loading
views

Geen ontslag na veroordeling tot gevangenisstraf wegens drugsdelicten

16 maart 2011

Geen ontslag na veroordeling tot een gevangenisstraf van 5 jaar wegens drugsdelicten

De kantonrechter Maastricht wijst op 28 januari 2011 de door werkgever gevraagde ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een veroordeelde werknemer af.

Feiten
Werknemer (medewerker in een ziekenhuis) wordt op 12 maart 2009 gearresteerd op verdenking van harddrugsgerelateerde strafbare feiten. Op 23 juni 2010 wordt werknemer onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, onder aftrek van voorarrest. Aan de veroordeling ligt ten grondslag dat werknemer in het verband van een criminele organisatie verboden stoffen in zijn bezit had of voorbereidende handelingen verrichtte en/of had verricht om verboden stoffen te produceren.

Na de onherroepelijke veroordeling diende werkgever een verzoek bij de kantonrechter in om de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder toekenning van een beëindigingsvergoeding. Werkgever gaf drie redenen aan waarom de arbeidsovereenkomst niet langer kon voortduren:
– werknemer heeft uit hoofde van zijn functie toegang tot afdelingen van het ziekenhuis waarin stoffen aanwezig zijn die gebruikt kunnen worden voor het vervaardigen van drugs;
– werkgever kan als gezondheidsorganisatie geen werknemer in dienst houden die zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die indruisen tegen de volksgezondheid en;
– de veroordeling heeft voor veel onrust onder de andere werknemers gezorgd en werkgever is daarnaast bij terugkeer van werknemer op de afdeling bang voor inmenging op de werkvloer van de criminele organisatie.

Werknemer verzet zich tegen de ontbinding en verzoekt de kantonrechter om de ontbinding af te wijzen.

Oordeel
De kantonrechter oordeelt allereerst dat de feiten waarvoor werknemer is veroordeeld ernstig van aard zijn. Van een medewerker van een gezondheidsorganisatie mag verwacht worden dat hij zich meer verantwoordelijk opstelt en zich extra rekenschap geeft van de risico’s die drugsgebruik met zich brengen, welke door zijn handelen zijn bevorderd. De kantonrechter zoekt voor de vraag of de arbeidsovereenkomst wegens detentie ontbonden kan worden aansluiting bij een recent arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft in deze zaak uitgemaakt dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kan worden op grond van het enkele feit dat de werknemer is gedetineerd. In de zaak die bij de Hoge Raad speelde ging het om een ontslag op staande voet maar de kantonrechter oordeelt dat de regel ook toegepast dient te worden bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er dient aldus (voldoende) samenhang te zijn tussen het feit waarvoor de werknemer is gedetineerd en de door werknemer verrichte werkzaamheden.

De kantonrechter overweegt in deze zaak dat er enige verband bestaat tussen de gepleegde feiten en de werkzaamheden, maar dat dit onvoldoende is. Werknemer heeft bij het plegen van de strafbare feiten namelijk op geen enkele wijze gebruik gemaakt van zijn functie en de mogelijkheden die deze hem zouden kunnen bieden. De kantonrechter acht het verder van belang dat de werknemer gedurende zijn lange dienstverband zich als betrouwbaar werknemer heeft gedragen en dat zijn collega’s hebben verklaard hem graag terug te zien op de afdeling. Het argument van werkgever dat werknemer in zijn functie toegang heeft tot ruimtes waar de vereiste stoffen voor het maken van drugs aanwezig zijn, maakt de zaak niet anders, aldus de kantonrechter. Dit zou makkelijk opgelost kunnen worden door werknemer de toegang tot bepaalde afdelingen onmogelijk te maken.

De kantonrechter concludeert dat nu er geen sprake is van een voldoende direct verband tussen het gepleegde strafbare feit en de werkzaamheden ook gekeken dient te worden naar de overige relevante omstandigheden, zoals duur van het dienstverband, leeftijd, het feit dat het strafbare feit gepleegd is in de privésfeer en op het functioneren van werknemer geen negatieve invloed heeft gehad. Ook dient te worden meegenomen dat werknemer altijd goed functioneerde en het ziekenhuis geen directe schade heeft geleden. Na weging van alle omstandigheden wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af. Werknemer blijft gewoon bij werkgever in dienst.

Bron: Rechtbank Maastricht, LJN: BP5184

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek