loading
views

Kostenvergoeding maaltijden was loon – naheffing terecht

5 september 2009

Werkgevers moeten kostenvergoedingen goed kunnen onderbouwen. Dit blijkt nog maar eens uit een zaak van vóór 2007, waar de Belastingdienst de vergoedingen die een (gedetacheerde) dga ontving voor afhaalmaaltijden bij de plaatselijke eetsalon en fastfood keten, alsnog als loon aanmerkte.

De werkgeefster in deze zaak kreeg een naheffing en een boete, die door de rechtbank te Haarlem werd verlaagd. Het Hof bepaalt in hoger beroep of de verstrekte vaste kostenvergoeding voor de maaltijdkosten als vrije vergoeding kan worden aangemerkt en of de boete de juiste hoogte heeft.

Situatie
De werkgeefster heeft in 2000 een onderneming opgericht die zich bezig houdt met advisering op het bedrijfseconomische- en automatiseringsvlak. Bestuurder en enig aandeelhouder, de directeur-grootaandeelhouder (dga), is tevens de enige (gedetacheerde) werknemer van het bedrijf. In de periode 2000 tot en met 2004 is de dga uitsluitend voor één bank werkzaam geweest. Deze werkzaamheden heeft hij steeds op het kantoor van die bank uitgevoerd. De dga heeft in het tijdvak waarover is nageheven een vaste kostenvergoeding van € 730 per maand ontvangen, waaronder een bedrag voor maaltijdvergoedingen van € 511. De dga was gewoon zijn maaltijd bij een eetsalon en fastfood keten op te halen, welke tijdens werktijd werd genuttigd.

Uitgaven zijn inkomsten
De Belastingdienst stelt dat, aangezien sprake is van een vaste werkplaats, niet gesproken kan worden van een ambulante werknemer. Daarom kunnen de uitgaven van de dga niet als verblijfskosten (maaltijden en versnaperingen onderweg) worden aangemerkt. “De uitgaven behoren tot de sfeer van de inkomensbesteding en niet tot die van de inkomensverwerving en dienen als privé-besteding te worden aangemerkt”, aldus de Inspecteur.

Handboeken loonheffingen
De werkgeefster beroept zich op passages uit het Handboeken loonheffingen 2005 en 2007. Het Hof oordeelt dat belanghebbendes beroep op vertrouwen dat bij haar zou zijn gewekt door de Handboeken loonheffingen 2005 en 2007 reeds faalt omdat de naheffingsaanslag betrekking heeft op eerdere jaren.

Boete terecht
De uitspraak van het Hof bevestigt in haar uitspraak de stellingen van de Belastingdienst. De boete is door de rechtbank op grond van een overschrijding van de redelijke termijn (als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM) met 10 procent verminderd. Het Hof ziet geen reden de boete op grond van overschrijding van de redelijke termijn verder te verminderen.

Bron: rechtspraak.nl, Hof Amsterdam, 11 juni 2009, LJN: BJ0692

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek