loading
views

Keten van vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

25 oktober 2011

Op 7 september 2011 oordeelde de kantonrechter te Haarlem dat een arbeidsovereenkomst in de periode tussen twee op schrift gestelde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd was doorgelopen. Er was sprake van een keten van vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Feiten
Werknemer was sinds 28 juli 2008 in dienst bij werkgever in de functie van aspirant-beveiliger. De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode van 28 juli 2008 tot 28 juli 2009. Op 25 mei 2009 ontving werknemer een brief van werkgever waarin hem werd medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst zou worden verlengd tot en met 27 januari 2010 onder het voorbehoud dat hij zijn diploma Beveiliger 2 voor 27 juli 2009 zou halen. In het kader van zijn functie diende werknemer dit diploma te behalen anders zou de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigen.

Examen gehaald
Op 1 juli 2009 ontving werknemer wederom een brief van werkgever waarin stond dat nu de werknemer niet voor de gestelde termijn – voor 28 juli 2009 – het diploma had behaald, zijn arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd. Echter, werknemer heeft op 14 juli 2009 het afsluitende examen voor de opleiding Beveiliger 2 met goed gevolg afgelegd.

Nieuwe arbeidsovereenkomst, en verlengd
Werkgever en werknemer zijn hierna opnieuw een arbeidsovereenkomst met elkaar aangegaan voor de periode vanaf 19 augustus 2009 tot 19 februari 2010. Daarna is deze arbeidsovereenkomst nogmaals verlengd tot 18 februari 2011.

Spoedoperatie
Op 10 januari 2011 heeft werknemer te horen gekregen dat hij een spoedoperatie diende te ondergaan in verband met bij hem geconstateerde kanker. Diezelfde dag heeft werkgever werknemer verteld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Dit is op 12 april 2011 per brief aan hem bevestigd. Werknemer heeft op 18 april 2011 de nietigheid van het ontslag ingeroepen, alsmede wedertewerkstelling en betaling van achterstallig salaris.

Standpunt werknemer
Werknemer was van mening dat de eerste arbeidsovereenkomst van 28 juli 2008 tot 28 juli 2009 niet van rechtswege was geëindigd, omdat hij het diploma binnen de gestelde termijn had behaald. De tweede arbeidsovereenkomst was daarmee niet op 19 augustus 2009 begonnen, maar op 28 juli 2009. De derde arbeidsovereenkomst heeft hierdoor ook een verkeerde ingangsdatum gekregen. De laatste arbeidsovereenkomst was in feite op 28 januari 2011 afgelopen.

Opzegging nietig
Werknemer voerde aan dat hij, hoewel hij ziek was, nog steeds in dienst was op 28 januari 2011 en dat daardoor de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege was geëindigd. De opzegging tegen 18 februari 2011 was volgens hem nietig, omdat werkgever niet beschikte over een ontslagvergunning zoals bepaald in artikel 6 BBA. Toen werkgever op 11 mei 2011 weer arbeidsgeschikt was, behoorde werkgever hem toe te laten tot zijn werkzaamheden omdat er nog een arbeidsrelatie bestond.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter was van oordeel dat vaststond dat de tweede op schrift gestelde arbeidsovereenkomst was ingegaan op 19 augustus 2009. Het geschil tussen partijen spitste zich toe op de vraag hoe de periode tussen de eerste en de tweede op schrift gestelde arbeidsovereenkomst (de periode van 29 juli tot 19 augustus) diende te worden gekwalificeerd.

Werknemer: arbeidsrelatie doorgelopen
Werknemer was in tegenstelling tot werkgever van mening dat arbeidsrelatie gewoon door was gelopen. De kantonrechter overwoog in zijn oordeel dat in artikel 8 lid 2 van de arbeidsovereenkomst stond dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen, indien het diploma Beveiliger 2 niet zou worden behaald binnen de geldigheidsduur van het legitimatiebewijs. Nu werknemer het diploma voor afloop van de geldigheidsduur had behaald, heeft verlenging van het dienstverband plaatsgevonden zoals kon worden opgemaakt uit de brief van 25 mei 2009. De brief van 1 juli 2009 heeft hier geen verandering ingebracht.

Vier aaneengesloten arbeidsovereenkomsten
De voorlopige conclusie van de kantonrechter werd ook bevestigd in het feit dat de loonspecificatie over periode 8 geen eindafrekening bevatte. Daarnaast had werknemer in die periode 10 dagen gewerkt en 5 dagen vakantie genoten. De kantonrechter was van oordeel dat er hier moest worden uitgegaan van een reeks van vier aaneengesloten arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Vordering werknemer toewijsbaar
Nu gesteld noch gebleken was dat bij cao was afgeweken van de wettelijke regeling, gold de laatste arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 7:668 a lid 1 sub b BW als aangegaan voor onbepaalde tijd. Er diende dan ook een ontslagvergunning als bedoeld in artikel 6 BBA te worden gevraagd. Het was te verwachten dat in de bodemprocedure zou komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet op 18 februari 2011 was geëindigd. De vordering van werknemer tot wedertewerkstelling en de vordering tot betaling van het salaris vanaf 17 februari 2011 tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst waren dan ook toewijsbaar. Overigens werd de wettelijke verhoging gematigd tot 10 procent in verband met de door werknemer ontvangen ziektewetuitkering vanaf 17 februari 2011.

Achtergrondinformatie
Ingevolge artikel 7:668a lid 1 sub a en b BW wordt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na een aantal contracten en/of na verloop van tijd van rechtswege geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Allereerst in geval sinds de begindatum van een eerste arbeidsovereenkomst van een reeks, met inbegrip van eventuele onderbrekingen van maximaal drie maanden, meer dan 36 maanden zijn verstreken (sub a). Vervolgens wanneer een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd begint (sub b). In bovenstaande uitspraak heeft de kantonrechter bepaald dat sprake was van meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en dat daardoor de laatste arbeidsovereenkomst een contract voor onbepaalde tijd was geworden.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BT2938

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek