loading
views

Proeftijd en concurrentiebeding

21 maart 2012

Een werknemer die tijdens zijn proeftijd weer in dienst treedt bij zijn voormalige werkgever is gebonden aan zijn concurrentiebeding.

Inleiding
In onderhavige zaak speelde de vraag of een werknemer die tijdens zijn proeftijd zijn arbeidsovereenkomst opzegt kan worden gehouden aan zijn concurrentiebeding met zijn kersverse werkgever. Het concurrentiebeding moet in beginsel ook worden nagekomen indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens de proeftijd. Onder omstandigheden kan de rechter bij een belangenafweging tussen werkgever en werknemer echter tot een ander oordeel komen.

Concurrentiebeding
Werknemer is op 1 oktober 2011 voor drie maanden in de functie van accountmanager in dienst getreden van werkgever (hierna: ‘werkgever x’). Werkgever x is een onderneming die onder meer nieuwe en gebruikte computer hardware apparatuur en informatie- en technologie (ICT) levert. Voorheen was werknemer werkzaam bij een onderneming die eveneens in computerhard- en software handelt (hierna: ‘werkgever y’). Werkgever x en werknemer zijn een proeftijd van één maand overeengekomen. Tevens zijn partijen een concurrentie-, een relatie- en een geheimhoudingsbeding overeengekomen.

Eén jaar
Kort gezegd verbiedt het concurrentiebeding werknemer om binnen één jaar na het einde dienstverband in dienst te treden bij een onderneming met vergelijkbare activiteiten. Het relatiebeding verbiedt werknemer om binnen één jaar na einde dienstverband zakelijke contacten te onderhouden met klanten, leveranciers opdrachtgevers en andere relaties van de werkgever x. Indien werknemer één van voornoemde bedingen overtreedt verbeurt de werknemer een boete van 10.000 euro alsmede een boete van 500 euro voor elke dag dat de overtreding heeft plaatsgevonden en voortduurt.

Opzegging in proeftijd
Werknemer heeft op 27 oktober 2011 per e-mail zijn werkgever x laten weten de arbeidsovereenkomst in de proeftijd te willen opzeggen. Naar aanleiding hiervan hebben diverse gesprekken tussen partijen plaatsgevonden en heeft werknemer aangegeven weer in dienst te willen treden van zijn vorige werkgever (hierna: ‘werkgever y’). Werkgever x heeft werknemer gewezen op zijn gebondenheid aan het concurrentiebeding.

Directe concurrent
Werkgever x heeft vervolgens werknemer bij brief van 4 november 2011 nogmaals gewezen op het concurrentiebeding en aangegeven dat werkgever aanspraak maakt op de boetes indien werknemer in dienst treedt bij zijn voormalig werkgever y, een directe concurrent van werkgever x. Op 18 november 2011 heeft werknemer schriftelijk aan werkgever x laten weten zij geen belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding omdat haar bedrijfsgegevens enkel een dagwaarde hebben en hij er slechts tien dagen werkzaam is geweest.

Vordering werkgever en verweer werknemer
Werkgever x stelt dat werknemer een wanprestatie jegens werkgever heeft gepleegd door het concurrentiebeding te overtreden. Werkgever x vordert in onderhavige procedure (een voorschot op) de verbeurde boetes. Daarnaast vordert zij in onderhavige procedure werknemer te bevelen zich in de periode van 1 november 2011 tot 1 november 2012 aan het concurrentie, relatie- en geheimhoudingsbeding te houden op straffe van een dwangsom. Werkgever legt aan haar vordering ten grondslag dat zij een groot belang heeft bij nakoming van het beding, aangezien zij een directe concurrent is van werkgever y. Beide ondernemingen handelen in computers, randapparatuur en software.

Zelfde groep klanten
Tevens leveren beide bedrijven uit de voorraad via de webshop en via een gespecialiseerd accountmanagersysteem hardware aan dezelfde groep klanten. Daarnaast stelt werkgever dat zij een bijzonder bedrijf is met een bijzonder businessmodel, vanwege een bepaalde inkoopstrategie, de wijze waarop zij de prijzen berekent, de ontginning van afzetmarkten en de wijze waarop accountmanager verkopen is de successleutel van werkgever. Voorts zou werknemer tijdens zijn korte dienstverband continu de computersystemen van werkgever x hebben doorzocht.

Werknemer vordert vernietiging concurrentiebeding
Werknemer vordert primair vernietiging van het concurrentiebeding en subsidiair dat het concurrentiebeding wordt geschorst totdat in daarover in de bodemprocedure zal worden beslist. Werknemer voert aan dat hij door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Zo werkt werkgever x met dagprijzen, waardoor de kennis die werknemer heeft over de inkoop- en verkoopprijzen veroudert met de dag. Daarnaast is werkgever y een veel kleinere en minder kapitaalkrachtige marktpartij dan werkgever x en kan zij het business model van werkgever x niet permitteren.

Beperkt ingewerkt
Voorts stelt werknemer dat hij beperkt is ingewerkt bij werkgever x en dat hem tevens geen structurele opleiding is geboden, waardoor het bestaan van terechte vrees voor ernstige benadeling van werkgever door verkregen kennis dan ook geen sprake kan zijn. Daarnaast stelt werknemer dat hij een lage opleiding heeft genoten en een beperkt arbeidsverleden te hebben, waardoor hij geringe kansen heeft op de arbeidsmarkt. Voorts dient te worden meegewogen dat werkgever x werknemer zelf heeft ‘weggekocht’ bij werkgever y door hem 50% meer salaris te bieden. Tot slot voert de werknemer aan dat het concurrentieverbod ook een te forse inbreuk maakt op zijn vrijheid elders een dienstverband te aanvaarden nu de arbeidsverhouding al tijdens de proeftijd is beëindigd (hoewel werknemer zelf heeft opgezegd).

Beoordeling
De voorzieningenrechter oordeelt dat het concurrentie-, relatie- of geheimhoudingsbeding geldig is overeengekomen. Hierover bestaat overigens tussen partijen ook geen geschil. Werknemer heeft volgens de voorzieningenrechter de stelling van werkgever x dat werkgever y een directe concurrent is niet met kracht van argumenten betwist. Daarnaast heeft werknemer zijn verweer dat hij de bijzondere positie van de werkgever in de markt niet wil aantasten, niet onderbouwd. Het had op de weg van werknemer gelegen om bijvoorbeeld een verklaring van werkgever y over te leggen, waaruit blijkt dat zij daadwerkelijk geen gebruik gaan maken van de kennis van de werknemer die hij heeft opgedaan bij werkgever x. Tevens is de voorzieningenrechter van oordeel dat de werknemer niet aannemelijk heeft kunnen maken dat werkgever y het kennelijk zeer winstgevende businessmodel van werkgever x niet zou willen navolgen. Voorts is aannemelijk geworden dat de werknemer in korte tijd is ingewijd in het speciale businessmodel van werkgever x zodat hij in ieder geval in de gelegenheid is geweest om kennis te nemen van concurrentiegevoelige informatie van werkgever x.

Gehouden aan concurrentiebeding
Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van mening dat – nu de werknemer ook zelf in de proeftijd zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd – de werknemer zich dient te houden aan het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van werknemer dat hij onbillijk wordt getroffen door het concurrentiebeding, aangezien hij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst welbewust heeft ingestemd met het concurrentiebeding. Het feit dat werkgever werknemer destijds heeft ‘weggekocht’ bij werkgever y doet hier niets aan af. Ook het argument dat werknemer geringe kansen op de arbeidsmarkt heeft gaat niet op, nu werknemer zelf heeft aangegeven toch ook ervaring te hebben in andere branches. De voorzieningenrechter beveelt de werknemer zich per heden met onmiddellijke ingang te houden aan het overeengekomen concurrentie, relatie- en geheimhoudingsbeding op straffe van een dwangsom. De door werkgever x gevorderde betaling van de verbeurde boetes is niet voor toewijzing vatbaar. Dit deel van de vordering is mede met het oog op eventuele matiging onvoldoende bepaald. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.

Bron: Voorzieningenrechter te ‘s-Gravenhage, 25 januari 2012, AR 2012-0201 (niet gepubliceerd op www.rechtspraak.nl)

Dit artikel is geschreven door Anneke Oonk, werkzaam bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten.

Voor meer informatie over de uitspraken of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar dhr. mr. Michael Kristel (Van Diepen Van der Kroef Haarlem, 023 542 42 92) of mw. mr. Mieke Dijkman (Van Diepen Van der Kroef Den Haag, 070 360 3151).

FlexLawyers, de samenwerking tussen FlexService Solutions en Van Diepen Van der Kroef Advocaten, biedt u tegen een scherpe prijs toegang tot specialisten in het arbeidsrecht.

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek