loading
views
0 reacties
Harry Vogels

Column Harry Vogels: ABU-CAO verlenging

Sociaal-econoom Harry Vogels is adviseur en trainer op het gebied van CAO’s. Hij beantwoordt alle vragen over toepassing, dispensatie/vrijstelling, indeling, algemeen verbindend-verklaringen of eigen ondernemings-CAO’s. Vogels begeleidt zowel organisaties als individuen en is gespecialiseerd in de arbeidsvoorwaarden in de flexmarkt. Na een loopbaan als HR-adviseur bij grote tot zeer grote werkgevers opende hij in 2002 zijn eigen adviespraktijk. Vogels publiceerde vele artikelen en (hand)boeken over CAO’s en schrijft regelmatig voor onder meer Sociale Zaken Actueel, Sociaal Beleid Thema en FlexNieuws. X

Harry Vogels

4 april 2012

ABU-CAO verlenging, hoe is de situatie?

Alleen ABU-leden zijn de eerste 26 weken vrijgesteld van betaling inlenersbeloning.
Ongebonden uitzendbureaus vallen nu onder de Waadi.

De ABU-cao is voor 4 maanden verlengd, zo maakten cao-partijen vorige week bekend. Zij kwamen er vóór 1 april niet uit en menen dat een cao-loos tijdperk per april 2012 onwenselijk is met het oog op de rechtszekerheid van de arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en de continuïteit van de bedrijfsvoering van uitzendondernemingen. Zo staat in een bericht van partijen.

Voor de ABU-leden is deze cao-verlenging goed nieuws, zij kunnen doorgaan met de eigen loonschalen in de eerste 26 weken, maar voor ongebonden uitzendbureaus gelden vanaf nu andere loonregels, omdat deze verlengde cao – naar verwachting – niet algemeen verbindend zal worden verklaard. Ik ga in op de gevolgen van de verlengde ABU-cao.

ABU-loonparagraaf, de Waadi en de inlenersbeloning
De ABU-cao heeft al vele jaren een eigen loonparagraaf voor de eerste 26 weken van de inlening. Dit in tegenstelling tot de NBBU-cao en NVUB-cao, die geen eigen loonparagraaf kennen.
Bij de ABU-cao gaat het om de artikelen 18 t/m 29 van de ABU-cao. In deze artikelen worden zaken omschreven als de functie-indeling, de beloning voor uitzendkrachten en vakkrachten, loonverhogingen, periodieken, toeslagen, kostenvergoeding, etc. Allemaal zaken, waarop de ABU negatief afwijkt van de wet gedurende de eerste 26 weken.

Na deze 26 weken wordt positief afgeweken van de wet.
Want volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) moet de intermediair het loonverhoudingsvoorschrift toepassen. Dit betekent dat de werknemer aanspraak heeft op hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen als de inlener betaalt aan eigen medewerkers, in gelijke of gelijkwaardige functies.
De Waadi maakt het echter mogelijk om van bovengenoemde regel bij cao (van de intermediair of van de inlener) negatief af te wijken. De ABU-cao maakt hier gebruik van, de NBBU-cao in enkele gevallen voor bepaalde groepen en de NVUB-cao niet; daar gelden de lonen en vergoedingen van de inlener. Deze cao’s volgen dus het loonverhoudingsvoorschrift.

Geen algemeen verbindend verklaarde ABU-cao, dan geldt de wet, zegt de ABU
Op 31 maart 2011 bericht de ABU, in vervolg op het aflopen van de algemeen verbindend verklaring, het volgende:
‘Het arbeidsrecht kent veel bepalingen van driekwart dwingend recht. Dit houdt in dat afwijking van die wettelijke bepalingen mogelijk is bij cao, ook ten nadele van de werknemer. De ABU-cao maakt voor een aantal bepalingen gebruik van deze mogelijkheid. Van driekwart dwingend recht mag niet bij individuele arbeidsovereenkomst afgeweken worden. Bepalingen die afwijken van driekwart dwingend recht werken niet na. Nu de cao niet langer rechtstreeks op deze werkgever van toepassing is, is er geen sprake meer van afwijking bij cao. Het van toepassing verklaren van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst, zorgt ervoor dat deze bepalingen onderdeel worden van die individuele arbeidsovereenkomst. Voor de bepalingen die afwijken van driekwart dwingend recht is dat niet voldoende, waardoor deze bepalingen kracht verliezen.’

Conclusie: alleen via de cao kan worden afgeweken van de wet. Vanaf 1 april is er geen algemeen verbindend verklaarde cao meer en dus geen cao voor ongebonden uitzendbureaus. Voor de ongebonden uitzendbureaus geldt de wet en voor ABU-leden de cao. Voor de ongebonden uitzendbureaus geldt de inlenersbeloning en voor ABU-leden de ABU-lonen in de eerste 26 weken.

Inlenersbeloning versus ABU-lonen
En onderzoek onder uitzendbureaus leert mij dat de inlenersbeloning, zoals bij NBBU-leden geldt, dikwijls hoger is dan de ABU-lonen. Voorbeelden: een serveerster kan bij een ABU-lid in principe een uurloon van € 8,35 krijgen en bij een NBBU-lid een uurloon van € 9,17. Een schoonmaakster mag bij een ABU-lid € 9,00 per uur verdienen en bij een NBBU-lid moet dat minimaal € 10,28 zijn.
Een verschil van circa 10 % dus. NBBU-leden melden mij echter, dat ABU-leden wel degelijk voor een lager tarief uitzendkrachten wegzetten en vinden het eigenlijk heel vreemd dat er op deze wijze concurrentie is door het negatief afwijken van de wet. Soms ontdekken uitzendkrachten dit zelf ook en geven er de voorkeur aan om liever bij een NBBU-lid te werken dan bij een ABU-lid, die minder betaalt. Zo wordt mij gemeld door een NBBU-lid. Ook begrijpen veel NBBU-leden niet dat de vakbonden FNV, CNV en De Unie slechtere arbeidsvoorwaarden voor werknemers overeenkomen dan vakbond LBV.
De ABU meldt mij, dat ABU-leden ook de inlenersbeloning betalen wanneer dit is afgesproken in de inleen-cao en volgens de FNV staat in veel inleen-cao’s een betaling op minimumloonniveau voor uitzendkrachten. Dit alles maakt het allemaal erg complex en ondoorzichtig.

Cao-gesprekken gaan vooral over de inlenersbeloning
FNV heeft onder de leden een enquête gehouden en uit deze enquête kwam naar voren dat veel uitzendkrachten minder verdienen dan hun vaste collega’s. Bijna 70% van de invullers zegt minder te verdienen. Het verschil zit ‘m volgens invullers in bijvoorbeeld het niet krijgen van toeslagen, een 13e maand of andere bonussen. ‘ik verdien hetzelfde maar ik krijg het niet’, zo schrijft een van de invullers. Marriëtte Patijn, bestuurder bij de FNV en eerste onderhandelaar bij de ABU-cao: ‘Onze inzet voor de nieuwe cao wordt daarom: vanaf de eerste werkdag gelden voor uitzendkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden die de vaste krachten in een bedrijf hebben.’

Commentaar op de ontwikkelingen bij ABU-cao
De ABU heeft nu iets langer de tijd om na te denken over de toekomst van de loonparagraaf in de ABU-cao en vakbonden accepteren nog een paar maanden,
dat de ABU-leden in de eerste 26 weken geen inlenersbeloning betalen. Hiermee wordt voorkomen, dat ABU-leden vanaf 1 april de inlenerbeloning moeten invoeren.
Er ontstaat nu een periode dat uitsluitend de ABU-leden eigen loonschalen mogen hanteren gedurende de eerste 26 weken. Voor alle andere uitzendbureaus in Nederland geldt de inlenersbeloning, zoals dit is voorgeschreven in de Nederlandse en Europese wetgeving, de Waadi en de Europese Richtlijn Uitzendarbeid.
Ik hoop dat de ABU de komende zomermaanden tot bezinning zal komen. Want waarom zou deze grote en nette werkgeversclub nog steeds willen afwijken van de wetgeving?
En als de ABU dit zo graag wil, dan moeten de vakbonden wel worden overtuigd. Ik denk dat dit in deze tijd niet meer zal lukken. Ook denk ik dat de vakbonden niet meer akkoord zullen gaan met een algemeen verbindende verklaarde ABU-cao, waarin op loongebied negatief wordt afgeweken van de Nederlandse en Europese wetgeving. Na deze zomer weten we meer.

Harry Vogels
www.caoadvies.nl

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek