loading
views

Verplicht 104 weken loon doorbetalen?

28 maart 2012

Werknemer vordert met succes doorbetaling van zijn loon na een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft namelijk in strijd met het opzegverbod wegens ziekte de arbeidsovereenkomst opgezegd.

De opzegging is door de aanvang van een nieuwe ziekteperiode nietig. De arbeidsovereenkomst duurt onverminderd voort en werkgever is gehouden het salaris te betalen.

De feiten
Werknemer is bij werkgever in dienst getreden in de functie van chauffeur kraanwagen. In 2008 is werknemer arbeidsongeschikt geraakt vanwege heupklachten. Op 10 december 2010 heeft werknemer zijn arbeid weer aangevangen. De reeds aangevraagde WIA uitkering is op 4 januari 2011 door het UWV afgewezen omdat werknemer door de werkhervatting geschikt werd geacht voor zijn eigen werkzaamheden.

Opnieuw ziek gemeld
Per 25 januari 2011 heeft werknemer zich opnieuw ziek gemeld vanwege rugklachten. Werkgever dient vervolgens op 30 juni 2011 een ontslagaanvraag in bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, welke ontslagvergunning op 24 augustus 2011 door het UWV wordt verstrekt. Werkgever zegt de arbeidsovereenkomst met werknemer op tegen 1 november 2011. Werknemer accepteert deze beëindiging niet en stapt naar de rechter waar hij doorbetaling van zijn loon vordert.

Standpunt werkgever
Werkgever stelt zich op het standpunt dat werknemer pas per 4 januari 2011 volledig in staat was om zijn werk te hervatten. Volgens werkgever is niet voldaan aan de eis die de wet stelt voor het ontstaan van een nieuwe loondoorbetalingverplichting, namelijk een periode 4 weken zonder onderbreking arbeid verrichten. Werkgever stelt om die reden niet gehouden te zijn om werknemer opnieuw voor een periode van 104 weken zijn loon te betalen in het kader van ziekte. Er is slechts sprake van een onderbreking van drie weken (4 januari 2011 tot en met 24 januari 2011).

Opbouwschema
De werkgever onderbouwt dit als volgt. Werknemer heeft in de periode van augustus 2010 tot 7 december 2010 gewerkt op basis van een in overleg met de bedrijfsarts opgesteld opbouwschema (arbeidstherapeutische basis). Vervolgens heeft werknemer van 8 december 2010 tot en met 3 januari 2011 geen werkzaamheden verricht. Ook heeft de arbeidsdeskundige gesteld dat de bedongen werkzaamheden passend waren en dat werknemer per 4 januari 2011 volledig in staat was zijn werk te verrichten. Op welke datum werknemer zijn werkzaamheden ook heeft hervat.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter begint met de vaststelling dat uit het UWV-rapport is gebleken dat per 10 december 2010 werknemer arbeidsgeschikt is verklaard. De stelling van werkgever dat werknemer vóór 4 januari zijn werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis verrichtte doet daar, volgens de rechter, niets aan af.

Meer dan vier weken
De kantonrechter oordeelt dan ook dat per 25 januari 2011 sprake is van een nieuw ziektegeval nu tussen 10 december 2010 en 25 januari 2011 meer dan 4 weken onafgebroken arbeid is verricht. Op grond hiervan is voor werkgever een nieuw loondoorbetalingplicht van 104 weken ontstaan. Aangezien werknemer sinds 25 januari 2011 arbeidsongeschikt is, geldt het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW). Het ontslag is derhalve nietig. De arbeidsovereenkomst duurt ook na 1 november 2011 voort. Werkgever is gehouden tot loondoorbetaling en wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Bron: Sector kanton Rechtbank Dordrecht, 01-03-2012, www.rechtspraak.nl, LJN-nr BV7937

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek