loading
views

Ontbindingsvergoeding voor 76-jarige werkneemster

11 mei 2011

Ontbindingsvergoeding voor 76-jarige werkneemster
In de zaak die op 30 maart 2011 voor de kantonrechter te Haarlem speelde, ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van een 76-jarige werkneemster onder toekenning van een ontbindingsvergoeding.

Feiten
Een 76-jarige werkneemster is sinds 17 februari 2000 als oproepkracht in dienst bij werkgever in de functie van besteller. Daarnaast werkte werkneemster vanaf 1 mei 2010 voor twee dagen in de week op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Sinds 2008 heeft werkneemster diverse aanvaringen gehad met haar leidinggevende. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat werkneemster tijdens een conflict de echtgenoot van haar leidinggevende geslagen zou hebben. Werkgever heeft werkneemster vervolgens op non-actief gesteld.

Verzoek werkgever
Werkgever heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Volgens werkgever heeft werkneemster de afgelopen jaren slecht gefunctioneerd en was werkneemster onvoldoende bereid om haar werkinstructies op te volgen. Er waren regelmatig klachten over werkneemster, aldus werkgever. Werkneemster accepteerde de opmerkingen van werkgever hierover niet. Het conflict in januari 2011 met de echtgenoot van haar leidinggevende was de druppel die de emmer deed overlopen. Werkgever heeft geen vertrouwen meer in een vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Er is volgens werkgever sprake van een zodanig onwerkbare werksituatie dat de arbeidsovereenkomst dient worden beëindigd zonder toekenning van een ontbindingsvergoeding.

Verweer werkneemster
Werkneemster stelt zich op het standpunt dat het verzoek van werkgever dient worden afgewezen. Volgens werkneemster heeft zij altijd goed gefunctioneerd en is nooit met haar een functioneringsgesprek gevoerd, waaruit zou blijken dat sprake is van disfunctioneren. Omdat werkneemster haar werkzaamheden voornamelijk alleen uitvoert, stelt zij zich op het standpunt dat de verstoorde relatie met haar leidinggevende niet in de weg staat aan voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster ontkent dat tijdens het conflict in januari 2011 een handgemeen heeft plaatsgevonden. Een verlies van haar arbeidsovereenkomst zou voor haar betekenen dat zij de aanvulling op haar inkomen (bestaande uit AOW-uitkering en aanvullend pensioen) zou verliezen. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat zij nog in staat is om vijf jaar haar werkzaamheden te verrichten. In het geval de kantonrechter besluit de arbeidsovereenkomst te ontbinden, verzoekt zij de kantonrechter – vanwege haar leeftijd en de geringe kans om ander werk te vinden – een ontbindingsvergoeding toe te kennen die gelijk staat aan vijf jaarsalarissen. Volgens werkneemster valt werkgever een ernstig verwijt te maken van de ontstane situatie en is de enige werkelijke reden voor het ontbindingsverzoek de leeftijd van werkneemster. Dit levert volgens werkneemster geen objectieve rechtvaardigingsgrond op.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat voldoende is komen vast te staan dat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig verstoord is. Er is daarom een voldoende gewichtige reden aanwezig om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden. De vraag of werkneemster disfunctioneerde kan buiten toepassing blijven. De kantonrechter oordeelt voorts dat in de procedure niet is komen vast te staan wie van partijen de verstoorde arbeidsverhouding (voornamelijk) kan worden verweten. Nu de arbeidovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt ontbonden acht de kantonrechter een vergoeding van EUR 2.500 (2 maandsalarissen) ter aanvulling van haar inkomen billijk.

Bron: LJN: BQ0922,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 501122 / AO VERZ 11-110

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek