loading
views

Wet op de Omzetbelasting 1968 | Wet OB | BTW

Wet op de Omzetbelasting 1968 | Wet OB
Omzetbelasting ofwel Belasting over de Toegevoegde Waarde, BTW, is een belasting die de overheid heft op de levering van producten of diensten.



Omzetbelasting
De Wet op de Omzetbelasting 1968, kortweg Wet OB 1968, van 28 juni 1968, beschrijft de omzetbelasting volgens het stelsel van heffing over de toegevoegde waarde. Dit stelsel van heffing is het gevolg van een implementatie van de zogenaamde eerste en tweede BTW-richtlijnen van de Europese Gemeenschap. Daarvoor kende men omzetbelasting, in een cumulatief cascadestelsel. BTW is een vorm van omzetbelasting die in 136 landen, waaronder de meeste Europese landen, wordt toegepast.

BTW tarieven
De BTW kent verschillende tarieven. Het algemene tarief is 21%.

Voor onder andere etenswaren en sommige diensten, zoals bijvoorbeeld het repareren van fietsen of kleding geldt het verlaagde tarief van 6%.

Voor een aantal goederen en diensten geldt een 0% tarief, dit is bijvoorbeeld het geval bij de export van goederen, in dit geval hoeft er geen BTW in rekening gebracht te worden maar mag de betaalde omzet wel verrekend worden.

Een aantal branches zijn vrijgesteld van de BTW, bijvoorbeeld uitvaartondernemers, zij hoeven geen BTW in rekening te brengen over hun diensten maar mogen ook de betaalde BTW niet verrekenen.

Ondernemer voor de BTW
Het ondernemersbegrip in de Wet OB is anders dan in de Wet IB. Het is dus mogelijk dat iemand geen ondernemer voor de inkomstenbelasting is maar wel voor de omzetbelasting.

Voor de omzetbelasting is iemand ondernemer als hij zelfstandig een bedrijf of een beroep uitoefent. Het maakt daarbij niet uit in welke rechtsvorm het bedrijf of beroep wordt uitgeoefend.

Een ondernemer voor de BTW ontvangt van de Belastingdienst een btw-identificatienummer. Dit nummer moet verplicht op alle facturen vermeld staan.

Factuurbedrag
Een ondernemer moet BTW in rekening brengen over het totale factuurbedrag en dit bedrag aan de staat afdragen.  De ondernemer moet hiervoor maandelijks, per kwartaal of jaarlijks digitaal aangifte doen bij de Belastingdienst en het bedrag uit de aangifte afdragen.

Als bij de aangifte een fout wordt gemaakt, moet ter correctie een suppletieaangifte worden ingediend.

De BTW die een ondernemer zelf heeft betaald over ingekochte zaken mogen worden afgetrokken van de te betalen BTW.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek