loading
views

Verkorting arbeidsovereenkomst in proeftijd mag

12 oktober 2011

Een werkgever had zijn werknemer tijdens zijn proeftijd voorgesteld om de duur van de arbeidsovereenkomst te wijzigen van een jaar in een half jaar. De werknemer ging akkoord, maar vorderde na afloop alsnog loondoorbetaling. In eerste instantie werd de vordering toegewezen door de kantonrechter, maar de werkgever ging in beroep bij het hof Leeuwarden.

Geen misbruik van recht
Het hof Leeuwarden oordeelde op 26 juli 2011 dat in dit geval de verkorting van de duur van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd geen misbruik van recht opleverde. De werknemer was daardoor nietdusdanig onder druk gezet.

Geen duidelijk beeld van functioneren
Partijen kwamen op 9 december 2009 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar overeen waarbij de eerste maand als een proeftijd gold. De arbeidsovereenkomst ving aan op 4 januari 2010. Op 2 februari 2010, dus tijdens de proeftijd, gaf werkgever aan werknemer te kennen dat hij overwoog een beroep te doen op het proeftijdbeding, tenzij werknemer instemde met een verkorting van de duur van zijn arbeidsovereenkomst. De reden hiervoor was dat werkgever nog geen duidelijk beeld had van het functioneren van werknemer.

Van een jaar naar een half jaar
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou door de wijziging per 1 juli 2010 eindigen in plaats van 4 januari 2011. Werknemer stemde met dit voorstel in. Op 12 mei 2010 deelde werkgever werknemer mede dat werkgever de arbeidsovereenkomst niet wilde verlengen. De arbeidsovereenkomst zou per 1 juli 2010 van rechtswege aflopen.

Verlenging van proeftijd
Bij brief van 4 augustus 2010 berichtte werknemer werkgever dat hij meende dat de gewijzigde arbeidsovereenkomst in strijd was met artikel 7:652 BW (wetsartikel over de proeftijd). Door de duur van de arbeidsovereenkomst te verkorten naar zes maanden had in feite een verlenging van de proeftijd plaatsgevonden. Voor contracten voor bepaalde tijd met een arbeidsduur van minder dan twee jaar mag slechts een proeftijd van één maand worden overeengekomen. Wordt een langere proeftijd overeengekomen dan is deze nietig met als gevolg dat er nimmer een proeftijd heeft bestaan. Nu de proeftijd in het onderhavige geval langer was dan één maand is deze nietig, aldus werknemer. Werknemer vorderde loondoorbetaling vanaf 1 juli 2010 tot 4 januari 2011.

Kortere arbeidsovereenkomst als langere proeftijd
De kantonrechter wees de vordering van werknemer toe. De kantonrechter overwoog daarbij dat de werkgever de duur van de arbeidsovereenkomst had gewijzigd om zo het functioneren van werknemer over een langere periode te kunnen beoordelen. De kortere arbeidsovereenkomst fungeerde zo in feite als een langere proeftijd waardoor deze in strijd was met de proeftijdbepaling. De wijziging was nietig en de arbeidsovereenkomst duurde tot 4 januari 2011 voort.

Hoger beroep
De werkgever gaat met succes tegen de uitspraak van de kantonrechter in hoger beroep. Het hof Leeuwarden overweegt dat partijen bij een arbeidsovereenkomst nadere afspraken en wijzigingen in de bepalingen kunnen aanbrengen. Dit geldt ook voor de termijn waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan. Het hof is anders dan de kantonrechter van oordeel dat de proeftijd door de wijziging van de duur van de arbeidsovereenkomst niet is verlengd. Een van de essentiële elementen van een proeftijd ontbreekt, namelijk de bevoegdheid om gedurende de resterende looptijd de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen.

Niet ontoelaatbaar onder druk gezet
Het hof is voorts van oordeel dat de enkele omstandigheid dat werknemer met de wijziging van de duur van zijn arbeidsovereenkomst heeft ingestemd omdat anders de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd door werkgever zou worden beëindigd, niet maakt dat werknemer op ontoelaatbare wijze onder druk is gezet. Andere feiten of omstandigheden, die aanleiding zouden kunnen geven tot het oordeel dat werknemer op ontoelaatbare wijze onder druk is gezet, zijn niet gesteld of gebleken.

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van werknemer af.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BR6498

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek