loading
views

Wet op de Loonbelasting 1964 | Wet LB

Wet op de Loonbelasting 1964
De Wet op de loonbelasting 1964, Wet LB 1964, regelt in Nederland de loonbelasting die de rijksoverheid in beginsel heft over loon en bepaalde uitkeringen. De inhoudingsplichtige houdt de belasting in op het loon of de uitkering en draagt deze af aan de Belastingdienst. Het gaat om een deel van de in box 1 belaste inkomsten, niet alleen loon in strikte zin, maar ook bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en belaste lijfrente-uitkeringen.



De Nederlandse loonbelasting is een afzonderlijke heffing. In de regel kan – onder bepaalde voorwaarden – de loonbelasting echter volledig verrekend worden met de Nederlandse inkomstenbelasting. De loonbelasting werkt in zo’n geval als een voorheffing. Kan de loonbelasting niet met de Nederlandse inkomstenbelasting verrekend worden, dan is de loonbelasting een zogenoemde eindheffing.

Berekening loonbelasting
De loonbelasting die moet worden ingehouden door de werkgever, wordt berekend over het loon. Er geldt een uniform loonbegrip voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De loonbelasting wordt berekend over de grondslag voor de loonbelasting. De hoogte van de in te houden loonbelasting wordt bepaald aan de hand van tabellen of rekenregels voor de loonbelasting.

Loon-in versus Loon-over administratie
In de wet op de loonbelasting uit 1964 is bepaald dat loon moet worden geadministreerd in het tijdvak waarin het wordt genoten door de werknemer. Dit wordt het loon-in systeem genoemd. Omdat de Belastingdienst noch UWV deze bepalingen ooit strikt heeft gehanteerd is er in de loop der jaren door een groot aantal werkgevers een systeem gehanteerd waarin het loon wordt geadministreerd in de periode waarop het betrekking heeft: het zogeheten loon-over systeem.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek