loading
views

Tweede Kamer: aantal arbeidsmigranten onderschat – advies: wonen en werken loskoppelen

Gisteren heeft voorzitter Gerdi Verbeet van de Tweede Kamer het eindrapport van de Tijdelijke commissie Lessen uit recente Arbeidsmigratie in ontvangst genomen. De commissie heeft onderzoek gedaan naar de recente arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa. De hoofdpunten op een rijtje.

Wonen en werken loskoppelen
Volgens de commissie moeten wonen en werk van arbeidsmigranten losgekoppeld worden. Nu is het vaak nog de werkgever die voor beide zorg draagt. Op dit moment worden veel arbeidsmigranten uitgebuit, omdat werkgevers te hoge huren vragen. Ook gebeurt het dat werknemers direct dakloos zijn zodra ze hun werk kwijtraken. Ook de ABU vindt het koppelen van wonen en werk geen wenselijke situatie.

Certificeringssysteem
De commissie ziet voor de huisvesting een belangrijke rol weggelegd voor woningcorporaties en commerciële partijen. Bovendien moet er een certificeringssysteem komen voor uitzendbureaus die arbeidsmigranten willen huisvesten. In zulke gevallen moet in het arbeidscontract geen koppeling worden gelegd tussen wonen en werken.

Malafide uitzendbureaus
Verder zegt de commissie in haar rapport dat er actie moet worden ondernomen tegen malafide uitzendbureaus. Hiervan zijn er zo’n 6000, die gezamenlijk 100.000 mensen van werk voorzien. Deze uitzendkrachten worden veelal onderbetaald en uitgebuit. Zo moeten de arbeidskrachten vaak onredelijk hoge kosten betalen, zitten ze vast aan wurgcontracten en worden ze onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald.

Terug naar land van herkomst
Veel werkmigranten keren weer terug naar hun geboorteland. Zo is 60% van de Polen die tussen 2000 en 2009 naar Nederland kwamen alweer terug in het land van herkomst. Dit percentage is veel hoger dan het aantal Turkse en Marokkaanse gastarbeiders dat naar het land van herkomst is teruggekeerd.

Verdere toestroom
Voor de toekomst wordt een verdere toestroom van arbeidsmigranten verwacht, met name Roemenen en Bulgaren. Dit aantal kan oplopen tot 20.000 per jaar. Hoe de situatie zich op lange termijn zal ontwikkelen is onzeker.

Naleving van de cao
Uit het rapport blijkt ook dat Midden- en Oost-Europeanen geen Nederlandse werknemers van de arbeidsmarkt verdringen, behalve in specifieke sectoren op lokaal niveau. De commissie adviseert cao-partijen een autoriteit in te stellen die moet toezien op de naleving van de cao in sectoren waarin veel arbeidsmigranten werkzaam zijn. Ook moet harder worden opgetreden tegen zogenaamde ‘schijnzelfstandigen’, die eigenlijk in loondienst zijn, maar voor wie geen sociale premies worden afgedragen.

Bron: Tweede Kamer, 29 september 2011

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek