loading
views

Ontslag zes jaar na YouTube-filmpjes

9 november 2011

Op 14 oktober 2011 oordeelde de kantonrechter te ’s-Gravenhage dat het plaatsen van filmpjes op YouTube zes jaar later nog een reden voor ontslag op staande voet is.

Feiten
Werkneemster was sinds 2001 in dienst bij werkgever, een zorgverlenende instelling voor ouderen, laatstelijk in de functie van verpleeghulp. In 2005 werkte zij op de afdeling psychogeriatrie. In de periode 2005-2007 heeft werkneemster tijdens werktijd zes filmpjes met haar mobiele telefoon gemaakt en vervolgens op www.youtube.com geplaatst. Op de filmpjes zijn zijzelf, een collega en een cliënte van de zorginstelling te zien.

Oh help!
De filmpjes met de namen ‘Mafkees Deel I’, ‘Hoofddoekactie’, ‘Gang crossen’, ‘Dokter Kluiff 1’, ‘Waar laat ik me zakje’ en ‘Vechten’ laten verschillende beelden zien. Zo is in ‘Dokter Kluiff 1’ te zien hoe werkneemster haar middelvinger opsteekt en “Fuck fuck fuck” roept. Waarna zij een badkamer binnenloopt waar een andere verpleegkundige een cliënte op het toilet helpt. Vervolgens zegt werkneemster dat zij dokter Bernhard is en loopt zij op de collega af. Zij zoomt in op haar voorovergebogen collega en zegt “Oh wat een lekker kontje”, terwijl de cliënte “Oh help!” roept.

Katheterzak
In een ander filmpje,‘Waar laat ik me zakje’, is te zien hoe een collega een volle katheterzak in haar hand heeft. Dezelfde cliënte als in het voorgaande filmpje is ook te zien. Cliënte zit nog steeds op het toilet. Er wordt door de medewerkers gelachen en werkneemster vraagt hoe de urine in de katheter ruikt die door één van de medewerkers wordt geleegd.

Schorsing per direct
Nadat de filmpjes door werkgever zijn ontdekt heeft er op 12 augustus 2011 een gesprek plaatsgevonden tussen werkgever en werkneemster. Naar aanleiding hiervan heeft werkgever besloten om werkneemster per direct te schorsen. Op 16 en 18 augustus 2011 heeft er wederom een gesprek plaatsgevonden waarin werkneemster is gehoord. Werkneemster heeft hierin toegegeven dat zij de filmpjes zonder toestemming van collega’s op YouTube heeft gezet. Zij verklaarde verder dat het werk op een psychogeriatrische afdeling ‘lachen’ is, dat ze een nieuwe telefoon had en dat ze er verder niet over had nagedacht. Werkgever heeft haar toen verteld dat zij de arbeidsovereenkomst beëindigt op grond van een dringende reden.
Werkneemster heeft daarop de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en loondoorbetaling gevorderd en werkgever heeft ontbinding op grond van dringende reden verzocht (voor zover vereist).

Standpunt werkneemster
Werkneemster was van mening dat er geen sprake was van een dringende reden. Het ging om erg korte filmpjes die al zes jaar geleden waren gemaakt en op YouTube waren geplaatst. Toentertijd was het niet mogelijk om filmpjes door te sturen en daarom zijn ze in onderling overleg op YouTube geplaatst. Voorts was er op één van de filmpjes een overleden collega te zien. Collega’s zouden het prettig hebben gevonden om deze beelden nog eens te kunnen zien. Werkneemster zag wel in dat het geen handige actie was en had er spijt van. Zij voerde aan dat het emotioneel zwaar werk is en dat ze een uitlaatklep zocht.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter was van oordeel dat het plaatsen van de filmpjes een dringende reden voor ontslag op staande voet rechtvaardigde. Het maken van beeldopnamen van cliënten in een weerloze, afhankelijke positie, die daarvoor geen toestemming geven of kunnen geven vormt op zichzelf reeds een grove schending van de privacy. Door het plaatsen van deze beelden heeft zij deze beelden voor een ieder ter wereld toegankelijk gemaakt. Weliswaar heeft werkneemster aangegeven dat zij zich destijds geen enkele rekenschap heeft gegeven van het effect van haar handelen en had zij achteraf spijt, maar dit neemt niet weg dat de filmpjes al zes jaar lang op internet staan en dat het nooit bij haar was opgekomen om de filmpjes te verwijderen. Dit was pas gebeurd nadat werkgever daartoe op 12 augustus jl. had gesommeerd.

Langdurige schending privacy
Bovendien heeft werkneemster hierdoor het vertrouwen in de zorgsector ernstig geschaad. Ook de door werkneemster aangevoerde omstandigheden waren geen rechtvaardiging voor deze grove schending van de privacy. Tot slot was de kantonrechter van oordeel dat er wel sprake was van een dringende reden omdat juist vanwege dit lange tijdsverloop de cliënte langdurig was blootgesteld aan schending van de privacy.
De kantonrechter wees de vordering van werkneemster dan ook af en ontbond de arbeidsovereenkomst – voor zover deze nog zou bestaan – per direct wegens een dringende reden.

Bron: Kantonrechter ‘s-Gravenhage, vonnis in kort geding en beschikking 14 oktober 2011 (niet gepubliceerd)

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek