loading
views

Algemene wet gelijke behandeling | AWGB

Algemene wet gelijke behandeling | AWGB
De AWGB is in 1994 in werking getreden en verbiedt direct of indirect onderscheid te maken op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat op het gebied van arbeid, school- en beroepskeuzevoorlichting, en het aanbod van goederen en diensten. Het doel van de AWGB is het bevorderen dat iedereen in Nederland op gelijke voet aan het maatschappelijk leven kan deelnemen, door discriminatie te verbieden.



Direct onderscheid
Direct onderscheid wordt gedefinieerd als onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Onder direct onderscheid op grond van geslacht wordt ook verstaan: onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Direct onderscheid is onderscheid dat onmiddellijk verband houdt met, of verwijst naar een van de verboden gronden. Dit is het geval wanneer een verboden discriminatiegrond leidt tot een ongelijke behandeling. Denk bijvoorbeeld aan een bedrijf dat geen vrouwelijke heftruckchauffeurs in dienst wil nemen.

Direct onderscheid is altijd verboden, behalve als zich een van de wettelijke uitzonderingen voordoet. Als de wet dit uitdrukkelijk aangeeft, is het maken van onderscheid dus wel toegestaan. Een voorbeeld hiervan is de afwijzing van een man voor een vrouwenrol in een toneelstuk.

Indirect onderscheid
Indirect onderscheid is onderscheid op grond van andere hoedanigheden of gedragingen, dat direct onderscheid tot gevolg heeft.

Indirect onderscheid leidt via een omweg tot direct onderscheid. Een voorbeeld is het vragen om perfect Nederlands sprekende magazijnmedewerkers. Op zich lijkt dit een neutrale eis, maar voor de functie is het waarschijnlijk niet écht noodzakelijk. In de praktijk wordt mogelijk bedoeld dat allochtonen niet welkom zijn. Er is dan indirect onderscheid op grond van ras/nationaliteit.

Gelijke behandeling bij arbeid
Artikel 5 lid 1 van de AWGB betreft de gelijke behandeling bij arbeid. In deze bepaling is het maken van onderscheid verboden bij:

  • de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking;
  • het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding;
  • het aanstellen tot ambtenaar en het beëindigen van het dienstverband van een ambtenaar;
  • arbeidsvoorwaarden;
  • het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of voorafgaand aan een arbeidsverhouding;
  • bevordering;
  • arbeidsbemiddeling;
  • arbeidsomstandigheden.

Verbod op intimidatie
In de AWGB is ook het verbod op intimidatie opgenomen. Intimidatie wordt omschreven als: “gedrag dat met een verboden discriminatiegrond verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat en de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.” In de praktijk gaat het vaak om (uit)schelden en pesten. Intimidatie valt onder het verbod van direct onderscheid.

De werknemer kan zich jegens de werkgever op dit verbod beroepen. De werkgever is verplicht om werknemers te beschermen tegen intimiderend gedrag van collega’s.

Verbod op seksuele intimidatie
De AWGB is sinds 14 september 2007 uitgebreid met het verbod op seksuele intimidatie. Dit verbod is niet alleen van toepassing op het terrein van de arbeid, maar ook op het terrein van de levering van goederen en diensten.

Onder de term ‘seksuele intimidatie’ verstaat de wet: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

Het verbod van seksuele intimidatie was al sinds 18 oktober 2006 opgenomen in de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen en in artikel 7:646 van het Burgerlijk Wetboek. Door nu ook in de AWGB het verbod van seksuele intimidatie vast te leggen, is de reikwijdte van dit verbod uitgebreid. Het is nu niet alleen van toepassing op het terrein van de arbeid en het vrije beroep, maar ook op het terrein van de levering van goederen en diensten. Seksuele intimidatie is dus niet toegestaan bij het aanbieden van goederen of diensten, bij de toegang tot goederen en diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake. Ook de victimisatiebepaling is in de AWGB opgenomen, waardoor het bijvoorbeeld verboden is om contractonderhandelingen af te breken wegens het feit dat de wederpartij zich tegen seksuele intimidatie heeft verzet.

Bewijslast
EG-regels stellen dat degene die meent dat degene die zegt dat hij wordt gediscrimineerd, dit aannemelijk moet kunnen maken. Vervolgens is het aan de tegenpartij om te bewijzen dat dit niet zo is. De bewijslast verschuift dus van de benadeelde naar de partij die vermoedelijk discrimineert.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)
Het CRM kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of onderscheid is of wordt gemaakt zoals bedoeld in de AWGB, en haar oordeel daaromtrent kenbaar maken. Voorts kan het CRM uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt en haar oordeel daarover kenbaar maken. Zie voor meer informatie de website van het CRM.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek