loading
views

Ontbindingsprocedure tijdens opzegtermijn

2 december 2009

Ontslag via UWV of kantonrechter ook keuze werknemer?
Wanneer staat voor de werknemer de mogelijkheid open om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen tijdens de opzegtermijn? De werkgever heeft bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst de keuze tussen een ontslagvergunning van het UWV en ontbinding door de kantonrechter. Heeft de werknemer dan ook die keuze? De Hoge Raad heeft vorige week bepaald dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst na opzegging door werkgever slechts nog effect heeft voor de resterende looptijd van de arbeidsovereenkomst, dus tot de datum waartegen is opgezegd. Dit heeft consequenties voor de toewijsbaarheid van het ontbindingsverzoek en de ontbindingsvergoeding (HR 11 december 2009, LJN BJ9069). De juridische samenloop van een rechtsgeldige opzegging door de werkgever met een tijdens de opzegtermijn ingediend ontbindingsverzoek door de werknemer staat ook in deze uitspraak van de kantonrechter Amersfoort centraal.

Ontslag door reorganisatie
Werknemer (50 jaar) is op 21 april 1987 in dienst getreden bij werkgever in de functie van chauffeur. Op 19 augustus 2009 verleent het UWV toestemming de arbeidsovereenkomst op te zeggen in verband met door de werkgever aangevoerde bedrijfseconomische redenen. In het kader van de reorganisatie heeft werkgever een Sociaal Plan opgesteld waarin werknemer financieel tegemoet wordt gekomen, door middel van een aanvulling van zijn loon/uitkering gedurende 12 maanden tot 100% en gedurende de daarop volgende 18 maanden tot 90%. Op 26 augustus 2009 zegt werkgever de arbeidsovereenkomst op tegen 6 december 2009.

Verzoek ontslagvergoeding

Op 7 september 2009 verzoekt werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een ontslagvergoeding. Werknemer voert daartoe aan dat hij door de keuze van werkgever om de arbeidsovereenkomst via het UWV te beëindigen, in een ernstige, nadelige positie terecht is gekomen. Werknemer stelt dat hij een zwaarwegend belang heeft om op korte termijn zekerheid te verkrijgen omtrent de materiële en financiële gevolgen van het ontslag. Werkgever voert het verweer dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan het einde van de arbeidsovereenkomst, als gevolg van opzegging, niet kan worden afgewacht en concludeert tot afwijzing van het verzoek.

Redelijkheid ontslag

De kantonrechter oordeelt dat ondanks een reeds door het UWV afgegeven ontslagvergunning de werknemer ontvankelijk is in zijn verzoek en er een beschikking kan worden afgegeven (zie ook ktr. Nijmegen 26 november 2009, zaaknr. 640431). De werknemer kan te allen tijde een ontbindingsverzoek indienen. Indien vaststaat dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn zal eindigen, brengt dit mee dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden wil het ontbindingsverzoek worden toegewezen. De kantonrechter overweegt dat de redelijkheid van het ontslag reeds door het UWV is getoetst.

Sociaal Plan verzwegen en geen bijzondere omstandigheid

Voorts heeft werknemer in deze zaak, in strijd met artikel 21 Rv, niet aangegeven dat er een Sociaal Plan op hem van toepassing is en hij al een vergoeding heeft uitgekeerd gekregen. Ook heeft hij niet voldoende onderbouwd waarom die vergoeding ontoereikend zou zijn. Daarnaast kan volgens de kantonrechter de vereiste bijzondere omstandigheid er niet uit bestaan dat enkel nog een vergoeding moet worden vastgesteld en zodoende een vordering op grond van art. 7:681 BW uit kennelijk onredelijke opzegging kan worden vermeden.

Oordeel Hoge Raad versus Hof Amsterdam

De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek op grond van art. 7:685 BW een fundamenteel andere toetsingsmaatstaf dient aan te leggen dan bij de beoordeling van een vordering op grond van art. 7:681 BW, zoals de Hoge Raad in zijn uitspraak van 27 november 2009 (HR 27 november 2009, LJN BJ6596) heeft benadrukt.
Het hof te Amsterdam komt in een andere zaak op 10 maart 2009 tot het andersluidende oordeel dat het op korte termijn verkrijgen van duidelijkheid over de financiële positie na het einde van het dienstverband wel een gerechtvaardigd belang is voor toewijzing van het ontbindingsverzoek (Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2009, LJN BJ2220).

Conclusie

Concluderend kan worden gesteld dat de werknemer altijd een ontbindingsverzoek kan indienen met het oog op het verkrijgen van een billijke ontslagvergoeding, doch dat het de vraag is of dit ook wordt toegewezen. Dit is afhankelijk van de individuele omstandigheden van het geval.

Bron: Ktr. Amersfoort 1 december 2009, zaaknr. 651936

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek