loading
views

Verzwijging gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding

Inleiding
Verzwijgen van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid heeft geen gevolgen voor de loonaanspraken, tenzij de werknemer wist of had moeten begrijpen dat de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid hem ongeschikt maakt voor de functie waarvoor hij solliciteerde. Indien dat het geval is, kan dat tot gevolg hebben dat de werknemer wel zijn loonaanspraken verliest. Maar wat voor consequenties brengen het verzwijgen van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding met zich mee, als je na indiensttreding uitvalt wegens andere klachten dan waarvoor je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent verklaard? Deze vraag kwam aan de orde in de zaak van Kantonrechter Groningen van 17 juni 2009.

De feiten
Werknemer is op 5 maart 2001 als all-round meubelmaker in dienst getreden van werkgever. Ten tijde van zijn indiensttreding was werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt – in de zin van de WAO – als gevolg van fysieke beperkingen, te weten arm- en nekklachten. Werknemer heeft werkgever hierover niet geïnformeerd. Op 18 oktober 2004 is werknemer ziek uitgevallen in verband met psychische klachten. Zijn arbeidsongeschiktheid ten aanzien van de bedongen arbeid heeft voortgeduurd tot 18 oktober 2006. Werkgever heeft vanaf augustus 2006 geen loon en vakantiegeld meer aan werknemer uitbetaald. Volgens artikel 29b van de Ziektewet heeft een zogeheten arbeidsgehandicapte recht op een uitkering op grond van de Ziektewet als de werknemer binnen vijf jaar na uitdiensttreding ziek wordt in zijn nieuwe functie. Vanaf 31 augustus 2005 tot en met 2 oktober 2006 heeft werknemer een dergelijke uitkering ontvangen.

Standpunt & vordering werknemer
Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij werkgever niet over de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid had hoeven te informeren. Daarnaast staat volgens werknemer de uitval in 2004 los van de arbeidsongeschiktheid waaraan hij leed ten tijde van de indiensttreding. Werknemer heeft gevorderd om werkgever te veroordelen tot betaling van het hem toekomende loon van € 1.237,22 per maand over de periode augustus 2006 tot en met 8 december 2006.

Standpunt & vordering werkgever
Werkgever stelt zich op het standpunt dat de loonaanspraken van werknemer niet kunnen worden voldaan, omdat werknemer zijn mededelingsplicht betreffende zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid heeft geschonden en baseert zich op artikel 7:629 lid 3 sub a BW. Werkgever is van mening dat hij in de periode 18 oktober 2004 tot en met augustus 2006 onverschuldigd loon heeft doorbetaald. Werkgever heeft gevorderd om werknemer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 21.390,00 wegens onverschuldigd betaald loon en € 5.349,00 in verband met gemaakte kosten in het kader van de bezwaarschriftprocedure om te bewerkstelligen dat hij alsnog met terugwerkende kracht door het UWV tegemoet werd gekomen in de vorm van betaling van ziekengeld.

Beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat als vaststaand moet worden aangenomen, dat de beperkingen van werknemer bij indiensttreding fysiek van aard waren en dat hij later met psychische klachten in verband met privé-omstandigheden is uitgevallen. Tot zijn ziekmelding heeft werknemer de bedongen arbeid ook naar behoren verricht. Daarom kan ook niet worden gezegd dat werknemer ten tijde van zijn sollicitatiegesprek gezondheidsklachten had waarvan hij wist of had moeten begrijpen dat die hem ongeschikt maakten voor de functie van meubelmaker. Het beroep van de werkgever op artikel 7:629 lid 3 sub a BW dient dan ook te worden verworpen en de loonvordering van werknemer wordt toegewezen, doch tot een hoogte van 70% en slechts voor een maximale periode van 104 weken, en derhalve tot 18 oktober 2006. Wel is de kantonrechter van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden op grond van artikel 7:611 BW op werknemer de rechtsplicht rustte om (in ieder geval) ten tijde van zijn ziekmelding aan werkgever mede te delen dat hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Werknemer had zich moeten realiseren dat een dergelijke mededeling van belang kon zijn voor werkgever in verband met de mogelijke aanspraken op bijvoorbeeld betaling van ziekengeld door het UWV. Waar werknemer zweeg waar spreken nodig was, heeft hij zich niet als goed werknemer gedragen en daardoor is hij aansprakelijk voor de schade die werkgever als gevolg daarvan heeft geleden. Werkgever had deze schade begroot op € 5.349,–, maar waar deze vordering op is gebaseerd is volgens de kantonrechter niet duidelijk genoeg. Werkgever wordt daarom in de gelegenheid gesteld zijn vordering nader te concretiseren en te onderbouwen, dus volgt aanhouding van de zaak.

Bron: Rechtspraak.nl LJN BJ4538

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek