loading
views

Opzegverbod | Artikel 7:670 BW

Opzegverbod | Artikel 7:670 BW
Zowel werknemer als werkgever kunnen in beginsel hun arbeidsovereenkomst te allen tijde opzeggen. In sommige omstandigheden is het echter de werkgever niet toegestaan op te zeggen. Deze omstandigheden worden ‘opzegverboden’ genoemd.



Opzegverboden 
Een werkgever mag een arbeidsovereenkomst met de werknemer niet opzeggen in de volgende gevallen:

  • de werknemer is wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat om te werken (dit geldt niet indien de ziekte langer dan 2 jaar duurt). Het verbod geldt niet als de werknemer ziek wordt nadat de werkgever een ontslagvergunning heeft aangevraagd. In bepaalde gevallen kan een werknemer wél binnen deze eerste twee jaar worden ontslaan. Bijvoorbeeld als de werknemer niet of onvoldoende meewerkt aan zijn of haar re-integratie;
  • tijdens zwangerschaps- of bevallingsverlof en tot zes weken na afloop van het bevallingsverlof;
  • militaire dienst (alleen bij buitenlandse werknemers);
  • de werknemer is lid van een ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of arbo-commissie;
  • de werknemer is lid of is actief  in een vakbond, tenzij hij deze activiteiten zonder de toestemming van de werkgever in werktijd worden verricht;
  • de werknemer maakt gebruik van politiek verlof;
  • tijdens overgang van bevallingsverlof, adoptieverlof, kortdurend zorgverlof, of ouderschapsverlof;
  • de verkoop van de onderneming;
  • de werknemer stemt niet in met werken op zondag.

Proeftijd | Artikel 7:670a BW
De hierbovenstaande opzegverboden gelden volgens Artikel 7:670a BW niet indien de werknemer in zijn proeftijd zit, want dan mag de werkgever te allen tijde de arbeidsovereenkomst opzeggen.

Dringende reden | Artikel 7:678 BW
Tevens gelden volgens Artikel 7:670a de opzegverboden niet indien de werkgever een “dringende reden” voor de opzegging heeft, indien de werknemer “duidelijk en ondubbelzinnig” met de opzegging instemt ,indien de opzegging wegens beëindiging van de werkzaamheden of faillissement van de onderneming geschiedt en indien een vooraf overeengekomen leeftijd van beëindiging van de arbeidsovereenkomst is bereikt. De “dringende reden” wordt nader omschreven in Artikel 7:678 BW en luidt als volgt: zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die als gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Enkele voorbeelden hiervan zijn dronkenschap, bedrog, diefstal, verduistering, mishandeling, beledigingen en bedreigingen. Doet zo’n dringende reden zich voor dan mag de werkgever de arbeidsovereenkomst meteen opzeggen zonder dat hij rekening hoeft te houden met de opzegverboden van Artikel 7:670 BW.

Arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan alléén tussentijds worden opgezegd, indien dat recht schriftelijk is overeengekomen voor zowel werkgever als werknemer. De opzegbepalingen, dat zijn de opzegtermijnen en de opzegverboden, zijn dan van toepassing. De werkgever heeft bij een tussentijdse opzegging ten alle tijden een ontslagvergunning of toestemming van de kantonrechter nodig. Wanneer de tussentijdse opzegmogelijkheid niet in het contract staat, kunnen noch de werknemer noch de werkgever tussentijds opzeggen. De werkgever en werknemer zitten dan voor de duur van de arbeidsovereenkomst aan elkaar vast. Wel is het mogelijk de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Zowel de werkgever als de werknemer moeten hiermee instemmen.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek