loading
views

SP wil meer zekerheid voor uitzendkrachten


24 november 2008

SP-Kamerlid Paul Ulenbelt heeft maandag zes voorstellen gepresenteerd om uitzendkrachten in de toekomst meer zekerheid over hun baan en inkomen te geven.

In één jaar is de werkgelegenheid voor uitzendkrachten met 8 procent verminderd en het einde is nog niet in zicht. Als gevolg van de financiële crisis worden uitzendkrachten nu als eersten aan de kant gezet. Ulenbelt: “Uitzendkrachten zijn wegwerpwerknemers die soms al jaren bij een bedrijf werken, maar zonder pardon op straat gezet worden als het tegenzit. Ook zij hebben vaste lasten, een huis en wellicht kinderen. Ook zij verdienen enige vorm van zekerheid.”

Aantal uitzendkrachten toegenomen
Sinds de introductie van het uitzendwerk is het aantal uitzendkrachten steeds toegenomen. Slechts 5% van de 730.000 uitzendkrachten zegt echter bewust voor uitzendwerk te hebben gekozen, aldus Ulenbelt. “Er zal altijd behoefte zijn aan tijdelijke arbeidskrachten, maar tegenwoordig worden ook voor normale banen uitzendkrachten ingeschakeld.

Baanzekerheid
Gemakkelijk voor het bedrijf, oneerlijk voor mensen die er soms jaren werken, maar nooit een vast contract hebben gekregen. We moeten de arbeidsverhoudingen weer normaliseren en mensen baanzekerheid bieden.” Veel bedrijven schakelen permanent grote groepen uitzendkrachten in om ze bij kleine of grote tegenslagen gratis en gemakkelijk op straat te kunnen zetten. Een uitzendkracht kan er morgen uitliggen, ook als er andere oplossingen waren. Ulenbelt wil meer zekerheid voor de uitzendkrachten.

Productiviteit en betrokkenheid
De productiviteit en betrokkenheid van mensen die een vast contract hebben is bovendien hoger. Iemand in vaste dienst heeft het gevoel dat hij met zijn collega’s voor de goede zaak werkt, ook in tijden van crisis.

Zes voorstellen voor meer zekerheid voor uitzendkrachten
De SP doet zes voorstellen om uitzendkrachten meer zekerheid te bieden:

  1. Ontslagvergoeding voor uitzendkrachten:
    uitzendbureaus moeten per uitzendkracht een bedrag ter hoogte van een twaalfde van het betaalde loon reserveren, in geval van werkloosheid.
  2. Baanzekerheid:
    contract voor onbepaalde tijd voor uitzendkrachten die in een jaar tijd meer dan negen maanden voor dezelfde werkgever hebben gewerkt. Vanaf dat moment geldt het ontslagrecht voor vast personeel. (Nu is op basis van de wet Flex en Zekerheid een vast contract aan de orde als drie maal een jaar is gewerkt. Dat kan een uitzendbureau ontlopen door drie maanden geen gebruik te maken van de uitzendkracht, waarna opnieuw driemaal een tijdelijk contract kan worden aangeboden.)
  3. Vast werk door vaste werknemers:
    werk dat steeds nodig is, moet niet structureel door uitzendkrachten of ander tijdelijk personeel worden gedaan. Werkgevers mogen alleen voor tijdelijk werk uitzendkrachten aannemen, zoals bijvoorbeeld voor een eenmalig project, zwangerschapsvervanging of ziekenvervanging. (Nu komt het voor dat een caissière van 17 jaar driemaal een jaarcontract krijgt en op haar 20ste wordt vervangen door een verse 17-jarige. (Dit overkomt niet alleen jongeren. Grote industriële bedrijven hebben uitzendkrachten die er al tien jaar werken. Ze werken er drie jaar, worden vervolgens voor drie maanden naar huis gestuurd en dat drie keer achter elkaar.)
  4. Vervang uitzendbureaus door coöperatieve arbeidspools:
    werkgevers hebben altijd behoefte aan tijdelijk personeel, bijvoorbeeld bij productiepieken, bij ziekte. Flexibiliteit moet niet ten koste gaan van de zekerheid van werkenden. Uitzendbureaus moeten omgevormd worden tot arbeidspools waar mensen in vaste dienst zijn. Vanuit deze voor de werknemer zekere situatie worden ze naar bedrijven uitgezonden die mensen nodig hebben. (Zo betalen werkgevers voor de door hen gewenste flexibiliteit, niet de mensen die willen werken.)
  5. Geen onderscheid bij secundaire arbeidsvoorwaarden:
    uitzendkrachten krijgen dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers binnen het bedrijf (inclusief het kerstpakket).
  6. Invoeren van vergunningen voor uitzendwerk:
    de arbeidsinspectie geeft de vergunningen en ziet toe op naleving. Als niet aan de eisen wordt voldaan verliest het uitzendbureau de vergunning. De arbeidsinspectie verhaalt achterstallig loon, niet betaalde belastingen en premies op de werkgevers die uitzendbureaus zonder vergunning hebben ingeschakeld. (Nu zijn er naar schatting 5.000 malafide uitzendbureaus, die te weinig of geen belastingen en premies voor de werknemersverzekeringen van hun uitzendkrachten afdragen en uitzendkrachten vaak te weinig uitbetalen.)

De vergunningplicht – zelf reguleren heeft gefaald
In 2004 deed VVD staatssecretaris Van Hoof een voorstel voor herinvoering van de vergunningplicht (in 1998 is de vergunningplicht door het paarse kabinet afgeschaft). Alleen de SP steunde het voorstel van Van Hoof. Om een einde aan de wildgroei van uitzendbureaus te maken, wilden alle andere partijen dat de branche zelf ging reguleren. Dat is mislukt zoals de uitzendbranche zelf heeft aangegeven.

Piekbelasting
Natuurlijk zijn er sectoren denkbaar waar sprake is van piekbelasting, waarbij het echt niet anders kan dan in die pieken extra personeel aan te nemen. Maar bij het inschakelen van uitzendkrachten moet de werkgever voortaan aantonen waarom dit nodig is. De arbeidsinspectie controleert.

FNV
Ook de FNV vindt dat de positie van uitzendkrachten moet worden verbeterd. FNV wil een deel van de uitzendkrachten in dienst nemen, volgens de vakcentrale is er nu sprake van doorgeslagen flexibiliteit; de verhouding vast-tijdelijk is volkomen zoek. Door uitzendkrachten in dienst te nemen en onder de overbruggingsregeling te laten vallen, verbetert voor hen de positie op de arbeidsmarkt.

Bron: SP, 24 november 2008

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek