loading
views

Contract ABU en TNO: samen werken aan innovatie

9 februari 2011

De Algemene Bond Uitzendondernemingen en TNO hebben op 8 februari 2011 een overeenkomst gesloten. Ze gaan samen werken aan innovatie in de flexbranche.

Het contract voorziet in de overdracht van TNO-kennis aan uitzendondernemingen die bij de ABU zijn aangesloten. Doel is dat zij hun dienstverlening beter kunnen laten aansluiten op de veranderende flexbehoefte van werkgevers.

drs Aart van der Gaag, directeur ABU

Niek Snoeij, directeur Gezond Leven TNO (links), en Aart van der Gaag, directeur van de ABU (rechts) bezegelen de samenwerking in Hoofddorp.

ABU-leden actief betrokken
Volgens het persbericht stimuleert het Branche Innovatie Contract (BIC) maatschappelijk verantwoord ondernemerschap binnen de uitzendbranche en geeft het een innovatieve impuls aan de dienstverlening van zowel de grote als de vele midden- en kleine uitzendondernemingen. Anneke Goudswaard, senior onderzoeker bij TNO, legt uit dat het idee van twee kanten kwam. “We hadden al regelmatig contact met de ABU, onder andere in verband met SETU en voor onderzoek. Tijdens onze projecten bouwen wij kennis op over flexibele arbeid bij klantorganisaties in verschillende sectoren. In het kader van het MKB-programma van TNO, met Rijksbijdrage van EZ kunnen wij die kennis overdragen aan mkb-ondernemingen. Daar was de ABU wel in geïnteresseerd.”

Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker van de ABU, vertelt waarom. “Wij hebben de laatste tijd ons beleid richting de kleinere leden aangescherpt. Dit past daar perfect in. We zijn toen verder gaan overleggen, samen met onze leden, wat we daarmee zouden willen bereiken en over welke onderwerpen het zou moeten gaan. Het is zeker geen ivoren toren, onze leden zijn er actief bij betrokken.”

Drie werkgroepen
De ABU en TNO hebben werkgroepen gevormd om drie verschillende thema’s te bespreken:
1. Duurzaam flexwerk: over de kwaliteit van flexibele arbeid, goed werkgeverschap, de verantwoordelijkheid in de keten, en wat er voor uitzendkrachten in overleg met de opdrachtgever kan worden georganiseerd om kwalitatief goede flexbanen te creëren.
2. Toegevoegde waarde: hoe kan een uitzendbureau de opdrachtgever het beste informeren over de voordelen, of bijvoorbeeld adviseren over arbeidsproductiviteit, kosten-/batenanalyses, flexibiliteitsvermogen of de verhouding tussen vast en uitzendpersoneel.
3. Strategische planning: hoe kun je vooraf samen met de opdrachtgever de capaciteits- en opleidingsbehoefte beter inschatten, om te voorkomen dat je wordt gebeld met het verzoek om de volgende dag 50 man te leveren.

Kennis, tools en metingen
Wat voor kennis kan TNO inbrengen? Goudswaard: “Het is deels het resultaat van ons onderzoek, en deels van ontwikkelprojecten met andere organisaties. Samen met de assemblageindustrie hebben we bijvoorbeeld een flextool ontwikkeld om in kaart te brengen wat de optimale kern en flexibele schil is, afhankelijk van fluctuaties en de verschillende omgevingsfactoren. We hebben ook instrumenten ontwikkeld om de kosten en baten van maatregelen te meten, bijvoorbeeld innovaties voor zorginstellingen en arbobeleid voor overheden. Daarmee kunnen werkgevers zien wat dat beleid hen oplevert. Ook hebben we de kennis om arbeidsproductiviteit te meten in allerlei sectoren, of de kosten en baten van ‘zachtere’ maatregelen.”

Anneke Goudswaard, senior onderzoeker TNO

Anneke Goudszwaard, senior onderzoeker TNO

“Met dat soort kennis en tools kunnen uitzendbureaus misschien de toegevoegde waarde van hun flexkrachten laten zien aan de inlenende bedrijven.”

Standaard voor planningsgegevens
De derde werkgroep, over strategische planning, is meer technisch van aard en beweegt zich in het verlengde van de eerder genoemde SETU. Naast de urenbriefjes en facturen wil men kijken of het mogelijk is om ook een standaard voor planningen te ontwikkelen. Oosterwaal: “We hebben het dan niet over een softwarepakket maar over standaardafspraken om planningsgegevens uit te wisselen, uitgangspunten om planningen te maken zodat de opdrachtgever uiteindelijk via één standaard planningsgegevens kan uitwisselen met meerdere bureaus.”

Vruchten plukken uit etalage
De eerste bijeenkomst van de werkgroepen is al gehouden. Oosterwaal: “Per werkgroep nemen minimaal vier ABU-leden deel, vaak met meerdere vestigingen. We hebben het heel bewust beperkt tot de kleinere en middelgrote uitzendbureaus, die er hun tijd en energie in steken terwijl hun reguliere activiteiten natuurlijk gewoon doorlopen. Ook vanuit TNO namen vier medewerkers vanuit verschillende afdelingen deel, die hebben laten zien wat voor kennis er allemaal ‘in de etalage’ ligt: producten, onderzoeken, tools, workshops enzovoort.”

Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU

Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU

“In de werkgroep bekijkt men vervolgens hoe de uitzendbranche daarvan de vruchten zou kunnen plukken. Eventuele aangepaste producten of tools worden in de praktijk getoetst. Samen met TNO en de leden kijken we of het effectief en handig is bij en voor opdrachtgevers.”

ABU verzorgt kennisoverdracht
Het contract heeft een looptijd van twee jaar. Goudswaard: “De nadruk ligt op 2011. Dit jaar maken we de eerste slag. Samen ontwikkelen we producten die concrete toegevoegde waarde leveren. De ABU-leden proberen die samen met hun klanten uit zodat we kunnen evalueren wat nodig is en wat er nog ontbreekt. Zodra dat mogelijk is komen we met resultaten, niet pas aan het eind.”
In 2012 wordt de kennis geborgd. Dat is de verantwoordelijkheid van de ABU. Oosterwaal: “We steken er niet alleen tijd en energie in en zorgen bijvoorbeeld voor vergaderfaciliteiten, we financieren het ook deels. Daarom willen we al onze leden laten meeprofiteren. De manier waarop we de kennis distribueren en communiceren hangt af van wat de resultaten zijn, bijvoorbeeld via een website, online tools of workshops.”

Goudswaard benadrukt dat het contract voorziet in kennisoverdracht naar de hele uitzendbranche, en niet alleen de ABU-leden. “De gelden van het programma zijn bedoeld om het innovatievermogen van de hele branche te versterken. Als er standaards uit rollen moeten die door iedereen kunnen worden gebruikt.”

Concrete voordelen
Het blijkt voor beide woordvoerders lastig om nu al de concrete voordelen voor de ABU-leden over twee jaar te benoemen. Goudswaard denkt dat de resultaten veel discussie kunnen voorkomen over wat zinvol is. “De opdrachtgever en het uitzendbureau kunnen bijvoorbeeld aan de hand van een checklist sneller zien of ze op de goede weg zijn en waaraan nog moet worden gewerkt. Met een gemeenschappelijk denkkader kom je eerder in de richting van strategische inzet.”

Oosterwaal zoekt het meer in het versterken van de branche. “Onze leden zijn dan beter toegerust voor de veranderende flexbehoefte van opdrachtgevers in de toekomst. In ieder geval moet het makkelijker worden om de capaciteitsbehoefte op de lange termijn inzichtelijker te maken en om een stabiele relatie met de opdrachtgever op te bouwen. Concrete cijfers zijn niet te geven, dat hangt af van de keuzes van de werkgroepen. We hopen bijvoorbeeld dat het totaal aantal uitzendkrachten erdoor stijgt of dat de planningsafspraken de administratieve lasten kunnen verlagen.”

Derk Ederveen (www.skribo.nl)

Gerelateerd nieuws
> Persbericht ABU
> ABU en TNO uitzendbranche innovatie contract

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek