loading
views

Harry Vogels: Minister SZW schrijft veel, maar zegt weinig over nieuw cao-beleid

Harry Vogels

18 april 2012

Minister SZW schrijft veel, maar zegt weinig over nieuw cao-beleid

Door Harry Vogels, cao-expert

Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 18 april twee brieven geschreven over nieuw cao-beleid. Een brief naar de Tweede Kamer en een brief naar de Stichting van de Arbeid. Beide brieven gaan over nieuw cao-beleid. Hieronder mijn commentaar.

De brief van de minister aan de Tweede Kamer

> 18 april 2012 – Kamerbrief over het draagvlak van CAO-afspraken

De brief aan de Tweede Kamer is weinig concreet, bevat niet te controleren feiten en gaat vooral in op gedachtenspinsels van de minister en niet op beleid. Ook deze minister wil zijn vingers blijkbaar niet branden aan het zelf herzien van het avv-beleid (Wet AVV, 1937). De brief gaat vooral in op het begrip draagvlak en de definitie representativiteit aan werkgeverszijde en vakbondszijde.
Enerzijds zegt de minister dat er voldoende draagvlak is, maar anderzijds trekt hij dit ook weer in twijfel. Enkele opmerkingen mijnerzijds bij deze brief:

* de minister schrijft dat een cao alleen ge’avv’d wordt als voldoende werknemers betrokken zijn bij de bedrijven die een cao afsluiten; dit is een rekenkundige betrokkenheid en geen sociale betrokkenheid. In de meeste bedrijfstakken van meer dan 50.000 tot 100.000 werknemers zijn er slechts enkele werknemers betrokken bij het avv’en van een cao: voorbeelden uitzendwezen, horeca, et cetera

* de minister schrijft bij avv-beleid: ‘het gemiddelde representativiteitcijfer ligt al jaren stabiel rond de 80 %’. Dit kan de minister wel schrijven, maar dit percentage is door buitenstaanders niet te controleren. Er zijn diverse bedrijfstakken, waar het rommelt met representativiteitopgaven aan de minister. In de horeca werd een aantal jaren geleden aangetoond, dat de minister werd voorgelogen door cao-partijen met valse representativiteitcijfers. Het onderzoeksinstituut Research voor Beleid haalde deze cijfers toen op verzoek van een nieuwe werkgeversvereniging in de horeca (NHG) volledig onderuit.

* Tot ca. vijf jaar geleden werden alle aangeleverde representativiteitcijfers op www.cao.szw.nl gepubliceerd. Ik toonde toen echter foute zaken aan.
Daarna is niets meer transparant en moeten alle representativiteitcijfers via een WOB-verzoek boven tafel worden gehaald, zoals recent in de uitzendbranche. Ook in de bouw wordt getwijfeld aan de opgaven aan de minister (zie eerdere publicaties op mijn site).

* het representativiteitcijfer zegt ook zeer weinig over het draagvlak. In diverse bedrijfstakken hebben grote ondernemingen met de meeste werknemers in dienst alle macht in cao-besturen. Zij worden oververtegenwoordigd in de representativiteitcijfers. Kleine ondernemingen moeten zich houden aan cao’s en cao-fondsen, maar krijgen hier dikwijls niets voor terug. Bovendien bepalen grote ondernemingen de ‘ge’avv’de arbeidsprijs’ en drukken kleine ondernemingen uit de markt.
Ik ken voorbeelden waarbij kleine ondernemingen omvallen, door het cao-beleid van enkele grote ondernemingen.

* Betrekken werknemers in de sector? Als cao-adviseur werd ik recent betrokken bij nieuwe decentrale ontwikkelingen (zie publicaties over mijn werk op mijn site). Vakbonden FNV, CNV en De Unie hebben in beide processen een zeer felle en kwalijke rol gespeeld, om zoveel mogelijk alle nieuwe ontwikkelingen te blokkeren. De Directie Arbeidsverhoudingen van het ministerie SZW heb ik recent vooral geïnformeerd over deze ‘cao-oorlog in de bouw-sector’, maar die wilde niet intreden in deze nieuwe cao-ontwikkelingen. Vooral in de sector Bouw gaat het bijna uitsluitend over het eigen belang van cao-partijen zelf, door vele tientallen miljoenen euro’s in cao-fondsen voor eigen belang en niet voor het algemeen bouwbelang.

* ondersteuning van initiatieven van sociale partners met subsidiegeld?
Een van de laatste punten, die de minister noemt in zijn brief van 18 april 2012 is de gedachte om initiatieven in het kader van de kwaliteit van de arbeidsverhoudingen met subsidies te ondersteunen. Ik vind dit een absurde gedachte van de minister!! Voor cao-partijen is m.i. een belangrijk doel van het avv-beleid de financiering van de eigen organisaties, naast het tot stand komen van gelijke arbeidsvoorwaarden in een bedrijfstak. Het is cao-partijen vooral te doen om de honderden miljoenen geldstromen via avv van cao-fondsen. Deze cao-fondsen zijn altijd voor 5 jaar ge’avvd en de reguliere cao’s voor 2 jaar.
(Er zijn vele cao’s die al lang verlopen zijn, maar de wel verplichte cao-fondsen gewoon doorlopen.)
Met deze cao-fondsen kunnen cao-partijen gemakkelijk zelf de kwaliteit van de (opgelegde?) arbeidsverhoudingen financieren!

De brief van de minister aan de Stichting van de Arbeid

> 18 april 2012 – Brief aan Stichting van de Arbeid

De minister gaat in deze brief ook in op het avv-beleid van vóór 2007. Hij schrijft hierover:
Vóór 2007 werden onafhankelijke partijen met een eigen cao vrijwel automatisch gedispenseerd door het Ministerie van SZW. Sinds 1 januari 2007 wordt dispensatie alleen verleend als er zwaarwegende redenen zijn waarom de avv’de cao redelijkerwijs niet kan worden toegepast en een eigen cao daarom noodzakelijk is. Die zwaarwegende redenen kunnen met name gelegen zijn in bedrijfsspecifieke kenmerken. Aanleiding voor de aanscherping van dit beleid was o.a. dat er bij enkele dispensatie-cao’s gegronde twijfel was over de onafhankelijkheid van cao-partijen.

De maatregel van toenmalig minister SZW De Geus werd genomen door acties vanuit de gevestigde vakbonden FNV, CNV en De Unie, die bang waren voor nieuwe opkomende vakbonden, zoals LBV, ABW en ABGP. Volgens FNV, CNV en de Unie waren dit afhankelijke (gele) vakbonden, maar volgens mij worden FNV, CNV en de Unie ook grotendeels gefinancierd door de werkgevers en zijn daarmee ook niet onafhankelijk.

Nu wil de huidige minister komen tot weer een ander dispensatiesysteem, met de volgende elementen: (citaat uit brief)
– een duidelijke aanduiding tot wie men zich moet wenden met een dispensatieverzoek;
– duidelijke beoordelingscriteria en voorwaarden waaraan het dispensatieverzoek moet voldoen;
– een beschrijving van de procedure waarin concrete termijnen zijn vermeld;
– de beslissing op het dispensatieverzoek dient te allen tijde schriftelijk en gemotiveerd te zijn.

Probleem daarbij is dat de gevestigde cao-partijen zelf de criteria kunnen blijven bepalen, zoals dit nu ook al gebeurd in veel cao’s. In veel van de huidige cao’s wordt nu bijvoorbeeld bepaald dat cao’s alleen kunnen worden gedispenseerd, wanneer met de gevestigde partijen FNV, CNV en De Unie zelf een cao wordt afgesloten. En dus niet met andere vakbonden.

Dat betekent dat FNV, CNV en De Unie de macht (en het cao-fonds-geld) in handen kunnen blijven houden door te weigeren aan tafel te gaan met een onderneming of een branche, die liever een eigen cao wil. Zo gebeurde ook bij de sector Hellende Daken. FNV, CNV weigerden veelvuldig op uitnodigingen van de branche Hellende Daken in te gaan, waarna de branche overleg heeft gevoerd met vakbond LBV. Op grond van de dispensatieregels in de bouw-cao zal de cao Hellende Daken niet worden gedispenseerd.

Mijn conclusie
Het is mijns inziens beter het gehele dispensatiebeleid in handen te geven van een onafhankelijke cao-autoriteit, zoals bepleit door de Nationale Denktank. Juist omdat het hier gaat om extreem grote financiële belangen voor de gevestigde partijen, waardoor deze erbij gebaat zijn alles bij het oude te laten en liever niets te willen dispenseren.

Harry Vogels
www.caoadvies.nl

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek