loading
views

Verloning van vakantiekrachten

Marcel Reijmers

14 juli 2010

Hoe zijn de regels voor de verloning van vakantiekrachten?

Welk voordeel bieden ze?

door Marcel Reijmers

Inleiding
In de zomervakantie kunnen uitzendbureaus scholieren en studenten uitzenden op basis van de regeling voor vakantiewerkers (ABU-CAO artikel 39, NBBU-CAO artikel 38) of de scholieren- en studentenregeling (VPO-CAO artikel 18).
Wanneer de regeling mag worden toegepast, verschilt echter sterk:

  • ABU: tussen 1 juni en 31 augustus
  • NBBU: elke officiële schoolvakantie
  • VPO: het hele jaar

In dit artikel komen de verschillende regelingen aan bod die voor deze specifieke groep van kandidaten gelden.

Kosten(voordeel) voor het uitzendbureau

Lagere kostprijs door minder reserveringen
Het verlonen van vakantiekrachten biedt kostenvoordelen. Als bovengenoemde artikelen worden toegepast, hoeven er maar 20 vakantiedagen op jaarbasis gegeven te worden, zijn er geen reserveringen voor kort verzuim/bijzonder verlof, geen feestdagreservering en in de CAO van de NBBU is er ook geen aanvulling Ziektewet van toepassing. Binnen FlexService gebruikt u hiervoor aparte modellen om op te verlonen. Neem contact op met onze Supportafdeling als u deze nog niet heeft, maar er wel gebruik van wilt maken.

Premies werknemersverzekeringen
Vakantiekrachten zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook zijn zij net als iedere Nederlander verplicht verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), ook als zij jonger zijn dan achttien jaar. In het laatste geval betalen zij geen nominale premie aangezien zij ‘gratis’ zijn meeverzekerd met hun ouders. Het uitzendbureau moet wel de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden en afdragen én deze premie aan hen vergoeden.

Kleinebanenregeling
In bepaalde gevallen is de werkgever (dus ook het uitzendbureau) vrijgesteld van het inhouden en afdragen van premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Dit wordt de Kleinebanenregeling genoemd. Deze regeling houdt in dat de werkgever niet premieplichtig is voor jonge werknemers die onder een bepaalde loongrens blijven, waardoor de kostprijs lager is. Wel geldt dat de werkgever de premielonen van de werknemers die onder de kleinebanenregeling vallen wel gewoon moet opgeven in de aangifte loonheffingen. De regeling geldt niet voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, want die moet de werkgever blijven inhouden en afdragen, behalve als gebruik wordt gemaakt van de Scholieren- en Studentenregeling van de Belastingdienst.

Loon(voordeel) voor de vakantiekracht

Studenten- en scholierenregeling
De vakantiekracht zelf kan gebruik maken van de Studenten- en Scholierenregeling van de Belastingdienst. Deze regeling houdt in dat dat voor de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen de kwartaaltabel gebruikt wordt en voor de berekening van premies werknemersverzekering de kwartaalfranchise en het kwartaalmaximum. Het resultaat is dat de vakantiekracht meestal geen loonheffing en premies hoeft te betalen en dus netto meer overhoudt. In plaats van achteraf de loonheffing terug te vragen via de belastingaangifte, wordt het dus niet afgedragen.

Voorwaarden
Om de studenten- en scholierenregeling te mogen toepassen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • de vakantiekracht moet aan het begin van het kwartaal recht hebben op studiefinanciering óf zijn ouders moeten recht hebben op kinderbijslag;
  • de student/scholier moet een extra (soort van) loonheffingsverklaring invullen als de regeling ingaat én als hij hem beëindigd. De Belastingdienst heeft hiervoor het Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling)’ voor beschikbaar.
  • dit verzoek moet worden bewaard in de loonadministratie.

Studiefinanciering
Als een vakantiekracht in aanmerking komt voor studiefinanciering, mag hij in 2010 naast zijn studiefinanciering maximaal € 13.215,83 bijverdienen. Als hij meer verdient moet hij zijn studiefinanciering en openbaarvervoerchipkaart stopzetten. Hiervoor moet de vakantiekracht zelf actie ondernemen.

Vakantiegeld en minimumloon
Vakantiekrachten hebben net als alle andere werknemers minstens recht op het wettelijk minimum(jeugd)loon en vakantiegeld (8% van het brutoloon). Alleen als de vakantiekracht volgens de NBBU-CAO wordt verloond, mag het vakantiegeld direct met het loon worden uitbetaald. Volgens de ABU-CAO is dit niet toegestaan. Uiterlijk 6 weken na het beëindigen van de werkzaamheden moet dit volgens de ABU-CAO alsnog gebeuren.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek