loading
views

Belemmeringsbeding | Artikel 9a WAADI

Belemmeringsbeding | Artikel 9a WAADI
Een belemmeringsbeding is een beding waarbij een intermediair een flexwerker wil belemmeren om in dient te treden van de inlener. Een verbod op een dergelijk beding is in artikel 9a WAADI neergelegd.


Download wettekst Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs 


Wat is een belemmeringsbeding
Het belemmeringsbeding is een beding dat een uitzendkracht verbiedt in dienst te treden bij inlener. Dit belemmeringsbeding kan zich in een direct belemmeringsbeding voordoen tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau en een indirect belemmeringsbeding in de vorm van een bepaling tussen het uitzendbureau en de inlener.

Geschiedenis Belemmeringsbeding
In de arbeidsvoorzieningen wet was tot 1998  in artikel 93 een verbod op een belemmeringsbeding opgenomen. Dit zelfde verbod was terug te vinden in artikel 7 Regeling voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en artikel 13 CAO voor uitzendkrachten waarmee het verbod stevig in wet en regelgeving was verankerd.

Met de inwerkingtreding van de WAADI per 1 juli 1998 kwam dit verbod echter te vervallen met belangrijkste reden dat op grond van de algemene regels van het contractenrecht partijen beschermd zijn tegen onredelijk bezwarende bedingen en deze door de rechter vernietigd kunnen worden.

Een aantal jaar leek de rechtspraak en de literatuur verdeelt over de vraag of een belemmeringsbeding wel of niet verboden was, totdat een uitspraak van de Hoge Raad in 2003 uitsluitsel gaf en het belemmeringsbeding toelaatbaar werd geacht.

In 2008 werd in de Europese richtlijn 2008/104/EG bepaald dat de lidstaten verplicht zijn het belemmeringsverbod in de wetgeving te implementeren, waarna het belemmeringsverbod bij wet van 27 april 2012 terugkeerde in artikel 9a WAADI.

Artikel 9a WAADI
Artikel 9a WAADI stelt dat het uitzendbureau de uitzendkracht niet mag belemmeren om in dienst te treden bij de inlener na afloop van het dienstverband. Het belemmeringsverbod ziet óók op de relatie tussen het uitzendbureau en de inlener waaruit kan worden afgeleid dat iedere inlener die vervolgens weer doorleent, ook geen belemmeringsbeding op mag leggen aan die uitzendkracht.

Indien na afloop van het dienstverband de uitzendkracht bij de inlener in dienst treed is het  mogelijk een redelijke vergoeding te vragen aan de inlener verband met de terbeschikkingstelling, de werving en/of de opleiding van de werknemer.  Wat een redelijke vergoeding is zal per geval moeten worden bepaald en zullen afhankelijk zijn van de duur van de ter beschikking stelling en de kosten die zijn gemaakt.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek