loading
views

Studiekostenbeding: opnieuw een lesje geleerd

November 2008

De criteria en nadere eisen uit de arresten Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland I en II zijn uitsluitend van toepassing indien een werkgever het loon terugvordert over de uren die de werknemer tijdens werktijd aan de studie heeft besteed, zo oordeelt de kantonrechter Haarlem op 9 juli 2008. Of en in hoeverre de werkgever de overige studiekosten (collegegeld, kosten literatuur en reiskosten) kan terugvorderen, dient te worden beoordeeld aan de hand van de norm van goed werkgeverschap en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Geen studiekostenbeding
Werkneemster is op 19 juni 2000 als incassomedewerkster in dienst getreden bij een deurwaarderskantoor. Ingaande september 2003 is zij − zonder met haar werkgever een studiekostenbeding te zijn overeengekomen − gestart met de vierjarige opleiding tot (kandidaat) gerechtsdeurwaarder aan de Hogeschool Utrecht. Werkneemster heeft tijdens werktijd colleges gevolgd en examens afgelegd. Het deurwaarderskantoor heeft het collegegeld en boekengeld voldaan. Daarnaast is aan werkneemster een vaste reiskostenvergoeding ad € 125,- per maand betaald.

Nieuw arbeidscontract
Bij haar promotie tot teamleider heeft werkneemster op 5 januari 2004 een nieuw arbeidscontract getekend. Daarin is onder andere bepaald dat indien de werkneemster het dienstverband binnen één, twee of drie jaren na dagtekening beëindigt, zij verplicht zal zijn respectievelijk 100%, 66% of 35% van de door de werkgever betaalde opleidingskosten aan de Hogeschool Utrecht terug te betalen aan de werkgever.

Nieuwe arbeidsovereenkomsten
Medio 2005 heeft het deurwaarderskantoor het personeel aangeschreven in verband met het voornemen per 1 juli 2005 nieuwe arbeidsovereenkomsten door te voeren. In deze contracten is een maar liefst 36 pagina’s tellend personeelsreglement van toepassing verklaard. Hierin staat onder andere dat indien een werknemer binnen één, twee of drie jaren na afronding van de studie de arbeidsovereenkomst beëindigt, deze verplicht zal zijn respectievelijk 100%, 66% of 35% van de door de werkgever betaalde opleidingskosten (daaronder te verstaan: les- en examengeld, reiskosten, boeken, verzuimuren en noodzakelijke verblijfskosten) terug te betalen. Lopende cursuskosten dienen in zijn geheel terugbetaald te worden. Iedere werknemer is in de gelegenheid gesteld hierover vragen te stellen, zo ook werkneemster. Op 8 juli 2005 heeft werkneemster de nieuwe arbeidsovereenkomst getekend.

Opzegging dienstverband – terugvordering studiekosten
Werkneemster heeft haar dienstverband tegen 1 juli 2007 opgezegd; zij heeft op dat moment haar opleiding nog niet afgerond. Het deurwaarderskantoor heeft vervolgens − op grond van het studiekostenbeding uit 2005 − van werkneemster teruggevorderd een bedrag van in totaal € 17.890,77 aan studiekosten gemaakt in de periode van september 2003 tot 1 juli 2007. Werkneemster heeft zich hiertegen verweerd.

Werkneemster gebonden aan contract
De kantonrechter stelt vast dat werkneemster door acceptatie van het hernieuwde contract heeft bewerkstelligd dat het personeelsreglement c.q. terugbetalingsbeding uit 2005 onderdeel van haar arbeidsovereenkomst is geworden, zodat zij daaraan in beginsel is gebonden.

Afwijzing vordering ‘verzuimuren’
De kantonrechter wijst − onder toepassing van het arrest Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland I − de vordering voor wat betreft de zogeheten‘verzuimuren’ ad € 5.369,40 geheel af. De voor de werkneemster zo ernstige consequentie van het moeten terugbetalen van de gedurende de studieperiode ontvangen loonbedragen, had duidelijk vooraf door werkgever uiteen moeten zijn gezet. Naar de mening van de kantonrechter is dat niet gebeurd en is werkneemster bij het aangaan van het studiekostenbeding zich zodoende niet bewust geweest van de zware consequentie van het woord “verzuimuren”.

Loon versus opleidingkosten
De vraag of het deurwaarderskantoor het lesgeld ad € 3.749,22 kosten literatuur ad € 1.072,15 en reiskosten ad € 7.700,- kan terugvorderen, moet naar het oordeel van de kantonrechter worden beantwoord aan de hand van de norm van goed werkgeverschap en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, doch niet onder gelijke toepassing van de criteria en andere eisen uit de arresten Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland I en II. In de arresten van de Hoge Raad ging het immers specifiek om de terugbetaling van het over een studieperiode genoten loon en niet om de terugbetaling van de door de werkgever voor zijn rekening genomen opleidingskosten.

Vordering deels toegewezen
Op grond van de norm van goed werkgeverschap en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid kent de kantonrechter geen terugwerkende kracht toe aan het studiekostenbeding uit 2005. Dit omdat (a) zulks niet expliciet in de tekst van het studiekostenbeding uit 2005 is bepaald, (b) andere (vertrekkende) werknemers uitsluitend de studiekosten gemaakt na 1 juli 2005 dienden terug te betalen en (c) het beding duidelijk een aanzienlijke verzwaring betekent ten opzichte van het (in juli 2005 nog wel geldende) studiekostenbeding van 5 januari 2004. De vordering wordt derhalve slechts toegewezen voor wat betreft de door de werkgever ná 1 juli 2005 voor zijn rekening genomen studiekosten, zijnde € 1.905,- aan collegegeld, € 282,15 aan boekengeld en (23 x € 125,-) € 2.875,- aan reiskosten.

Bron: Rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, 12 juni 2008 (nog niet gepubliceerd)

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek