loading
views

Zes maanden loonbetaling uitzendkracht door verkeerde ontslagreden

14 juni 2011

Een werkgever ontsloeg een uitzendkracht, die op basis van arbeidsovereenkomst met uitzendbeding werkte, in eerste instantie op basis van slecht functioneren. Hof oordeelt dat de werkgever aan de uitzendkracht moet meedelen dat de uitzendovereenkomst wordt geëindigd omdat de inlener dat wil.

Beëindigen op verzoek van inlener
In het uitzendbeding (artikel 7:691 lid 2) staat: “In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 op verzoek van die derde ten einde komt.” Een uitzendcontract in fase A beëindigen moet daarom om de juiste reden gebeuren: het eindigen van de inleenopdracht op verzoek van de inlener. Niet functioneren is geen geldige reden voor ontslag.

Een maand
De uitzendkracht was op 1 oktober 2009 in dienst gekomen en al na een maand ontslagen. De werkgever had hem per brief laten weten dat meerdere functioneringsgesprekken niet tot een verbetering hadden geleid en dat daarom was besloten de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 9 november 2009. In 2010 doet de uitzender nog een ontbindingsverzoek voor het geval de arbeidsovereenkomst nog bestaat. De kantonrechter ontbindt de overeenkomst na dat verzoek per 22 juli 2010.

Loondoorbetaling in kort geding
De werknemer vindt dat de overeenkomst niet is geëindigd en vordert onder andere loondoorbetaling. De kantonrechter wijst het verzoek toe omdat het uitzendbureau als reden het disfunctioneren in plaats van het einde van de inlening heeft gegeven. Het uitzendbureau gaat in hoger beroep, maar het hof oordeelt hetzelfde. Op grond van artikel 7:691 lid 2 BW had de uitzender aan de uitzendkracht duidelijk moeten maken dat de uitzendovereenkomst werd beëindigd omdat de inlener dat wilde.

Vorderding toegewezen
Pas op 11 maart 2010 heeft de uitzender aan de gemachtigde van de ex-uitzendkracht geschreven dat het slechte functioneren er toe heeft geleid dat de inlener te kennen heeft gegeven niet langer van de uitzendkracht gebruik te willen maken. Het Hof wijst daarom de vordering tot loondoorbetaling toe tot en met 11 maart 2010.

Bron: rechtspraak.nl, LJN=BQ5861, 25 mei 2011

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek