loading
views

Studiekostenbeding: een lesje geleerd

November 2008

Studiekostenbeding
Een studiekostenbeding is een beding waarbij de werkgever en de werknemer met elkaar hebben afgesproken dat de werknemer (meestal) bij het einde van de arbeidsovereenkomst de door de werkgever gemaakte studiekosten terugbetaalt. Het Burgerlijk Wetboek kent geen specifieke regeling over het studiekostenbeding en de terugvordering hiervan. De Hoge Raad heeft in 1983 en 1987 in zijn arresten Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland I en II (HR 10 juni 1983, NJ 1983/796 en 5 juni 1987, NJ 1987/795) wel enige kenmerken en nadere eisen gegeven, die in de lagere rechtspraak tot op de dag van vandaag nog steeds als dé toetsingscriteria gelden.

Feiten: opleiding tot stuurman grote sleepvaart
Partijen waren in de casus Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland met elkaar overeengekomen dat de werknemer − die ingaande 28 juli 1974 in dienst was getreden bij de werkgever als kapitein − een intensieve opleiding tot stuurman grote sleepvaart zou gaan volgen. Tijdens de duur van deze opleiding (20 september 1976 t/m 5 december 1977) was de werknemer vrijgesteld van zijn reguliere werkzaamheden onder doorbetaling van het normale CAO-loon te vermeerderen met een toeslag van 50%.

Ontslag werknemer – werkgever eist studiekosten terug
De werknemer is op 24 januari 1978 op staande voet ontslagen, waarna de werkgever naast de studiekosten in engere zin (zoals studiemateriaal, inschrijf- en examenkosten) óók het loon met gratificaties, vakantietoeslag en sociale lasten over de opleidingsperiode terugvorderde met een beroep op het studiekostenbeding. Dit beding luidde: “Mocht het dienstverband tussen de sleepdienst en de kandidaat binnen de periode van de genoemde tien jaren worden verbroken, dan geldt dat de kandidaat de volledige studiekosten zal terugbetalen of pro rata.”

Beoordeling: overtreding verbod op winkelnering?
De rechtsvraag waarover de Hoge Raad in het arrest Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland I diende te oordelen was of de verplichting om bij het einde van het dienstverband loon- en studiekosten (studiekosten in ruime zin) terug te betalen al dan niet in strijd was met het verbod op winkelnering ex artikel 7:631 BW. Dit artikel verbiedt ieder beding dat de werknemer de vrijheid ontneemt om zijn ontvangen loon of overige inkomsten naar eigen inzicht te besteden.

Voorwaarden
De Hoge Raad heeft hierover geoordeeld dat het systeem van de wet zich “niet zonder meer” tegen een financiële regeling tussen werkgever en werknemer verzet, mits het gaat om een regeling die:

  1. de tijdspanne vaststelt gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studie verworven kennis en vaardigheden;
  2. bepaalt dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, de studiekosten over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen; en
  3. deze terugbetalingsverplichting vermindert naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder 1 bedoelde tijdspanne.

Drie andere eisen
Daarnaast heeft de Hoge Raad in dit arrest nog een drietal nadere eisen gesteld. Ten eerste mag er geen strijd bestaan tussen het studiekostenbeding en (bijzondere) wettelijke bepalingen zoals de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM). Ten tweede moet de voor de werknemer ernstige consequenties van de verplichting tot terugbetaling duidelijk aan hem zijn uiteengezet vóór het tot stand komen van de regeling. Ten derde kunnen de redelijkheid en billijkheid onder omstandigheden met zich meebrengen dat de werkgever geen studiekosten kan terugvorderen indien hij zelf het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft genomen.

Aanvullende bepaling studiekostenbeding
In het arrest Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland II heeft de Hoge Raad daarnaast nog aanvullend bepaald dat indien het studiekostenbeding aan de door haar in het arrest uit 1983 geformuleerde kenmerken en nadere eisen voldoet, de werkgever onder bepaalde omstandigheden toch nog in strijd met de redelijkheid en billijkheid kan handelen door de werknemer aan de terugbetalingsverplichting van de studiekosten te houden.

Tip
Bij het opstellen van een studiekostenbeding moeten aan voornoemde drie kenmerken en drie nadere eisen zijn voldaan. Het is daarbij raadzaam per opleiding een op maat gesneden studiekostenbeding overeen te komen.

Bron: Rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, 12 juni 2008 (nog niet gepubliceerd)

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek