loading
views
0 reacties
Martin Pikaart

Martin Pikaart: Pensioenfonds StiPP – het belang van de uitzendkracht

Martin Pikaart maakt zich al jaren sterk voor een eerlijker verdeling van de pensioengelden over de generaties. Als wiskundige heeft hij zich al vele jaren verdiept in de rekenmodellen van pensioenfondsen en constateert dat 50-minners per definitie aan het kortste eind trekken als het gaat om hun oudedagsvoorziening. Over het dreigende drama rond het pensioenbeleid heeft Pikaart onlangs een boek gepubliceerd: De Pensioenmythe. Hij is oprichter en voorzitter van Alternatief voor Vakbond (AVV). X

22 juni 2011

In een serie artikelen voor FlexNieuws neemt Martin Pikaart de pensioensituatie in de uitzendbranche onder de loep.

Martin Pikaart, voorzitter AVV, Alternatief voor Vakbond, maakt zich al jaren sterk voor een eerlijker verdeling van de pensioengelden over de generaties. Hij heeft zich vele jaren als wiskundige verdiept in de rekenmodellen van pensioenfondsen en constateert dat 50-minners per definitie aan het kortste eind trekken als het gaat om hun oudedagsvoorziening.

Over het dreigende drama rond het pensioenbeleid heeft Pikaart onlangs een boek gepubliceerd: De pensioenmythe

> Lees meer over Martin Pikaart

Lees meer over Martin Pikaart

Het pensioenfonds StiPP, deel 1: het belang van de uitzendkracht

De arbeidsmarkt wordt meer en meer flexibel, er komen steeds meer flexwerkers en tegelijkertijd vergrijst onze samenleving. Ook zijn de aanstaande versoberingen in het pensioenstelsel nu een hot issue. Allemaal goede redenen om je als uitzendkracht eens te verdiepen in je oudedag: hoe zit het daar eigenlijk mee?

StiPP
Als uitzendkracht bouw je pensioen op, bij de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten, kortweg StiPP. StiPP is opgericht op 1 januari 1999 en de pensioenregeling is verplicht voor alle uitzendbureaus en alle uitzendkrachten sinds 1 januari 2004.
De pensioenopbouw werkt heel anders dan in vrijwel alle andere pensioenfondsen. Bij andere fondsen krijg je een zogeheten toezegging (Defined Benefit in het Engels), dat wil zeggen een belofte tijdens je werkzame leven dat als je met pensioen gaat levenslang zo-en-zoveel ontvangt. Bij StiPP krijg je een pensioenpremie die wordt belegd om er een pensioenkapitaal mee op te bouwen (Defined Contribution in het Engels). Daarmee wordt op je pensioendatum een levenslange uitkering aangekocht. Maar de hoogte daarvan staat pas vast op je pensioendatum en niet al tijdens de opbouw.

Pensioen hangt af van vergrijzing en opgebouwd kapitaal

Het pensioen dat je krijgt hangt van een aantal factoren af. Als je kiest voor alleen ouderdomspensioen1 spelen onder meer de volgende factoren een rol op je pensioendatum: de levensverwachting die dan geldt voor een vers-gepensioneerde en natuurlijk je opgebouwde pensioenkapitaal.
De levensverwachting van een 65-jarige nu is ongeveer achttien jaar. Dat wil zeggen dat een 65-jarige van nu naar verwachting 83 gaat worden. Tegen de tijd dat jij met pensioen gaat zal de pensioenleeftijd hoger liggen, maar de levensverwachting zal waarschijnlijk nog harder stijgen dan de pensioenleeftijd, dus vermoedelijk heb je bij je pensioneren nog een levensverwachting van meer dan achttien jaar.
Een tweede bepalende factor en degene die het nauwst samenhangt met je werk: je opgebouwde pensioenkapitaal.

Het opgebouwde pensioenkapitaal
Dat opgebouwde pensioenkapitaal bestaat uit premie en rendement.
Je werkgever maakt pensioenpremie over aan StiPP. De eerste 26 weken nog niet. Daarna 52 weken lang 2,6 % over je salaris (dit heet de Basisregeling). Daarna (als je in fase B bent beland, dit heet de Plusregeling) wordt het een hoger percentage, maar over een lager bedrag: niet meer over je hele salaris, maar over de zogeheten pensioengrondslag. Die grondslag staat gelijk aan je weekloon minus de franchise, en die franchise bedraagt 228 € per week bij een 40-urige werkweek. De reden hiervoor is dat je over dit deel van je loon geen pensioen hoeft op te bouwen omdat je al AOW krijgt.

De werkgever betaalt 12,3 % premie over de grondslag aan StiPP. StiPP verdeelt de binnengekomen premie over de werknemers. Jongere werknemers krijgen minder premie bijgeschreven op hun pensioenrekening en oudere meer.
Ben je jonger dan 25, dan krijg je 5,25 % premie bijgeschreven. Dit percentage loopt op tot 18,78 % vanaf 60 jaar. De gemiddelde premie tussen 20 en 65 bedraagt 10,6 %. van de grondslag.
Als je precies 11,30 € bruto per uur verdient en je bent jonger dan 25, dan maakt het niet uit of je in fase A of B zit: in beide gevallen bedraagt de premie 30 cent per uur.

De kosten van StiPP
Deze pensioenpremie wordt belegd door StiPP. Niet alles, 7% gaat op aan administratiekosten2 en nog eens 7 % aan reserveringen. In totaal wordt er 14 % van je totale pensioenpremie afgehaald. De overige 86 % worden aan je pensioenrekening toegevoegd. De administratiekosten bedragen hiermee minimaal 2,3 % van het balanstotaal van StiPP. Dit is van belang, omdat recent onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (wederom) aantoont dat de kosten een belangrijk aspect vormen van de pensioenkwaliteit. Elke procent hogere kosten leidt tot een afname van het pensioenresultaat met 30 %. StiPP behoort hierdoor tot de absolute top van de pensioenfondsen in Nederland met de hoogste administratiekosten3. Nu is het logisch dat uitzendwerk hoge administratiekosten met zich meebrengt, maar deze kosten zijn zo hoog dat je je moet afvragen of het wel zinvol is om op deze manier geld voor pensioen opzij te zetten.

De pensioenuitkomst van StiPP
Naast de hoge administratiekosten en de eerste 26 weken zonder pensioenpremie is de pensioenpremie bij StiPP ook nog eens laag. De pensioenpremie in Nederland ligt op gemiddeld 17 % van het salaris. Sinds het rapport van de commissie Goudswaard uit 2010 weten we: deze 17 % is onvoldoende voor een pensioen van 70 % van het gemiddeld verdiende salaris. Om die 70 % te halen moet volgens Goudswaard de premie met 30 % omhoog, dus naar circa 22 %. Van het salaris, wel te verstaan. Als we dit omrekenen naar de grondslag gaat het percentage nog aanmerkelijk omhoog, en komen we royaal boven de 25 % uit.
Dat zijn heel andere percentages dan bij StiPP: eerst 26 weken geen enkele premie-inleg, daarna 52 weken 2,6 % van het salaris en tenslotte 12,3 % van de grondslag.
Toch meldt de site van StiPP het volgende4:
“Zo bouwt uw werknemer elk jaar een stukje pensioen op. Alle stukjes bij elkaar vormen het pensioen dat StiPP vanaf 65 jaar maandelijks uitkeert. Al deze stukjes kunnen samen met de AOW-uitkering uitkomen op ongeveer 70% van het gemiddelde brutoloon.”
Onzin dus op de site van StiPP.

Te lage en ‘eventuele’ pensioentjes
Als een pensioen van een voormalig werknemer te laag is en de administratiekosten dus relatief erg hoog, dan mag het pensioenfonds het pensioen afkopen. StiPP wil ruim 250.000 pensioenen afkopen omdat ze te laag zijn5. Dat is meer dan helft van de slapende pensioenen (opgebouwde pensioenen van voormalige uitzendkrachten). Dus voor meer dan de helft van de -voormalige- uitzendkrachten gaat het opgebouwde pensioenkapitaal helemaal niet uitgekeerd worden als pensioen, omdat het te klein is.
Ironisch genoeg sluit dit nauw aan bij het statutaire doel van StiPP. In de statuten van StiPP6 staat te lezen dat het door StiPP beheerde pensioenkapitaal onder andere ten goede komt aan “administratiekosten” en “overige uitgaven” en aan “eventuele uitkeringen aan gepensioneerde deelnemers”. Eventuele uitkeringen aan gepensioneerden: een vooruitziende blik van de StiPP-oprichters.

Beeld van StiPP in de media
Het beeld in de media daarentegen is uiterst positief. Zo schrijft de Volkskrant op 30 oktober 2010 in een vijf pagina’s tellende special over pensioenen onder het kopje “Het sterkste pensioenfonds”:
“Tienduizenden uitzendkrachten mogen zich gelukkig prijzen. Hun pensioenfonds StiPP heeft met een getal van 315 de beste dekkingsgraad van Nederland.” De Pers kopt op 8 september 2010: “Veilig pensioen? Word uitzendkracht!”.

Wat is hier aan de hand?
Het begrip dekkingsgraad zegt in feite helemaal niets over StiPP, omdat de pensioenregeling een Defined Contribution regeling is. Daardoor kun je de dekkingsgraad niet vergelijken met de dekkingsgraad van een ander fonds. Een normaal pensioenfonds met een dekkingsgraad van 315 zou inderdaad een uiterst veilig pensioen leveren.
De beeldvorming hier is vergelijkbaar met het volgende. Stel dat je een berichtje op Twitter zou lezen, dat het na een kwartier al 10-0 staat in een sportwedstrijd. Dan zou je kunnen denken dat de wedstrijd over en uit is. Dat zou kloppen als het een voetbalwedstrijd betrof, dan is er duidelijk sprake van een walk-over door een club die een paar klassen beter is. Echter, als het een basketbalwedstrijd zou zijn, is er niets aan het handje. Dan kan de club die achterstaat nog steeds winnen met 87-63.
Iets soortgelijks is er aan de hand met de dekkingsgraad en het pensioenfonds. De dekkingsgraad zegt iets over hoe het pensioenfonds ervoor staat, maar bij StiPP betekent het iets heel anders.
Gelukkig is er niemand die uitzendkracht wordt vanwege het vermeende superieure pensioen.

Conclusie
Ondanks het meer dan positieve beeld in de media, kan de conclusie alleen maar luiden: de gemiddelde uitzendkracht heeft weinig belang bij StiPP.
De premie is laag, in het begin bouw je niets op en de administratiekosten zijn hoog. Je hebt meer dan 50 % kans dat je opgebouwde pensioen wordt afgekocht.
Beter zou het zijn om het loon te verhogen met de pensioenpremie. Eventueel kan die gestort worden op een geblokkeerde bankrekening. Door de lage kosten van een bank houd je dan meer over.
Alternatieven zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld om pas na vijf jaar uitzendwerk pensioen op te bouwen, maar dan ook met een fatsoenlijke premie.

Voetnoten
1. Je kunt ook kiezen om een deel om te zetten in nabestaandepensioen, die keuze laat ik hier buiten beschouwing.
2. Dit percentage geldt voor de Basisregeling, zie StiPP Jaarverslag 2009, p.40. overigens bedragen de administratiekosten voor de Plusregeling maar liefst 10%, zie StiPP Jaarverslag 2008, p. 32.
3. Zie figuur 2 in http://www.afm.nl/layouts/afm/default.aspx~/media/files/rapport/2011/onderzoeksrapport-kosten-pensioenfondsen.ashx
4. Zie http://www.stippensioen.nl/werkgever/de-pensioenregeling-van-stipp/de-regeling-het-kort
5. Pagina 14 van http://www.stippensioen.nl/sites/default/files/downloads/StiPP_jaarverslag2009-WEB1.pdf
6. http://www.stippensioen.nl/sites/default/files/downloads/Statuten%20StiPP.pdf

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek