loading
views

Arbeidsovereenkomst of incidentele dienst?

12 september 2011

Op 22 augustus 2011 heeft de kantonrechter van de rechtbank Arnhem zich uitgesproken over de vraag of ‘op de winkel passen’ en één salarisoverboeking voldoende is om een werkrelatie aan te merken als een arbeidsovereenkomst.

Standpunt werknemer
In verband met het aanvragen van een WW-uitkering is het voor werknemer van belang dat de relatie wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Werknemer stelt dat hij in de periode juli 2008 tot en met april 2010 op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden heeft verricht in de winkel van werkgever en diverse klanten heeft geadviseerd bij de aanschaf van goederen.

Eén bankafschrift
Dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, wordt door werknemer onderbouwd aan de hand van getuigenverklaringen. Werknemer stelt dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen partijen. Partijen hadden afgesproken dat werknemer de leiding in de winkel had wanneer werkgever er niet was, aldus werknemer. Werknemer stelt verder dat hij salaris heeft ontvangen en dat hij dit contant heeft ontvangen. Uit een door werknemer overgelegd bankafschrift blijkt dat werknemer (in ieder geval) eenmalig via de bank salaris heeft ontvangen.

Standpunt werkgever
Werkgever betwist dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst. Aan de hand van getuigenverklaringen onderbouwt werkgever de stelling dat werknemer zelfstandig en voor eigen rekening zijn eigen handel in de winkel dreef. Volgens werkgever was er sprake van een huurovereenkomst. Werknemer had een eigen bedrijf en verkocht designmeubelen. Werknemer zou in 2009 uit zijn eigen pand zijn vertrokken, waarna werkgever zou hebben aangeboden dat werknemer een deel van zijn spullen naar de winkel overbracht om die van daaruit te verhandelen.

Op de winkel passen
Werkgever stelt dat werknemer als tegenprestatie voor deze huur bij zijn afwezigheid op de winkel paste en dat werknemer daarnaast dan ook de klanten van werkgever hielp. Volgens werkgever waren er afspraken gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengsten van de spullen van werkgever die dan werden verkocht. Werkgever stelt dat deze wederzijdse prestaties zijn te beschouwen als huur respectievelijk als vergoeding voor incidentele diensten, te weten werkzaamheden in opdracht. Werkgever ontkent dat sprake was van een gezagsverhouding. Werkgever merkt daarbij op dat in de winkel op alle spullen van werknemer een sticker was geplakt.

Kantonrechter
Volgens de kantonrechter bepaalt de wet dat sprake is van een arbeidsovereenkomst indien een werknemer zich verbindt in dienst van de werkgever tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Aan de volgende drie vereisten dient worden voldaan: gedurende zekere tijd arbeid, loon, en een gezagsverhouding. De kantonrechter overweegt dat uit het enkele feit dat werknemer op de winkel van werkgever zou passen bij diens afwezigheid, geen gezagsverhouding blijkt. Dat op alle spullen van werknemer een sticker was geplakt, ondersteunt volgens de kantonrechter de lezing van werkgever dat werknemer zijn eigen spullen verkocht. Dit duidt niet op een arbeidsovereenkomst.

Vergoedingen
De kantonrechter oordeelt dat uit één bankafschrift – waarop staat vermeld dat ‘salaris’ is overgemaakt – niet blijkt dat werknemer over een lange periode salaris ontving, waardoor niet kan worden aangenomen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter merkt de vergoedingen die werknemer ontving voor verkoopopbrengsten aan als vergoedingen voor incidentele diensten dan wel werkzaamheden in opdracht. Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan dat tussen werkgever en werknemer een arbeidsovereenkomst heeft bestaan.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BR5834

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek