loading
views

Uitzendperiode telt bij bepalen anciënniteit

30 oktober 2010

Een zuivelproducent telt, bij het vaststellen van anciënniteit, de periodes dat werknemers als uitzendkracht hebben gewerkt niet mee.

De werkgever doet dit naar eigen zeggen omdat hij hecht aan een objectieve maatstaf voor het bepalen van anciënniteit. De kantonrechter in deze zaak spreekt echter van slecht werkgeverschap en kent de reflexwerking toe.

Reorganisatie
Naar aanleiding van ontwikkelingen in de markt en wensen van de retailers heeft de werkgever besloten tot onder meer automatische sortering met als gevolg een reorganisatie en ontslag voor een aantal werknemers.

Objectieve maatstaf voor anciënniteit
De werkgever en haar rechtsvoorgangers werkten gedurende een reeks van jaren structureel met uitzendkrachten. De werkgever heeft besloten de tijd dat de werknemers als uitzendkracht bij (of haar rechtsvoorgangers) heeft gewerkt niet mee te tellen als diensttijd omdat zij hecht aan een objectieve maatstaf voor het bepalen van anciënniteit. Eén van de werknemers gaat niet akkoord.

Reflexwerking
De kantonrechter geeft hem gelijk. Dat de werkgever de tijd die een werknemer als uitzendkracht voor de zuivelproducent respectievelijk diens rechtsvoorgangers heeft gewerkt niet meetelt als diensttijd, is in strijd met de beleidsregels van het UWV. De kantonrechter kent reflexwerking toe.

Opvolgend werkgeverschap
Ook ingeval een werknemer na het eindigen van een uitzend- en of detacheringperiode bij de inlener een arbeidsovereenkomst sluit met de inlener voor het verrichten van dezelfde werkzaamheden is er namelijk sprake van opvolgend werkgeverschap.

Conclusie

De werknemer heeft (aantoonbaar) als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt en aaneensluitend, tot de datum van formele indiensttreding, bij de werkgever respectievelijk diens rechtsvoorgangers. Derhalve is er sprake van opvolgend werkgeversschap. (Dit zou anders zijn wanneer aannemelijk was dat de werknemer na beëindiging van de uitzendperiode andere werkzaamheden was gaan verrichten). De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek dan ook af.

Bron: LJN: BN8266,Sector kanton Rechtbank Arnhem, 692857 HA VERZ 10-1157, 8 september 2010

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek