loading
views

Ketenaansprakelijkheid en de Wet Arbeid Vreemdelingen | WAV

2 februari 2011

Een werkgever moet kunnen aantonen dat hij al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om een overtreding te voorkomen ten aanzien van ketenaansprakelijkheid op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV).

Het ruime begrip ‘werkgever’ schept daarbij juist duidelijkheid binnen de bestrijding van de illegale arbeid, aldus minister Kamp van Sociale Zaken in een antwoord op Kamervragen over dit onderwerp. Kamp: “De hoogte van het boetebedrag is nu al afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid.”

Ruim werkgeverschap
In de Kamer ontstond vragen over de gevolgen van ketenaansprakelijkheid naar aanleiding van de aansprakelijkheidstelling van het PCM Distributiebedrijf, en de verschillende dagbladen waarvoor PCM distributiebedrijf de verspreiding verzorgt, omdat illegale krantenbezorgers zijn aangetroffen. Kamerleden Ortega-Martijn en Slob (beiden ChristenUnie) stelden het ruime werkgeversbegrip aan de orde in een vraag over de mate van verwijtbaarheid.

Wie geen verwijt treft, kan niet worden beboet
Het ruime werkgeversbegrip werd in 1994 ingevoerd. Kamp: “Hiermee werd beoogd duidelijkheid te bieden ten opzichte van de tot dan geldende Wet arbeid buitenlandse werknemers waarin de tewerkstellingsvergunningplicht verbonden was aan specifieke arbeidsrelaties. Dit leverde niet alleen onduidelijkheid op voor de werkgevers die niet altijd wisten of zij vergunningplichtig waren, maar het leidde ook tot schijnconstructies en bewijsproblemen in geval van vermoede overtredingen. Juist door het ruime werkgeversbegrip werden deze onduidelijkheden en de daaraan gekoppelde mogelijkheden tot illegaal werknemersschap weggenomen. Omdat het kabinet grote waarde hecht aan de bestrijding van illegale arbeid, is het juist daarom niet bereid terug te keren tot een meer specifieke omschrijving van het werkgeversbegrip binnen de Wav. Daarbij blijft gelden dat wie geen verwijt treft, niet kan worden beboet. Het kabinet ziet daarom geen aanleiding de toepassing van het ruime werkgeversbegrip te evalueren.”

Boetes
Over de betalingsverplichting zei de minister het volgende: “De werkgever die wegens overtreding van de Wav een boete heeft gekregen, moet deze boete binnen 6 weken nadat de boete is opgelegd betalen. Indien de boete niet binnen 6 weken is betaald, wordt een aanmaning verzonden met een termijn van 14 dagen. Bij niet betaling volgt een dwangbevel en wordt de zaak overgedragen aan de deurwaarder. De betalingsverplichting kan worden opgeschort door middel van het aanvragen van een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter in geval van spoedeisend belang, b.v. bij dreigend faillissement. In dat geval moet dan wel bezwaar of (hoger) beroep zijn ingesteld.”

Betalingsregeling Arbeidsinspectie
“De Arbeidsinspectie biedt de werkgever op verzoek de mogelijkheid om in geval van aangetoonde betalingsonmacht gebruik maken van een betalingsregeling. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden moet de boete in maandelijkse termijnen binnen 1, 2 of 3 jaar zijn betaald. Over deze mogelijkheden wordt de werkgever actief geïnformeerd door een brochure die bij de boetebeschikking wordt gevoegd.”

Bron: SZW, 25 januari 2011

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek