loading
views

Loonverhoudingsvoorschrift | Artikel 8 WAADI

Loonverhoudingsvoorschrift | Artikel 8 WAADI
Volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) moet de intermediair het loonverhoudingsvoorschrift toepassen. Dit betekent dat de werknemer aanspraak heeft op hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen als de inlener betaalt aan eigen medewerkers, in gelijke of gelijkwaardige functies. Dit wordt ook wel de inlenersbeloning genoemd.



Loonverhoudingsvoorschrift
De werkgever moet de werknemer dezelfde lonen en vergoedingen betalen als de inlener aan zijn eigen werknemers, in gelijke of gelijkwaardige functies, betaalt.

Afwijkingen mogelijk
De WAADI maakt het mogelijk om van bovengenoemde regel bij CAO (van de intermediair of van de inlener) af te wijken. De ABU CAO maakt hier gebruik van, de NBBU CAO niet; daar gelden altijd de lonen en vergoedingen van de inlener. De NBBU CAO volgt dus altijd het loonverhoudingsvoorschrift.

ABU CAO
De ABU cao kenden een eigen beloningssysteem voor uitzendkrachten tijdens de eerste 26 weken van de terbeschikkingstelling. Vanaf 31 maart 2015 past de ABU cao het loonverhoudingsvoorschrift toe tenzij de uitzendkracht behoort tot een bepaalde specifieke groep. Dit zijn bijvoorbeeld langdurig werklozen, re-integratiedoelgroepers, werkzoekenden in het kader van de Participatiewet en de uitzendkracht die geen startkwalificatie heeft en een opleiding volgt. Gedurende een periode van 52 weken met een maximale uitloop naar 104 weken wordt voor deze groep de ABU-beloning toegepast.

 

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek