loading
views

Arbeidsovereenkomst | Artikel 7:610 e.v BW

Arbeidsovereenkomst | Artikel 7:610 e.v BW
Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen een werknemer en een werkgever waarbij enerzijds de werknemer in dienst van de werkgever verplicht is om persoonlijk arbeid te verrichten en anderzijds de werkgever verplicht is voor deze arbeid loon aan de werknemer te betalen. De arbeidsovereenkomst is als een bijzondere overeenkomst wettelijk geregeld in Boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek.


Download wettekst Arbeidsovereenkomst 


Overeenkomst
De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen een werknemer en een werkgever. De werknemer is altijd een natuurlijk persoon. Net als iedere andere overeenkomst kan een arbeidsovereenkomst zowel mondeling als schriftelijk aangegaan worden. Ter bescherming van de werknemer is in de wet vastgelegd dat bepaalde voorwaarden altijd schriftelijk vastgelegd moeten worden om rechtsgeldig te zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor een concurrentiebeding of een proeftijd.

Wel of geen arbeidsovereenkomst?
Er is pas sprake van een arbeidsovereenkomst als er sprake is van een gezagsverhouding (‘in dienst van’), loonbetaling en de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten. Er moet dus aan alle drie de criteria worden voldaan.

Het begrip ‘arbeid’
De aard van de arbeid is voor de arbeidsovereenkomst niet relevant wel moet de arbeid waarde hebben voor de werkgever.  Een stage-overeenkomst zal dus niet snel een arbeidsovereenkomst zijn omdat deze vooral gericht is op het leereffect voor de stagiair. De werknemer moet de arbeid zelf verrichten. Als hij zich daarbij kan laten vervangen is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

Het begrip ‘loon’
Voor de arbeid moet door de werkgever loon worden betaald. Meestal zal dit loon uit geld bestaan maar kan ook bestaan uit:

  • zaken, geschikt voor het persoonlijk gebruik van de werknemer en zijn huisgenoten;
    bijvoorbeeld het gebruik van een woning;
  • diensten, voorzieningen en werkzaamheden door of voor rekening van de werkgever te verrichten;
  • effecten, vorderingen, andere aanspraken en bewijsstukken daarvan en bonnen.

Het begrip ‘In dienst van’
Een werknemer is in dienst van de werkgever wanneer sprake is van een gezagsverhouding. Dit houdt in dat de werkgever bevoegd is aanwijzingen te geven aan de werknemer met betrekking tot de arbeid. Of de werkgever daadwerkelijk aanwijzingen geeft is minder relevant. .

Rechtsvermoeden
Artikel 7:610a BW stelt: ‘hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende 3 opvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens een arbeidsovereenkomst.’ Het gaat hier dus om een vermoeden. Dit betekent dat de werkgever tegenbewijs kan leveren dat hier geen sprake van is.

Duur van de arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst kan aangegaan worden voor bepaalde of onbepaalde tijd. In geval van een ‘onbepaalde tijd’ wordt over de duur van de overeenkomst niets bepaald. Een ‘bepaalde tijd’ kan in tijdseenheden worden aangegeven (weken, maanden, jaren), maar er  kan ook bepaald worden dat deze eindigt na afloop van een bepaald project, na afloop van het seizoen, of nadat de noodzaak van vervanging is opgehouden.

Einde van de arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. In ieder geval eindigt de arbeidsovereenkomst door het overlijden van de werknemer.

Ook eindigt de arbeidsovereenkomst wanneer partijen dit gezamenlijk overeenkomen. Er is dan sprake van een vaststellingsovereenkomst.

Opzegging
Soms kan een arbeidsovereenkomst worden opgezegd, dat wil zeggen dat de werkgever of de werknemer de arbeidsovereenkomst eenzijdig beëindigt. De wet kent een aantal ontslagverboden. Dat zijn omstandigheden waaronder niet mag worden opgezegd. Zo mag de werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzeggen tijdens de eerste twee jaar dat de werknemer ziek is.

Toestemming
Bij opzegging geldt een belangrijke voorwaarde: de opzeggende partij moet hiervoor toestemming hebben van het UWV of de kantonrechter alvorens de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd. Vanaf 1 juli 2015 bepaald de wet in de artikelen 7:671a BW en 7:671b BW in welk geval een ontslagaanvraag via het UWV loopt en in welk geval via de kantonrechter.

Ontslagaanvragen in verband met bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid dienen door het UWV getoetst te worden, voor alle overige redenen dient de kantonrechter de ontslagaanvraag te toetsen.

Deze toestemming is echter niet nodig bij:

  • opzegging wegens een dringende reden (‘ontslag op staande voet’);
  • opzegging tijdens de proeftijd;
  • opzegging ten gevolge van faillissement van de werkgever.

Bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst
In de arbeidsovereenkomst kan een aantal bijzondere bedingen opgenomen worden, zoals een proeftijdbeding, een geheimhoudingsbeding of een concurrentiebeding.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek