| CAO bepalingen met betrekking tot flexkrachten |
CAO UMC 2008-2011
Artikel 1.1.2 Onvolledige arbeidsduur
De CAO gaat uit van een medewerker met een volledige arbeidsduur. Medewerkers met een onvolledige arbeidsduur hebben naar evenredigheid van hun arbeidsduur aanspraak op bepalingen uit deze CAO, tenzij in de CAO uitdrukkelijk anders is bepaald, of als dit uit de aard van de regeling blijkt.
Artikel 2.4 Dienstverband voor bepaalde tijd
Het dienstverband voor bepaalde tijd wordt aangegaan bij wijze van proef, voor een bepaalde periode, voor een bepaald werk, voor de duur van een opleiding of als onbezoldigd medewerker.
Artikel 2.5 Opvolgende dienstverbanden voor bepaalde periode en bepaald werk
1 Het aantal elkaar opvolgende dienstverbanden voor een bepaalde periode zoals bedoeld in artikel 2.4.2 en/of voor een bepaald werk zoals bedoeld in artikel 2.4.3 bedraagt ten hoogste drie. Indien meer dan drie dienstverbanden voor een bepaalde periode en/of voor een bepaald werk elkaar opvolgen met eventuele tussenpozen van niet meer dan drie maanden, geldt het laatste dienstverband als
aangegaan voor onbepaalde tijd.
2 Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid van artikel 2.4.2 bedraagt de totale duur van elkaar opvolgende dienstverbanden voor een bepaalde periode en voor een bepaald werk ten hoogste vijf jaar. Na afloop van deze maximale termijn kan de werkgever aansluitend het dienstverband ten hoogste eenmaal verlengen voor een termijn van maximaal zes maanden, mits dit dienstverband
wordt aangegaan voor het afronden van een bepaald werk en daarmee het maximum aantal van drie elkaar opvolgende dienstverbanden niet wordt overschreden. Met ingang van de dag waarop maximale termijn, vermeerderd met zes maanden, wordt overschreden, geldt het laatste dienstverband als aangegaan voor onbepaalde tijd.
3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende dienstverbanden met verschillende werkgevers, indien die werkgevers ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn.
Artikel 2.6 Voortgezet dienstverband
1 Als de medewerker met kennelijke instemming van de werkgever de werkzaamheden voortzet na het verstrijken van de tijd waarvoor het dienstverband is aangegaan, wordt het dienstverband geacht voor dezelfde tijd, doch telkens ten hoogste voor een jaar, en op dezelfde voorwaarden wederom te zijn aangegaan.
2 Als door toepassing van het eerste lid de maximale termijn voor aanstelling voor bepaalde tijd, dan wel het maximum aantal elkaar opvolgende dienstverbanden voor bepaalde tijd, zoals voorgeschreven in dit hoofdstuk, wordt overschreden, geldt het laatste dienstverband als aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 4.14 Uitzendkrachten
Overeenkomstig artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs is degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt aan het UMC aan deze arbeidskrachten een beloning verschuldigd overeenkomstig de bezoldiging die de werkgever toekent aan medewerkers die in dienst van het UMC werkzaam zijn in gelijke of gelijkwaardige functies. Partijen bij deze CAO zullen deze bepaling ter kennis
brengen van de Stichting Meldingsbureau Uitzendbranche, zoals vereist is op grond van de CAO voor Uitzendkrachten.
|