loading
views

Functieverlaging zonder wijzigingsbeding toegestaan

21 juli 2010

Onder bepaalde omstandigheden mag een werkgever de functie van een werknemer eenzijdig wijzigen in een lagere, slechter betalende functie, ook wanneer een wijzigingsbeding ontbreekt.

Wel dient te worden onderzocht of de werkgever voldoende aanleiding heeft tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden, en of het door hem gedane voorstel redelijk is.

Wijziging moet reden hebben en redelijk zijn
In de arbeidsovereenkomst van onderstaande partijen is geen wijzigingsbeding (als bedoeld in artikel 7:613 BW) opgenomen zodat een door de werkgever eenzijdig door-gevoerde functiewijziging moet worden getoetst aan de beginselen van artikel 7:611 BW, te weten goed werkgeverschap en goed werknemerschap. Uitgangspunt bij deze toetsing is het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2008 (LJN: BD 1847, Stoof/Mammoet). Hieruit volgt dat in de eerste plaats dient te worden onderzocht of de werkgever voldoende aanleiding heeft tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden, en of het door hem gedane voorstel redelijk is.

Feiten

De betrokken werknemer is in dienst getreden als assistent supermarktmanager winkel in opleiding. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO VGL (Groot Winkelbedrijven) van toepassing. De assistent supermarktmanager is de “tweede man” in een filiaal (na de supermarkt-manager), die bij afwezigheid van de supermarktmanager zelfstandig alle lopende zaken moet (kunnen) behartigen.

Functieaanpassing
In eerste instantie toont de werkgever zich in een beoordelingsgesprek tevreden. De beoordeling is “voldoende”en “bijna in overeenstemming met de functie”. Na een evaluatiegesprek op een later tijdstip vindt de werkgever de resultaten echter voor verbetering vatbaar. De beoordeling luidt onder meer: “onvoldoende, geeft blijk onder het vereiste niveau te functioneren.” De werkgever past de functie vervolgens aan tot de functie van assistent winkel. Het salaris wordt jaarlijks met 10% afgebouwd tot het salarisniveau van een assistent (schaal D: 23,5) is bereikt.

Stelling werknemer
De werknemer stelt in beroep onder meer dat hij ten onrechte uit zijn functie van assistent winkelmanager supermarkten is gezet en recht heeft op zijn oude loon als assistent winkelmanager supermarkten. Tot het aantreden van de nieuwe supermarktmanager functioneerde de werknemer altijd goed. Pas daarna vernam hij dat hij niet goed zou functioneren. Er is toen volgens hem geen duidelijk verbetertraject gestart waarin de aandachtspunten systematisch werden besproken en duidelijk werd aangegeven wat er fout ging en waarom zaken fout waren en hoe die beter zouden kunnen. Buiten twee gesprekken vond er geen noemenswaardige begeleiding of coaching (door de supermarkt-manager) plaats. Ook werd hij niet naar bepaalde cursussen gestuurd.

De beoordeling
Dat de werknemer niet over alle voor de functie van assistent supermarktmanager winkel vereiste competenties beschikte blijkt echter duidelijk uit verslagen die door beide partijen zijn ondertekend, zo oordeelt de kantonrechter. De werknemer had bovendien al een interne opleiding voor assistent supermarktmanager winkel gevolgd en beschikte derhalve reeds over in de supermarktbranche opgedane werkervaring. De kantonrechter stelt dat de supermarkt voldoende middelen heeft aangereikt om zich te verbeteren en dat zij hem in de door haar gestelde – en overigens niet onredelijk te achten – termijn van drie maanden ook een reële kans heeft geboden zich te verbeteren.

Bron: LJN: BM8174, Sector kanton Rechtbank Dordrecht, 14 juni 2010

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek