loading
views

Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst | Wet CAO

Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, Wet CAO, is van kracht sinds 1927. Een CAO is een schriftelijke overeenkomst met afspraken over lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Een CAO kan door één of meer werkgevers, één of meer werkgeversorganisaties of één of meer werknemersorganisaties (meestal vakbonden) afgesloten worden. Het betreft een bedrijfstak-CAO als er meerdere werkgevers bij betrokken zijn of een ondernemings-CAO als het maar één werkgever betreft.



De Wet CAO regelt onder meer:

  • wat een CAO precies is;
  • wie bevoegd is tot het afsluiten van een CAO. Verenigingen van werkgevers en van werknemers moeten in hun statuten vastleggen dat zij bevoegd zijn tot het afsluiten van een CAO;
  • dat de vereniging die een CAO afsluit, verplicht is, de CAO aan de leden te verstrekken;
  • dat bepalingen in een arbeidsovereenkomst die strijdig zijn met de CAO, nietig zijn;
  • wie gebonden is aan de CAO;
  • dat de werkgever die aan een CAO gebonden is, de CAO ook moet toepassen op niet-gebonden werknemers;
  • dat bij overname van een onderneming, de rechten en plichten in de CAO overgaan op de nieuwe werkgever.

In een CAO kunnen dezelfde soort afspraken worden vastgelegd die normaal gesproken in een arbeidsovereenkomst staan. Denk daarbij aan arbeidsduur, beloning (loonschalen); ATV- en vakantieregeling, overwerkregeling, regeling in geval van ziekte, arbeidsomstandigheden en veiligheid, pensioenregeling, ontslagregeling, etc.

Individuele arbeidsovereenkomst
De CAO werkt altijd door in een individuele arbeidsovereenkomst. Iedere werkgever is verplicht in de individuele arbeidsovereenkomst te vermelden of een CAO van toepassing is. Indien een CAO van toepassing is gelden de bepalingen die daarin staan. Het is toegestaan om in een bedrijfsregeling of individuele arbeidsovereenkomst in voor de werknemer gunstige zin af te wijken van de CAO. Echter, afwijkende afspraken die nadelig uitpakken voor de werknemer zijn nietig. In sectoren waarvoor geen CAO geldt, moeten werknemers individueel met hun werkgever over hun arbeidsvoorwaarden onderhandelen.

Soorten CAO’s
Omdat in de loop der tijd steeds meer verschillende arbeidsvoorwaarden in CAO’s werden opgenomen, is er een verdeling ontstaan naar:

  • soorten arbeidsvoorwaarden (naast de reguliere CAO een aparte CAO voor bijvoorbeeld VUT, Sociaal Fonds, Scholing en werkgelegenheid);
  • groepen voor wie afwijkende voorwaarden gelden (bijvoorbeeld hoger / lager personeel). Deze laatste groep CAO’s komt echter steeds minder vaak voor.

De reguliere CAO heeft vaak een looptijd van twee jaar. Specifieke CAO’s (zoals voor bijvoorbeeld de VUT) zijn meestal vijf jaar geldig.

Pensioen: Wet BPF en WVB
De Wet verplichte deelneming in de bedrijfstakpensioenfonds 2000, Wet BPF 2000, geeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bevoegdheid om op verzoek van sociale partners de deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds voor bedrijfsgenoten verplicht te stellen.
> Download Wet BPF 2000 »

De Wet verplichte beroepspensioenregeling, WVB, geeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bevoegdheid om op verzoek van belangenorganisaties de deelneming in een beroepspensioenregeling voor beroepsgroepen verplicht te stellen.
> Download WVB »

Fondsen
Fondsen kunnen in de vorm van een afzonderlijke CAO vorm worden gegeven, maar ook onderdeel uitmaken van een reguliere CAO.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek