loading
views

Loonbetaling na schorsing wegens arbeidsongeschiktheid

Logo

2 februari 2011

Niet de invordering/inname van het rijbewijs van een beroepschauffeur staat aan het verrichten van zijn arbeid in de weg maar de al daarvoor ontstane arbeidsongeschiktheid.

Rijbewijs ingevorderd – onderzoek naar geschiktheid
Werknemer is op 3 augustus 1987 in dienst getreden van (de rechtsvoorgangster van) werkgever in de functie van chauffeur. Op 31 mei 2010 heeft werknemer zich, voorafgaand aan zijn dienst, ziek gemeld. Diezelfde dag heeft hij een aanrijding veroorzaakt met zijn auto, waarbij bleek dat zijn bloedalcoholgehalte 1,82 promille bedroeg. Naar aanleiding van dit voorval is het rijbewijs van werknemer ingevorderd en is een “onderzoek naar de geschiktheid” aangevangen als bedoeld in de artikelen 130-134a van de Wegenverkeerswet 1994.

Uitslag onderzoek negatief

Een eerste onderzoek naar de geschiktheid is voor werknemer negatief uitgevallen. In het bericht over de uitslag wordt vermeld dat bij werknemer alcoholmisbruik is vastgesteld conform de DSM-IV (-TR)-classificatie. Daarnaast, zo wordt bericht, is sprake van het gebruik van twee (psychoactieve) geneesmiddelen, te weten diazepam en quetiapine, waarbij voor diazepam geldt: chronisch gebruik, niet autorijden. Inmiddels heeft op verzoek van werknemer een tweede onderzoek plaatsgevonden, maar ook de uitslag van dat onderzoek is voor hem negatief. Werknemer heeft derhalve voor een thans nog onbepaalde duur niet de beschikking over zijn rijbewijs.

Schorsing en loonstop
Op 25 juni 2010 heeft werknemer zijn werkgever in kennis gesteld van de invordering van zijn rijbewijs. Hij is met onmiddellijke ingang geschorst en ontvangt geen loon meer. Werknemer heeft bij brief van 29 juli 2010 aanspraak gemaakt op loondoorbetaling en zich bereid gehouden tot het verrichten van aangepaste werkzaamheden, zodra hij daartoe door de bedrijfsarts in staat wordt geacht. Werknemer is niet opgeroepen voor een onderzoek door een bedrijfsarts en evenmin voor het verrichten van aangepaste werkzaamheden. Thans vordert werknemer loon en stelt hij zich beschikbaar passende werkzaamheden te verrichten.

Oorzaak arbeidsongeschiktheid
De kantonrechter oordeelt als volgt. De opvatting van werkgever dat niet de ziekte, maar de inname van het rijbewijs moet worden aangemerkt als de primaire oorzaak voor het niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid, deelt de kantonrechter niet. Hoewel medische rapportage ontbreekt heeft de kantonrechter geen aanleiding om eraan te twijfelen dat werknemer vanaf 31 mei 2010 voortdurend arbeidsongeschikt is voor zijn werk wegens overspannenheid en/of depressie. Het medicijngebruik en ook hetgeen werknemer zelf tijdens de mondelinge behandeling (onweersproken) naar voren heeft gebracht (bijvoorbeeld dat hij al vaker overspannen is geweest) duidt daarop.

Drankmisbruik gevolg van ziekte
Verder acht de kantonrechter, mede gelet op hetgeen werknemer daaromtrent heeft verklaard, aannemelijk dat er een verband bestaat tussen die psychische klachten en het excessieve drankgebruik later die dag. Het drankmisbruik kan, naar het zich thans laat aanzien, daarmee niet los worden gezien van de ziekte. In zoverre houdt ook de inname van het rijbewijs (indirect) verband met de ziekte; als werknemer niet overspannen en of depressief geweest zou zijn, had hij (vermoedelijk) niet zoveel gedronken en zou hij niet in beschonken toestand in zijn auto gestapt zijn. Hoewel de inname van het rijbewijs op zichzelf reeds verhindert dat werknemer zijn werkzaamheden kan verrichten, dient in de hiervoor geduide situatie die omstandigheid naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet te worden aangemerkt als de primaire oorzaak waardoor werknemer zijn werkzaamheden niet kan verrichten.

Dat laat onverlet dat werknemer wel verantwoordelijk blijft voor het rijden onder invloed. In zijn verhouding tot werkgever maakt dat echter nog niet dat de inname van het rijbewijs ook dient te worden aangemerkt als de primaire oorzaak waardoor werknemer zijn werkzaamheden niet kan verrichten.

Loonbetaling in vorm van ziekengeld
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft werknemer dus derhalve aanspraak op loonbetaling in de vorm van ziekengeld. Die aanspraak behoudt hij zolang zijn arbeidsongeschiktheid voortduurt en hij zijn (wettelijke en contractuele) verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid nakomt.

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%. Daarbij is van belang dat het uitblijven van loonbetaling (ziekengeld) zijn oorzaak niet lijkt te hebben in onwil van werkgever om aan werknemer te betalen wat hem toekomt, maar in een juridisch geschil over de gehoudenheid tot loonbetaling (ziekengeld).

Bron: Kantonrechter Lelystad, 1 december 2010, LJN BP0213

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek