loading
views

Pensioenen in de uitzendwereld

Chris_van_Saarloos140.jpg

8 juli 2009

Welke pensioenvoorzieningen zijn er voor uitzendkrachten? Hoe zijn deze voorzieningen ontstaan? Over Stiplu en de nu verplichte Basisregeling en Plusregeling van StiPP.

door Chris van Saarloos, analist bij FlexService


Acceptatie van flexwerk
In de jaren tachtig, toen uitzendbureaus in één adem genoemd werden met het negatieve begrip ‘koppelbaas’, was het ondenkbaar dat er een pensioenregeling voor uitzendkrachten zou bestaan. Maar ook toen al was de maatschappij in beweging, en geleidelijk aan ontstond het brede besef dat het uitzendwezen belangrijke positieve impulsen aan de economie kan geven, sterker nog: dat voor veel beginners op de arbeidsmarkt een uitzendbaan een lage drempel biedt als opstap naar een vast dienstverband, en voor sommigen ook een prima mogelijkheid om uit te vinden waar je je het beste kunt ontplooien.

Flexibiliteit werd het toverwoord. En het werd eveneens omarmd door grote groepen mensen met een goede opleiding, die in een detacheringsfunctie de gelegenheid zagen om in brede zin goed betaalde ervaring op te doen zonder zich vast te leggen op een definitief carrièreperspectief. Naast uitzendwerk staken allerlei andere vormen van flexibele arbeid de kop op, zoals detachering, payrolling en free-lance werk (de zogenaamde ZZP-ers).

Secundaire arbeidsvoorwaarden
Toen ook de vakbonden inzagen dat de tijd van veertig jaar trouwe dienst aan één baas definitief uit beeld was, ruilden zij hun aanvankelijke afkeer van uitzendbureaus in voor de rol van actieve onderhandelaars, bereid om mee te denken met de bonafide uitzendbureaus. Daarbij was een belangrijke doelstelling om werknemers in de flexbranche zoveel mogelijk te laten delen in secundaire arbeidsvoorwaarden die in de ‘normale’ wereld van vaste dienstverbanden gebruikelijk zijn.

Stiplu
Zo kwamen dus zaken als scholing en pensioen aan de orde. Aan het eind van de twintigste eeuw werd de Stiplu opgericht, de Stichting Pensioen Langdurig Uitzendkrachten. Er kwam een pensioenregeling tot stand, waaraan alle uitzendkrachten van 21 jaar en ouder zouden deelnemen nadat zij gedurende 26 weken voor een bureau hadden gewerkt. Belangrijk in deze wereld van vele werkgevers voor dezelfde werknemer is natuurlijk, dat eenmaal opgebouwde rechten tijdens een dienstverband bij het ene bureau gewoon doortellen bij een volgende werkgever. Het was een eenvoudige pensioenregeling, in gelijke mate betaald door het uitzendbureau en de werknemer.

Je kunt je voorstellen dat het nog wel eens halsbrekende toeren vergt om in een wereld die gebaseerd is op betaling per uur, arbeidsvoorwaarden te realiseren afkomstig uit een wereld die veel meer op continuïteit is gericht; kortom, het werd een weg van zoeken aan de kant van beide partijen.

Basisregeling
De scholingsregeling die eveneens het licht zag, het zogenaamde POB (Persoonlijk Opleidings Budget), heeft uiteindelijk geen stand gehouden wegens een overmaat aan ingewikkeldheid. De pensioenregeling daarentegen, kreeg een uitgebreider vervolg. Vanwege de grote variatie aan flexibele personeelsvormen werd de term ‘uitzendkrachten’ uit de naam van de organisatie geschrapt, en Stiplu ging over in StiPP, de Stichting Pensioenen Personeelsdiensten. Voor werknemers met een kortdurend dienstverband, grofweg fase A (ABU) en fase 1 en 2A (NBBU) veranderde er niet veel en vond de oude Stiplu-regeling een vertaling in de nieuwe ‘Basisregeling’. De zogenaamde referte-eis van 26 gewerkte weken bleef gehandhaafd, en de telling vangt opnieuw aan na een onderbreking van minimaal 52 weken. De Basisregeling wordt nu echter geheel door de werkgever betaald; dit is dus een verandering ten opzichte van de Stiplu regeling.

Plusregeling
Daarna wordt de ‘Plusregeling’ van kracht, die voor 2/3 door de werkgever en voor 1/3 door de werknemer wordt bekostigd. De Plusregeling geldt voor alle werknemers vanaf 21 jaar in fase B/C (ABU) of fase 2B/3/4 dan wel mensen met een ketencontract (NBBU) en kent dus geen referte-eis. Sterker: wanneer werknemers eenmaal pensioen hebben opgebouwd in de Plusregeling blijft de Plusregeling van kracht, óók indien zij later weer in fase A terechtkomen.

Enigszins afwijkend is de positie van de VPO, de Vereniging van Payroll Ondernemingen. Voor werknemers van bedrijven die bij de VPO zijn aangesloten geldt een wachttijd van 2 maanden, wat zich bij een weekverloning laat vertalen in 8 weken. Na die 2 maanden neemt de werknemer vanaf zijn 21e jaar deel aan de Plusregeling.

Vanzelfsprekend zijn de premiepercentages voor de Plusregeling (in 2009 4,1 voor werknemers en 8,2 voor werkgevers) hoger dan voor de Basiregeling, (2,6% in 2009) maar er geldt wel een uurfranchise van € 5,51. Voor de opbouw van pensioenrechten hanteert StiPP een leeftijdsafhankelijke staffel, die overigens niet in de premie tot uitdrukking komt.

StiPP
Bij de invoering van de StiPP pensioenen in januari 2008 waren de voornaamste haken en ogen dat in plaats van gereserveerde vakantierechten voortaan uitbetaalde reserveringen tot de pensioengrondslag zouden gaan behoren. In een laat stadium realiseerde men zich, dat hierdoor in het overgangstijdperk een dubbeltelling in de grondslag zou gaan plaatsvinden, namelijk wanneer rechten die in 2007 of eerder waren opgebouwd (en waarvan dus het gereserveerde bedrag meetelde in de Stiplu pensioengrondslag) in 2008 zouden worden uitbetaald. Voor dit probleem werd in overleg met StiPP een oplossing gevonden door gedurende het jaar 2008 op de oude voet verder te gaan, en aan het eind van dat jaar middels een correctiebericht te voorkomen dat reserveringen die in 2009 uitbetaald zouden gaan worden dubbel in de pensioengrondslag zouden worden opgenomen.
Ook leverde de uurfranchise enige hoofdbrekens bij organisaties waarvan de bedrijfsvoering wat verder van het uitzendbeding afstaat, en waarbij de salarisbetaling in feite alleen indirect gerelateerd is aan gewerkte uren. Maar ook daarvoor wisten de salarisbedrijven een oplossing te vinden.

Soort spaarregeling
Overigens biedt de StiPP-regeling geen waardevast pensioen, zoals ook wel te verwachten is in de wereld waarin dezelfde werknemer een grote variatie aan uurlonen en werkpatronen kan hebben. Het is meer een soort spaarregeling, die recht geeft op een periodieke uitkering als je eenmaal met pensioen bent. De hoogte van die uitkering hangt af van de resultaten van het pensioenfonds, waarvan de uitvoering bij het verzekeringsbedrijf Achmea berust.

Verplicht voor alle uitzendbedrijven
Inmiddels is de StiPP-regeling verplicht verklaard voor alle uitzendbedrijven, ongeacht of zij aangesloten zijn bij de ABU of NBBU. Bij besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 februari 2009 werden de bezwaren die door enkele organisaties daartegen waren ingediend terzijde geschoven. Hiermee is overigens een eerder besluit van 2004 opnieuw bekrachtigd.

Daarnaast is sinds dit jaar ook het pensioenfonds voor de Bouwnijverheid een rol gaan spelen in de uitzendbranche. Ervaren vaklieden die werkzaam zijn in de bouw vallen onder de pensioenregeling van BPF Bouw.

Chris van Saarloos


Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek