loading
views

VPO en ABU verliezen terrein in cao-land



Harry Vogels

Twist om verplichtstelling ABU-cao blijft echter wel doorgaan

Begin maart komt de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO), die zoals bekend nauw verbonden is met de ABU, met het nieuws dat de vakbonden stoppen met de VPO-cao. En dat vindt Jeu Claes, de voorzitter van de VPO erg jammer, zo laat hij blijken in een persbericht::
‘Met de VPO-cao is payrolling in arbeidsvoorwaarden juist uitstekend geregeld en weten werknemers en werkgevers waar zij aan toe zijn. De VPO-cao schrijft voor dat vanaf dag één de payroll-medewerker dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden ontvangt als de medewerker in dienst van de opdrachtgever. Daarover, en over vele andere arbeidsvoorwaarden, hebben we uitgebreide afspraken gemaakt in onze VPO-cao. Zo is loondoorbetaling bij ziekte geregeld van totaal 170 procent in de eerste twee jaar, hebben VPO-leden herplaatsingsverplichtingen wanneer het werk wegvalt, kent de VPO een eigen pensioenregeling en wordt er geld gereserveerd – 1 procent van de loonsom – voor opleidingen’, aldus Jeu Claes. Maar zo nieuw is het bericht voor de VPO niet, want in november 2010 werd de VPO al door de FNV Bondgenoten gewaarschuwd.

FNV Bondgenoten en payrolling
FNV-bestuurder in de uitzendbranche Marcel Nuyten zei in november 2010 tegen het Financieele Dagblad: ‘Na vier jaar ervaring met payrollcao’s maken wij als FNV Bondgenoten de balans op en zeggen: het werkt niet. De cao wordt op grote schaal ontdoken, zelfs door leden van de werkgeversvereniging VPO (Vereniging Payroll Ondernemingen). We vragen ons dan ook zeer sterk af of een nieuwe payroll-cao wel zin heeft voor de meer dan 100.000 werknemers in het onderwijs, bij de overheid, de horeca en in de detailhandel, die inmiddels met payrolling te maken hebben.’
In de praktijk wordt, volgens FNV Bondgenoten, volop gepayrold op basis van de uitzend-cao, ook door VPO-leden. En dat zijn andere arbeidsvoorwaarden. Volgens een woordvoerder de VPO heeft FNV Bondgenoten verzuimd de recente cao op te zeggen en loopt de huidige VPO-cao nog tot het eind van dit jaar door. FNV Bondgenoten is dan -volgens mij- niet van het payrollen af, want ook zonder cao zal payrolling gewoon doorgaan.

FNV: inleen-cao’s worden belangrijker dan ABU-cao
Voor 2011 heeft de FNV heeft ‘flex’ uitgeroepen tot speerpunt. De FNV gaat zich steeds sterker maken voor verbetering van de positie van flexwerkers. De uitwassen pakken we hard aan. De FNV wil de flexibele schil verkleinen én de positie van flexwerkers verbeteren.
Volgens de FNV verdient bijna de helft van de flexwerkers minder dan vaste werknemers in dezelfde functie. Ook zeggen flexwerkers minder mogelijkheden tot opleiding te hebben. Ruim 80 procent van zowel de vaste als de flexwerkers vindt dat ze recht hebben op gelijk loon voor gelijk werk. Aan de cao-tafels zet de FNV ook in op het beperken van de flexibele schil en verbetering van de positie van flexwerkers. In steeds meer inleen-cao’s zullen bepalingen komen over uitzendkrachten.

Probleem: Inleen-cao of ABU-cao?
De ABU weet al lang dat er een probleem is als er zowel bij de inlener als bij de uitlener een cao van toepassing is voor de uitzendkracht, want op dat moment zijn er voor deze uitzendkracht twee verschillende cao’s van toepassing en dat kan niet. Er ontstaat dan een botsing van cao’s en / of een ‘overlap van werkingssferen’, zoals dat juridisch formeel wordt genoemd. Het probleem van botsende cao’s wordt -volgens de ABU- groter en actueler dan het probleem met de ‘overlap van werkingssferen’. Er zijn volgens de ABU honderden bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s met bepalingen voor uitzendkrachten en deze kunnen botsen op de cao’s voor de uitzendkrachten. In 2004 besluit de Stichting van de Arbeid aanbevelingen uit te doen gaan naar alle cao-partijen, in verband met botsende cao’s en naar aanleiding van een akkoord bij de Cao ABU 2004-2008 over de zogenaamde 26-wekentermijn. Aan cao-partijen van de inleenorganisaties wordt aanbevolen de eerste 26 weken geen eigen cao-regelingen op het gebied van lonen en vergoedingen overeen te komen voor de uitzendwerknemer. Deze aanbevelingen gelden niet voor vakkrachten. Aanbevolen wordt om bij de inleen-cao’s zelf vast te stellen welke uitzendkrachten als vakkrachten worden aangemerkt en dit aan te melden bij partijen bij de uitzend-cao(‘s).

Maar deze aanbevelingen worden zeer slecht opgevolgd en de FNV lijkt nu zelfs een geheel andere richting op te gaan door bij steeds meer inleen-cao’s bepalingen op te nemen voor uitzendkrachten.

Europese Richtlijn Uitzendarbeid
Vanaf december 2011 zal de ABU -volgens mij- nog verder terrein verliezen in cao-land, want op dat moment zal de Europese Richtlijn Uitzendarbeid van kracht worden. De richtlijn kiest als uitgangspunt dat elke uitzendkracht vanaf de eerste dag dat hij of zij van start gaat in een inlenend bedrijf gelijk wordt behandeld als het vaste personeel. Concreet betekent dit dat de uitzendkracht recht moet hebben op een gelijk salaris (voor gelijk werk en verantwoordelijkheid) en op gelijke arbeidsvoorwaarden, zoals verlof en compensatie voor de kosten van kinderopvang. Afwijking van deze algemene regels is alleen mogelijk via een collectieve arbeidsovereenkomst. Maar ik denk niet dat de vakbonden in Nederland dit zullen toelaten, alhoewel de ABU hierover anders denkt. De ABU denkt dat ook in de toekomstige ABU-cao’s afwijkende loonschalen zullen blijven bestaan voor de eerste zes maanden van de uitzending. Overigens brengt de Europese Richtlijn Uitzendarbeid voor de ABU ook nog een zeer positief punt. In de inleen-cao’s mogen namelijk geen beperkingen meer worden opgenomen voor het inlenen van uitzendkrachten, dus geen percentage, zoals in de Albert Heijn cao en geen zinnen zoals ‘alleen bij uitzondering zal gebruik gemaakt worden van uitzendkrachten.’ De ABU is erg verheugd met deze Europese afspraak.

Twist om de verplichte ABU-cao zonder essentiële arbeidsvoorwaarden?
In mijn vorige artikel schreef ik iets over de rechtszaak tussen de NVUB en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze zaak heeft de minister gewonnen en de ABU-cao blijft dus voorlopig algemeen verbindend verklaard. De NVUB is echter in hoger beroep gegaan en straks zal de kwestie worden behandeld door de Raad van State. Het gaat hierbij nog steeds over werknemersaantallen boven en onder de streep en over het wel dan niet meetallen van illegale uitzendkrachten. Het is nu afwachten wat de Raad van State zal zeggen, maar ondertussen wordt de ABU-cao steeds meer een cao zonder essentiële arbeidsvoorwaarden. Een twist dus over een cao zonder essentiële arbeidsvoorwaarden. Of niet? Want er is ook nog een cao-fonds, met een verplichte werkgeverspremieafdracht van 0,2% van de loonsom. En dat is blijkbaar ook een twist waard!

drs. Harry J.P. Vogels
www.caoadvies.nl


Lees artikelen van Harry Vogels over cao’s in de uitzendbranche >

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek