er van aansprakelijkheid van werkgeefster op grond van schending van de zorgplicht niet kon worden gesproken. De vorderingen van werkneemster werden afgewezen.

Bron: Kantonrechter Breda, 4 april 2012, www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BW4044

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek