loading
views

EUR: Bulgaren werken vaak zwart, Polen werken via uitzendbureau

22 november 2011

Arbeidsmigranten vooral actief in de informele economie. Dat is een van de conclusies uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De arbeidsmigratie vanuit Polen, Bulgarije en Roemenie naar Nederland is zeer divers. Veel arbeidsmigranten verblijven tijdelijk in Nederland en pendelen op en neer, anderen verblijven hier een middellange periode en weer anderen willen zich definitief vestigen. Ook zijn er arbeidsmigranten die vooral actief zijn in de informele economie. De grote diversiteit van arbeidsmigratie is de belangrijkste conclusie van het rapport ‘Arbeidsmigratie in vieren’.

Arbeidsmigratie in vieren
Nederland heeft te maken met een groeiende instroom van arbeidsmigranten uit de nieuwe EU-landen in Midden- en Oost-Europa, vooral uit Polen, Bulgarije en Roemenië. Het onderzoek ‘Arbeidsmigratie in vieren’ wijst uit dat deze Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten een zeer gevarieerde categorie vormen. Sommige migranten zijn tijdelijke arbeidsmigranten: ze verblijven kort in Nederland, verrichten veelal laaggeschoold werk, onderhouden weinig contacten met Nederlanders en zijn nauwelijks geïntegreerd. Ze sturen een groot deel van hun inkomen naar het herkomstland en bezoeken vaak het herkomstland. Daarnaast zijn er hoogopgeleide arbeidsmigranten, die goed geworteld zijn in de Nederlandse samenleving maar tegelijk sterke banden hebben met het thuisland. Ze onderhouden contacten met autochtone Nederlanders, spreken veelal Nederlands, maar sturen ook veel geld naar het herkomstland en gaan er vaak op bezoek. We noemen hen transnationale of bi-nationale arbeidsmigranten. De verwachting is dat zij op termijn terugkeren of doormigreren naar een ander land. Een derde type zijn vestigingsmigranten. Ook hier gaat het veelal om hoogopgeleide migranten, die veelal al langer in Nederland verblijven en aangeven voor langere tijd (meer dan 5 jaar) of te willen blijven. Zij sturen weinig geld naar het herkomstland, maar wonen met hun (eventuele) partner en kinderen in Nederland. Een vierde categorie betreft footloose migratie. Deze migranten zijn kort in Nederland, ze spreken daarom slecht Nederlands en zijn hier nog weinig geworteld. Ze zijn veelal laagopgeleid en hebben een zwakke arbeidspositie in Nederland. Het betreft deels, maar niet alleen, Bulgaren die zonder geldige werkvergunning (TWV) naar Nederland zijn gekomen en hier vaak werkzaam zijn in de informele economie. Maar ook jonge, hoger opgeleiden die op zoek zijn naar een baan treffen we onder deze categorie aan.

Andere belangrijke uitkomsten van het onderzoek zijn:
– De overgrote meerderheid (95%) van de respondenten had betaald werk. Poolse respondenten verrichten vaak agrarisch werk (tuinbouw), Bulgaarse respondenten verrichten vaak laag- of ongeschoold werk in fabrieken, de horeca, de bouw of als verhuizer, schoonmaker of babysitter. Veel Roemeense respondenten verrichten werk waarvoor een zekere kunde is vereist: in de bouw of scheepsbouw of als technicus, ingenieur, kok of kleermaker. Daarnaast verricht bijna een kwart van de Roemeense respondenten hooggeschoold werk.

– De meerderheid van de Poolse respondenten heeft werk gevonden via een uitzendbureau. Vaak is sprake van georganiseerde arbeidsmigratie (´all inclusive´ arrangementen) waarbij het uitzendbureau de reis, het werk en ook de huisvesting regelt. Deze arrangementen maken de arbeidsmigrant sterk afhankelijk van het uitzendbureau. Bij Bulgaarse migranten spelen informele contacten een belangrijke rol: velen van hen vinden werk en huisvesting via al in Nederland verblijvende vrienden of familie.

– Eén op de vijf respondenten zijn ‘eigen rekening werkers’: ze werken als zelfstandige, maar zijn lang niet altijd als zodanig ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ze werken vooral als schoonmaker (meestal voor particulieren), in de bouw, en in mindere mate in de tuinbouw of als hovenier. We troffen ook 26 ‘posted workers’: ze zijn formeel in dienst van een Roemeens bedrijf, maar werken (voor een lager loon) in Nederland als geschoold bouwvakker (lasser, smid) in de scheepsbouw.

– Roemenen en Bulgaren hebben een werkvergunning (TWV) nodig of in Nederland te kunnen werken. De Nederlandse regering wil het aantal TWV’s voor Roemenen en Bulgaren sterk beperken. Toch zien we dat aanzienlijke aantallen met name Bulgaarse migranten zonder TWV naar Nederland komen. Zij komen veelal terecht in informeel werk.

– Bijna één op de tien respondenten verricht hoogwaardige arbeid in Nederland. Zij zijn overwegend actief in zakelijke dienstverlening (IT-industrie) wn aanpalende industrieën, maar een enkeling ook als architect, tandarts of manager. Een derde van deze categorie geeft aan zich voorgoed in Nederland te willen vestigen.

– Tweederde van de respondenten is (zeer) tevreden met de woonomstandigheden. Veel respondenten delen hun woonruimte met anderen. Sommigen delen een studio met zijn tweeën, maar anderen bewonen een 4- of 5-kamerappartement met zijn tienen. De respondenten betalen gemiddeld tussen 350 en 460 euro per maand voor een kamer (vaak met anderen gedeeld). Voor zelfstandige woonruimte betaald men gemiddeld rond 600 euro per maand.

Onderzoek
Het onderzoek ‘Arbeidsmigratie in vieren’ is uitgevoerd door een groep onderzoekers van de Afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam onder leiding van prof. Godfried Engbersen. De studie is geschreven in opdracht van de Ministeries van BZK (WWI) en SZW. In de studie is gebruik gemaakt van enquetegegevens over de maatschappelijke positie (migratie, werken, wonen, teokomstverwachtingen, enz.) van in totaal 654 arbeidsmigranten afkomstig uit Polen, Bulgarije of Roemenië. Dit onderzoek is mede gefinancierd door het NICIS Institute en door de aan het onderzoek deelnemende gemeenten Rotterdam, Den Haag, Breda, Dordrecht, Zundert, Moerdijk, Westland, Hillegom, Katwijk en Oostland.

> Arbeidsmigratie in vieren, samenvatting

Bron: EUR, 21 november 2011

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek