loading
views

Premiekorting oudere werknemers | Artikel 47 Wfsv (Vervallen)

Premiekorting oudere werknemers | Artikel 47 Wfsv
Per 1 januari 2009 is de Premiekorting Oudere Werknemers in werking getreden. Deze wet heeft als doel om de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen. Daarom krijgt een werkgever premiekorting voor mensen ouder dan 50 met een uitkeringssituatie en voor werknemers in de leeftijd van 62, 63 en 64 jaar.

Met ingang van 1 januari 2013 is de premiekorting oudere werknemers vervallen en vervangen door de Mobiliteitsbonus.



Doelgroepverklaring WERKbedrijf
Om premiekorting te krijgen, heeft de werkgever voor medewerkers van 50 tot 62 jaar een doelgroepverklaring van het WERKbedrijf nodig. In deze verklaring staat dat de werknemer inderdaad een uitkering had op de dag vóór hij in dienst kwam. Dat kan een uitkering WW, WAO, WAZ, WIA, WWB, IOAW, IOAZ, WIK of Wajong zijn. De premiekorting is voor maximaal 3 jaar en bedraagt jaarlijks 6500 euro.

Heeft uw nieuwe werknemer recht op een uitkering en is hij minimaal 50 jaar? Dan kan hij een doelgroepverklaring aanvragen bij het UWV. Hij moet doorgeven op welke datum hij aan het werk gaat. Binnen enkele dagen ontvangt hij de doelgroepverklaring.

Premiekorting voor Uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder
Deze premiekorting geldt als een werknemer in dienst wordt genomen die 50 jaar of ouder is en die direct voor indiensttreding een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering of bijstandsuitkering kreeg. Bij een dienstverband van ten minste 36 uur per week heeft de werkgever recht op een premiekorting van € 6.500 per jaar. Deze korting kan worden toegepast zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal drie jaar.

Premiekorting voor werknemer van 62 jaar of ouder
Deze premiekorting geldt voor een werknemer van 62 jaar of ouder. Bij een dienstverband van ten minste 36 uur per week heeft de werkgever recht op een premiekorting van maximaal € 2.750 per jaar. Deze korting kan worden toegepast zolang de dienstbetrekking bestaat, maar uiterlijk totdat de werknemer 65 jaar wordt. Geldt voor een werknemer zowel recht op de premiekorting van maximaal € 6.500 per jaar als voor de premiekorting van maximaal € 2.750 per jaar, dan gaat de eerste premiekorting voor. Alleen de premiekorting van maximaal € 6.500 per jaar mag worden toegepast.

Onderbreking dienstverband
Bij het bepalen van het aantal jaar voor de premiekorting uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder wordt verwezen naar het Handboek loonheffingen van 2008. Bij premiekorting staat hierover het volgende:
‘Als het dienstverband minder dan drie maanden onderbroken is, dan wordt de dienstbetrekking geacht niet te zijn onderbroken. U telt de premiekortingsperioden voor en na de onderbreking bij elkaar op totdat u de premiekorting een jaar (als u de premiekorting ging toepassen toen u de werknemer al in dienst had) of drie jaar (als u de premiekorting ging toepassen toen u de werknemer in dienst nam) hebt toegepast.

Geen recht op premiekorting

De premiekorting voor oudere werknemers geldt niet voor dienstbetrekkingen die in het kader van de Wet sociale werkvoorziening volledig gesubsidieerd zijn.

Berekenen van de premiekorting

Als de werknemer minder dan 36 uur per week werkt, dan moet het bedrag van de premiekorting evenredig worden verlaagd. Bij werknemers met een vast overeengekomen aantal uren moet de overeengekomen arbeidsduur worden gedeeld door 36. Bij werknemers zonder overeengekomen arbeidsduur worden de uitbetaalde uren in het aangiftetijdvak gedeeld door de normuren per vier weken (144) of per maand (156).
De premiekorting moet worden getoetst aan de premie WW/Awf/Ufo en de premies WAO/WIA. Dit betekent dat de ene helft van de premiekorting niet hoger mag zijn dan de premie die voor de WW/Awf en Ufo wordt betaald. En de andere helft van de premiekorting mag niet hoger zijn dan de totale premies voor de WAO/WIA.

Premiekorting oudere werknemers
De premiekorting voor oudere werknemers kan niet op eenzelfde manier worden afgehandeld als de premiekorting arbeidsgehandicapten. De premiekorting voor oudere werknemers moet op aangiftetijdvakniveau worden berekend en niet op verloningtijdvakniveau.

Overgangsregeling premievrijstelling voor de basispremie WAO/WIA
Met de invoering van de premiekorting voor ouderen komt de premievrijstelling voor de basispremie WAO/WIA te vervallen. Er is een overgangsregeling. Deze overgangsregeling geldt voor werknemers waarvoor de premievrijstelling in 2008 ook werd toegepast en die op 1 januari 2009 55,5 jaar of ouder zijn, in dienst zijn en nog geen 62 jaar zijn. Vanaf 62 jaar wordt de nieuwe premiekorting voor 62 jaar en ouder toegepast.
Voor de categorie werknemers die in dienst zijn gekomen met een leeftijd van 50 jaar en ouder en die nog geen 55,5 jaar of ouder zijn op 1 januari 2009 geldt in 2009 geen vrijstelling meer.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek