loading
views

Principeakkoord CAO Vleessector 2011-2013



20 april 2011

CAO-naam
CAO Vleessector

Download CAO Vleessector 2011-2013
> Principeakkoord CAO Vleessector 2011-2013

Looptijd
De looptijd van de nieuwe CAO bedraagt 24 maanden; van 1 april 2011 tot 1 april 2013.

CAO-code t.b.v. loonheffing
26

Loonmutaties
De werkelijke salarissen en de loontabellen worden in deze periode als volgt verhoogd:
– 1,5 % per 1 juli 2011
– een eenmalige uitkering van € 200 die uiterlijk 31 december 2011 zal worden uitbetaald, dit naar rato van deeltijd. De eenmalige uitkering geldt ook voor uitzendkrachten te betalen door de uitzendbureaus.

Arbeidsvoorwaarden

Uitzendkrachten
Partijen hebben de intentie om het artikel 44 ABU CAO over te nemen in de CAO Vleessector, voor zover betrekking hebbend op de arbeidsvoorwaarden vleessector. Een definitief voorstel zal in de redactiecommissie worden uitgewerkt.

Employability
De huidige pilot rond employability zal worden omgezet in een vaste afspraak binnen de CAO Vleessector. De bijdrage voor de studies zal blijven staan op € 500,- per jaar, of maximaal € 1.000 per twee jaar. Er zal een mogelijkheid worden gecreëerd om binnen het toetsingskader voor deze regeling eenmaal in de vijf jaar een loopbaanadvies te subsidiëren. Dit loopbaanadvies mag maximaal € 750,- kosten.

Verlof
Partijen willen werknemers meer invloed geven op de eigen werk- en rusttijden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de natuurlijke grenzen aan deze invloed door het werkproces waarin de betrokken werknemer werkt en de redelijke vereisten voor een behoorlijke planning van de personeelsinzet.
In dit kader wordt afgesproken dat werkgevers op verzoek van de werknemer jaarlijks 3 van de aan werknemer toegekende verlofdagen in beginsel per definitie verlenen, mits deze tijdig zijn aangevraagd. Indien een wens van werknemers op het gebied van de eigen werk- en rusttijden niet wordt ingewilligd, ligt de bewijslast bij de werkgever. Deze moet onderbouwen dat inwilliging redelijkerwijs niet mogelijk is.

Leerwerkplekken
Werkgevers hebben de intentie om ten minste 50 leerwerkplekken te creëren, waaronder tenminste 10 voor Wajongers, met een looptijd van drie maanden. Dit is inclusief het opleiden van 10 medewerkers tot Wajong coaches. Werkgevers hebben de intentie om hen na afloop een dienstverband (al dan niet in combinatie met aanvullend opleidingstraject) aan te bieden, indien deze periode goed is verlopen en de bedrijfsomstandigheden daar de ruimte voor biedt. Deze intentie – die niet mag leiden tot verdringing van reguliere arbeidsplaatsen – zal periodiek worden geëvalueerd. Bedrijven zullen jaarlijks een opgave verstrekken aan het Sociaal Secretariaat van de aangeboden en ingevulde leerwerkplekken.

Doelgroep voor deze kennismakingplekken zijn:
Werkzoekenden met startkwalificatie maar met beperkende mogelijkheden (bijvoorbeeld Wajongers), die met ondersteuning wel bemiddelbaar zijn naar reguliere banen in de vleessector.
De leerling ontvangt van de werkgever een leerwerkvergoeding van 70% van het minimum(jeugd)loon. De werkgever kan als tegemoetkoming in de kosten hiervoor een wettelijke subsidie aanvragen. De werkgever krijgt eveneens een forfetair bedrag van € 1.500,- na drie maanden leerwerkplek.
Indien er sprake is van jongeren met startkwalificatie, maar beperkende mogelijkheden en de leerling na 6 maanden nog steeds in dienst is, krijgt de werkgever tevens een forfetaire vergoeding van € 500,-.
De forfetaire bedragen worden vergoed uit Fonds Collectieve Belangen Vleessector. De forfetaire bedragen gaan uit van 3 maanden leerwerkplekken en zullen bij kortere leerwerkplekken (minimaal een maand) naar rato worden uitgekeerd.

Huisvesting
Partijen hebben de intentie om de in ontwikkeling zijnde landelijke norm voor huisvesting op te nemen in de NEN en NEN+ regeling. Uitgangspunt hierbij zal zijn dat alleen de werkelijke huisvestingskosten bij de werknemer in rekening gebracht kunnen worden. Een definitief besluit hiertoe zal genomen worden nadat deze norm is gepubliceerd en sociale partners in de vleessector hebben ingestemd met de inhoud.

Vervroegd pensioen voor werknemers met 45 dienstjaren en laatste 10 jaar in de vleessector
Partijen zullen een werkgroep instellen die uiterlijk op 1 december 2011 binnen het pensioenfonds VLEP en zo mogelijk het VUT-fonds de mogelijkheid zal onderzoeken om werknemers die 45 dienstjaren hebben en de laatste 10 jaar onafgebroken in de vleessector werkzaam zijn, de mogelijkheid te geven om gebruik te maken van vervroeging van het pensioen op VUT-niveau.

Deeltijdpensioen
Partijen komen overeen om het recht op deeltijdpensioen specifiek op te nemen in de tekst van de reguliere CAO. Tevens zullen partijen de bekendheid van deze regeling onder werkgevers en werknemers via een gerichte communicatie vergroten en het gebruik ervan zoveel als mogelijk bevorderen. De deeltijddagen worden in overleg met de werkgever ingeroosterd. Het rooster voor deze dagen zal in overleg een half jaar van te voren worden vastgesteld.

Einde dienstverband wegens AOW gerechtigde leeftijd
Artikel 10 van de CAO Vleessector waarin einde dienstverband bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd is afgesproken, zal aangepast te worden aan het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd.

Pilot seniorenregeling
Partijen spreken een pilot af voor de duur van deze CAO om werknemers van 60 jaar en ouder de mogelijkheid te bieden zijn werkweek terug te brengen tot 80% op te nemen in hele dagen per week, voor 90% loon (bruto) en 100% pensioenopbouw (volgens de overeengekomen premieverdeling tussen werkgevers en werknemers).

Om dit mogelijk te maken, gebruikt de werknemer zijn seniorendagen van artikel 39 lid 3 en twee van de bovenwettelijke vakantiedagen van artikel 38 van de CAO Vleessector. De vrije dag wordt in overleg met de werkgever ingeroosterd. Het rooster voor deze dagen zal in overleg een half jaar van te voren worden vastgesteld. Dit zal in principe niet uitsluitend op een maandag of vrijdag zijn.
Werknemers die gebruik van deze pilot maken, behouden tot aan hun pensioen of einde dienstverband het recht om van deze regeling gebruik te maken blijven. Deze pilot eindigt op 31 maart 2013. De pilot zal 3 maanden daaraan voorafgaand worden geëvalueerd met het oog op een daarna opnieuw te nemen besluit voor een eventuele verlenging.

Bron: De Nederlandse Vleessector, 19 april 2011

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek