loading
views

Harry Vogels: uitzendbranche in cao-land (2)

17 juni 2009


In een reeks artikelen belicht cao-expert Harry Vogels diverse aspecten van de cao’s voor de uitzendbranche.



Deel 2 – Zoek de verschillen in de uitzend-cao’s


De uitzendbranche in Nederland is een bijzondere branche als het gaat om cao’s. Het is niet alleen een van de jongste branches op cao-gebied, maar ook een van de meest complexe. Er zijn meerdere cao’s in de branche en een uitzendkracht kan ook te maken krijgen met cao’s van andere ondernemingen of bedrijfstakken.

In een zestal artikelen wordt ingegaan op deze bijzondere bedrijfstak, waarin onder andere aandacht zal worden besteed aan de cao-partijen, de cao’s in de branche, de cao’s elders waarmee de branche te maken heeft, de rol van de minister, de pensioenmaterie en de toekomst.


Drie reguliere uitzendcao’s
In dit artikel gaan we op zoek naar verschillen in drie reguliere uitzend-cao’s: van de ABU, van de NBBU en van de NVUB. De NVUB-cao bespreken we omdat deze cao is gemeld bij de minister. De VIA-cao bespreek ik niet, omdat deze niet is gemeld bij de minister en daarmee niet rechtsgeldig is. De partijen bij de ABU-cao willen liever niet dat de NVUB-cao wordt gedispenseerd van een algemeen verbindendverklaring van de ABU-cao, maar mogelijk zal dit in de toekomst wel gebeuren en in dat kader nemen we deze cao wel mee in dit artikel. Over de VPO-cao, oftewel de payroll-cao zal ik verder niets schrijven, alhoewel sommigen menen, dat dit ook een uitzend-cao is. Partijen bij de VPO-cao vinden echter dat payrollen iets anders is dan uitzenden.

Creatief
De partijen bij de drie uitzend-cao’s zijn erg creatief geweest, waardoor uiteenlopende cao’s tot stand zijn gekomen. Verschillen treffen we vooral aan bij het fasensysteem, het uitzendbeding, de aanzegtermijn, het loon, de ontslagvergoeding en de aanvulling bij ziekte.

Fasensysteem in cao-land
Het fasensysteem is uniek in cao-land, want nergens anders in cao-land treffen we zo’n systeem aan. In het fasensysteem geldt: Hoe langer wordt gewerkt via eenzelfde uitzendbureau hoe groter de rechten als werknemer. Alle drie cao-partijen hanteren verschillende systemen met een onderscheid tussen benaming en lengte van de fasen.

Benaming en lengte van de fasen
Voor de benaming gebruikt de ene partij letters en de andere partij cijfers. Combinaties komen ook voor, zoals we zien:
ABU-cao: fasen A, B en C
NBBU-cao: fasen 1, 2, 3 en 4
NVUB-cao: 1, 2, 3A of 3B

Fase A bij de ABU-cao duurt 78 weken, als bij dezelfde uitzendonderneming wordt gewerkt. Na fase A komt bij de ABU-cao fase B. Deze fase duurt 104 weken. In deze fase is er eigenlijk sprake van een dienstverband voor bepaalde tijd. Fase C gaat weer een stap verder. In fase C is de medewerker steeds werkzaam op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

De NBBU werkt ook met een periode van 182 weken. De partijen bij de NBBU-cao hebben wel net iets anders bedacht dan de ABU-cao, nl.: de fasen 1, 2, 3 en 4. Fase 1 duurt bij de NBBU-cao 26 weken. Fase 2 telt 104 weken. Fase 3 bij de NBBU-cao gaat in na 130 weken. In fase 3 bij de NBBU-CAO kan er sprake zijn van vier contracten voor bepaalde tijd. Deze fase duurt 52 weken, daarna komt fase 4. Dit is de fase waarin sprake is van een vast contract.

De derde cao, de NVUB-cao, heeft weer een andere invulling gegeven aan het fasensysteem. Volgens cao-partijen bij de NVUB-cao houdt hun fasensysteem meer rekening met langdurige uitzendkrachten. De NVUB-cao kent vier fasen: 1, 2, 3 A en 3 B. De fasen 1 en 2 duren in totaal 1 jaar. Daarna komt de uitzendkracht in een fase 3 A of 3 B. Met fase 3 B wordt gekozen voor het ketensysteem (dienstverbanden voor bepaalde tijd) en met fase 3 A wordt gekozen voor uitzenden met uitzendbeding.

Onderbreken van de fase
In alle cao’s kan een fase tijdelijk onderbroken worden en daarna weer doorgaan. In de ene cao is dit 13 weken en in de andere cao 26 weken.

Uitzendbeding
Een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding is heel belangrijk voor uitzendbureaus. Want het betekent dat de uitzendovereenkomst op elk moment kan worden beëindigd, als de inlener om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen en voorts doordat de uitzendkracht om welke reden dan ook, de bedongen arbeid niet langer wil of kan verrichten. Een uitzendovereenkomst met uitzendbeding hangt nauw samen met de eerder genoemde fasen en we kunnen dit als weergeven:

Uitzendovereenkomst met uitzendbeding:
ABU-cao: maximaal 78 weken, in fase A
NBBU-cao: maximaal 130 weken, in fasen 1 en 2
NVUB-cao: oneindig, in fasen 1, 2 en 3 A

Uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding:
ABU-cao: na 78 weken in fasen B en C
NBBU-cao: na 130 weken in fasen 3 en 4
NVUB-cao: in fase 3 B

Aanzegtermijnen en opzegtermijnen
In uitzendland wordt er gewerkt met de begrippen aanzegtermijn en opzegtermijn en dat is uniek in cao-land. Volgens de NBBU is er verschil tussen een aanzegtermijn en een opzegtermijn. Bij een aanzegtermijn is er geen arbeidsovereenkomst, maar er moet wel een vergoeding worden betaald. En bij een opzegtermijn is er een arbeidsovereenkomst en moet er loon worden betaald.

Alle cao’s in uitzendland werken met verschillende aanzegtermijnen. De NBBU-cao kent helemaal geen aanzegtermijn en de NVUB kent de langste aanzegtermijnen. De aanzegtermijn in de NVUB-cao loopt van 1 maand na 104 weken tot maximaal 12 maanden na 676 weken.
De ABU-cao kent een aanzegtermijn vanaf 12 weken. Dit begint met 5 dagen en vanaf 26 weken wordt de termijn verlengd naar 10 dagen. Na 52 weken is de aanzegtermijn 14 dagen.

Lonen in de drie cao’s
Al jarenlang vinden de vakbonden eigenlijk dat de uitzendkracht hetzelfde loon krijgt uitbetaald als een vergelijkbare werknemer, die in dienst is bij de inlener. Dit wordt ook wel inlenersbeloning genoemd. In de cao’s van NBBU en NVUB is dat ook zo bepaald. De cao’s van de NBBU en de NVUB verwijzen vanaf de eerste dag naar de cao van de inlener. De ABU-cao heeft daarentegen een eigen uitgebreide loonparagraaf. De eigen beloningsregeling in de ABU-cao geldt alleen voor de eerste 26 weken bij dezelfde inlener, daarna verwijst deze cao naar de inlenersbeloning. Onder inlenersbeloning verstaan alle cao’s: de rechtsgeldende beloning van de werknemer in dienst van de inlenende onderneming, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als uitzendkracht.

Beloning voor vakkracht
Voor de vakkracht maakt de ABU-cao een uitzondering. Voor een vakkracht kan de inlenersbeloning vanaf de eerste dag worden toegepast. De criteria voor een vakkracht kunnen worden omschreven in de cao van de inlener.

Aanvullingen bij ziekte gedurende eerste twee jaar
In een tabel zijn de aanvullingen bij ziekte op de volgende wijze weer te geven:

 Cao  Uitkering jaar 1  Uitkering jaar 2
 ABU-cao  21% aanvulling op ziektewet  10% aanvulling
 NBBU-cao  20% aanvulling op ziektewet  geen aanvulling
 NVUB-cao  20% aanvulling op ziektewet  geen aanvulling

 
Opmerkelijk: beëindigingsvergoeding
De NVUB-cao is de enige cao in uitzendland, die werkt met een beëindigingsvergoeding. Wanneer in fase 3 A na de eerste periode van 52 gewerkte weken de uitzendovereenkomst vervolgens tenminste 52 weken heeft geduurd, krijgt de uitzendkracht bij het einde van de uitzendovereenkomst een aanspraak op een beëindigingsvergoeding ter hoogte van één bruto maandsalaris. De beëindigingsvergoeding wordt aan de uitzendkracht uitgekeerd op de voorwaarde dat niet binnen 13 weken opnieuw een uitzendovereenkomst wordt aangegaan.

Concluderend
De verschillen in de cao’s zijn complex en lastig. Dat geldt vooral bij het fasensysteem. Blijkbaar willen partijen zich juist met het fasensysteem onderscheiden, maar ik vraag mij of dit wel zo belangrijk is voor de uitzendkracht. Een zeer belangrijk verschil, dat volgens mij juist relevant is voor de uitzendkracht, treffen we aan bij de loonparagraaf van de ABU-cao. De ABU-cao heeft een uitgebreide eigen loonparagraaf voor uitzendkrachten gedurende de eerste 26 weken. Dit geeft de ABU-cao een eigen status, maar de gevestigde vakbonden keuren dit eigenlijk af en blijven streven naar een inlenersbeloning vanaf de eerste dag, zoals wel geldt bij de NBBU-cao en de NVUB-cao. Opmerkelijk is dan ook dat de gevestigde vakbonden de algemeen verbindendverklaring van de ABU-cao juist blijven steunen, terwijl zij het absoluut niet eens zijn met de loonparagraaf van deze cao.

(wordt vervolgd)

Harry Vogels
www.caoadvies.nl


Lees ook deel 1 in deze reeks:
> De spelers in cao-uitzendland


Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek