loading
views

Schending zorgplicht werknemer reden op non-actiefstelling?


9 september 2009

Inleiding
Als gevolg van de economische crisis staan financiële instellingen de laatste tijd onder grote druk. In een poging om de macht van de financiële instellingen te beteugelen is de financiële wet- en regelgeving de laatste jaren aangescherpt en het gedragstoezicht door de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) enerzijds en het prudentieel toezicht door De Nederlandsche Bank anderzijds uitgebreid. Dat niet alleen de financiële instellingen zelf, maar ook de bij de financiële instellingen werkzame werknemers een zorgplicht in acht hebben te nemen, komt naar voren in de onderhavige beschikking. Toch hoeft een schending van de zorgplicht nog geen reden te vormen voor de op non-actiefstelling van de desbetreffende werknemer.

Zorgplicht geschonden
Werknemer is op 1 mei 1998 bij werkgeefster, een assurantiebemiddelingsbedrijf, in dienst getreden. Hij is laatstelijk werkzaam in de functie van Accountmanager Zorginstellingen. Op 3 juni 2009 heeft werkgeefster werknemer in kennis gesteld van het feit dat hij jegens een belangrijke relatie en de betrokken verzekeraars mogelijk ernstig in verzuim is, waarbij aanzienlijke verzekeringstechnische risico’s en daaruit voortvloeiende schade niet uitgesloten zijn. Werkgeefster heeft werknemer hangende het door Speciale Zaken te verrichten nader onderzoek op non-actief gesteld. Uit het onderzoeksrapport van Speciale Zaken is vervolgens gebleken dat inderdaad sprake is van verzuim aan de zijde van werknemer nu hij zijn zorgplicht heeft geschonden. Werkgeefster heeft vervolgens gesteld dat werknemer zijn zorgplicht in ernstige mate heeft geschonden en aangegeven de kantonrechter te zullen verzoeken over te gaan tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van werknemer op korte termijn. Tevens heeft werkgeefster werknemer geïnformeerd zijn handelswijze te zullen melden bij de AFM.

Vordering werknemer
In de kort geding procedure vordert werknemer onder meer opheffing van zijn schorsing met onmiddellijke ingang en wedertewerkstelling. Werknemer legt aan deze vorderingen ten grondslag dat werkgeefster geen zwaarwegend belang heeft bij zijn op non-actiefstelling daar zij werknemer enkel op non-actief heeft gesteld, omdat zij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst nastreeft. Voorts leidt wedertewerkstelling niet tot een onwerkbare situatie en is de op non-actiefstelling ook nog eens uiterst diffamerend voor werknemer. Ten slotte vordert werknemer nog intrekking van de gedane melding bij de AFM.

Rechtmatigheid op non-actiefstelling
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen wettelijke basis bestaat voor een (tijdelijk) verbod aan werknemer om zijn werkzaamheden ten gevolge van de op non-actiefstelling te verrichten. De rechtmatigheid hiervan wordt getoetst aan de hand van de beginselen van goed werkgeverschap als verwoord in artikel 7:611 BW. Het recht op (weder)tewerkstelling van werknemer mag slechts wijken voor het belang van werkgeefster indien werkgeefster voldoende aannemelijk maakt dat zij een redelijke grond heeft voor het op non-actief stellen van werknemer dan wel de (weder)tewerkstelling tot een onwerkbare situatie zou leiden. Derhalve dient voor de beantwoording van de vraag of werkgeefster zich als een goed werkgever heeft gedragen door werknemer op non-actief te stellen een belangenafweging te worden gemaakt tussen de belangen van werknemer en werkgeefster waarbij de bijzondere omstandigheden van het geval in acht dienen te worden genomen.

Onwerkbare situatie door werkgeefster gecreëerd
Voorts oordeelt de voorzieningenrechter dat werkgeefster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bij een (mogelijk tijdelijke) continuering van het beweerde tekortschietend functioneren van werknemer zodanige gevolgen te verwachten waren/zijn dat met inachtneming van de omstandigheden een voortzetting van de op non-actiefstelling van werknemer een redelijke maatregel was/is. De enkele omstandigheid dat de behandeling van het ontbindingsverzoek aanstaande is, is onvoldoende om de voor werknemer duidelijk diffamerende op non-actiefstelling te handhaven. Ook het verweer van werkgeefster dat toelating van werknemer tot de werkplek zou leiden tot een onwerkbare situatie wordt verworpen, daar zij de bestaande situatie zelf heeft gecreëerd en onvoldoende is aangetoond dat werknemer geen (aangepaste of alternatieve) werkzaamheden binnen het bedrijf van werkgeefster zou kunnen verrichten. De vorderingen van werknemer tot opheffing van de schorsing met onmiddellijke ingang en wedertewerkstelling worden dan ook toegewezen.

Intrekking melding AFM afgewezen
Ten aanzien van de vordering tot intrekking van de melding bij de AFM overweegt de voorzieningenrechter dat een financiële dienstverlener niet zelf kan beslissen om al dan niet een melding te doen bij de AFM indien sprake is van een incident welke een gedraging of gebeurtenis betreft die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming. Dit volgt indirect uit de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, waarin is bepaald dat een financiële onderneming de AFM informatie over incidenten dient te verstrekken. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden geoordeeld dat geen sprake is van een incident wordt de vordering van werknemer ter zake de intrekking van de melding bij de AFM afgewezen.

Bron: Vrz. Rb. Arnhem 17 augustus 2009, LJN: BJ6520

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek